Het protectionisme verdwijnt nooit

De taak van de WTO is simpel: belemmeringen wegnemen voor internationale arbeidsverdeling. Dat lukt niet omdat de verliezers van de globalisering de onderhandelingen te sterk beïnvloeden, menen Steven Brakman en Arjen van Witteloostuijn.

Volgende maand maakt de wereldhandelsorganisatie (WTO) in Hongkong de balans op van de voortgang van de Doha-handelsronde. Deze is in feite al mislukt, omdat per 1 januari 2005 de onderhandelingen hadden moeten zijn afgerond. Dat lukt dus niet meer. Oplaaiende conflicten over landbouwsubsidies, de vermeende staatssteun aan Airbus (aangekaart door Boeing) of staatsopdrachten verleend aan Boeing door het Amerikaanse ministerie van Defensie (aangekaart door Airbus), en het protectionistische gedoe over de import van Chinese textiel hebben de voortgang aanzienlijk vertraagd.

Elke handelsronde duurt steeds weer langer dan de vorige. Bovendien lijkt het op dit moment al in de voorbereidende fase – vooral met betrekking tot de landbouw – te zijn vastgelopen. Pascal Lamy, het WTO-opperhoofd, omschreef de WTO-bijeenkomst in Hongkong als een announced failure.

De taak van de WTO is in feite kinderlijk eenvoudig. Toen Robinson Crusoë zijn Vrijdag ontmoette, zat hij niet langer op een onbewoond eiland. Direct ontstond een vorm van arbeidsverdeling waarvan beide schipbreukelingen profiteerden. Deze voordelen van arbeidsverdeling zijn onbetwist. Zij vormen niet alleen de basis voor handel tussen personen, maar ook tussen landen. De WTO moet de belemmeringen wegnemen die internationale arbeidsverdeling in de weg staan.

Dat zal echter nooit lukken, wegens de asymmetrie tussen de winnaars en verliezers van dergelijke dereguleringen. De winnaars zijn abstracte anonymi, terwijl de verliezers vaak herkenbare individuen van vlees en bloed zijn. De verhitte discussie die globalisering oproept met betrekking tot bepaalde thema's, maakt dit direct duidelijk.

Internationale handel maakt de rijke landen rijker en de arme landen armer.

Zoals Robinson Crusoë en Vrijdag al wisten, was arbeidsverdeling voor beiden gunstig. Maar dat wil niet zeggen dat beiden evenveel verdienden. Internationale handel is niets anders dan profiteren van arbeidsverdeling, maar dan op mondiale schaal. Als twee landen datgene voortbrengen waarin zij verhoudingsgewijs het beste zijn, gaan beide landen erop vooruit: het gemiddelde inkomen neemt in beide landen toe. Alle landen zijn de winnaars van globalisering, maar niet elk land profiteert in dezelfde mate. Dat geldt ook voor de inwoners van elk van deze landen.

Globalisering leidt tot een `race to the bottom'.

Vaak wordt gesteld dat het milieu of de arbeidsomstandigheden door globalisering onder druk staan. Immers, in de mondiale rat race heeft degene met de belabberdste milieumaatregelen, de slechtste arbeidsomstandigheden (zoals het toestaan van kinderarbeid) of het gebrekkigste sociale vangnet de laagste kosten en daardoor de beste concurrentiepositie. De volgende kanttekeningen zijn hierbij echter op hun plaats.

Het feit dat bij vrijhandel elk land zich toelegt op die activiteiten waarin het verhoudingsgewijs uitblinkt, betekent dat de verspilling van schaarse hulpbronnen wordt geminimaliseerd. In Nederland kunnen best kiwi's groeien, maar daarvoor zijn energieverspillende (gesubsidieerde) kassen nodig. In Nieuw-Zeeland schijnt de zon overvloedig en die energie is gratis. Grosso modo is globalisering goed voor het milieu.

Uiteraard zijn excessen moeilijk uit te bannen. Is het daarom niet verstandig om de invoer te verbieden van bijvoorbeeld tonijn die met drijfnetten is gevangen, waardoor ook veel dolfijnen, schildpadden en haaien het loodje leggen? In principe kunnen dergelijke praktijken worden tegengegaan met behulp van (hoge) invoertarieven. In de praktijk is de effectiviteit van dergelijke maatregelen echter gering: aan de tonijn is immers niet te zien hoe en waar die is gevangen. Het gevolg is dat vaak nobele argumenten worden misbruikt om protectionistische maatregelen te kunnen doorvoeren. Milieuvraagstukken moeten en kunnen elders veel effectiever worden gekraakt. Zij horen thuis in milieuverdragen, en niet bij de WTO.

Hetzelfde geldt voor arbeidsomstandigheden. Internationale afspraken en standaarden over arbeidsomstandigheden moeten worden nageleefd. De International Labour Organization ziet hierop toe. Overigens is dat geen sinecure. Ooit is een invoerboycot ingesteld tegen handgeknoopte kleden uit Nepal. De actie lukte. Veel kinderen verloren hun baan in deze exportindustrie. Een groot gedeelte kwam in de prostitutie terecht.

Globalisering leidt tot culturele armoede.

De iconen van de moderne wereldeconomie zijn de grote mondiale ondernemingen zoals Coca-Cola en Microsoft. Een populair argument is dat de alomtegenwoordigheid van deze bedrijven de rijke lokale cultuur van veel landen aan het verdringen is. Ook hier is de werkelijkheid minder eenvoudig.

Het is niet verplicht Coca-Cola te drinken. Als consumenten voor mondiale merken kiezen, worden die merken kennelijk geprefereerd. Ook de bezwaren tegen de mondiale culturele eenheidsworst, die door globalisering zou ontstaan, snijden geen hout. De romantische aanblik van het kleine vissersbootje dat het pittoreske haventje invaart, bestuurd door iemand met een karakteristiek vissershoofd, is wellicht leuk voor de toeristen die op een terrasje foto's maken, maar niet voor de visser in kwestie. Wat voor ons een stil, idyllisch haventje is waar de lokale bevolking nog tijd heeft om over de wezenlijke zaken van het leven te filosoferen, is voor de bewoners zelf niet zelden een woonplek die wordt gekenmerkt door gebrek aan werk en inkomen, en dus veel te veel tijd.

Daarnaast heeft de toenemende globalisering ook het paradoxale effect dat juist de eigen cultuur – de eigen taal bijvoorbeeld – meer wordt gekoesterd: de roep om de versterking van de eigen nationale identiteit is wijdverspreid. In veel landen leidt de opkomende globalisering juist tot tegenkrachten: de populariteit van Frans Bauer groeit en er wordt meer geïnvesteerd in het nationale cultuurgoed.

De wereldwijde zichtbaarheid van bepaalde ondernemingen en hun logo's heeft ook grote voordelen. Shell werd in Nigeria niet plotseling milieubewust omdat het diep begaan was met het lot van de Nigerianen, maar omdat de publiciteit over olielekkages aldaar in Europa en de VS ongunstig was voor het imago. Zolang burger en consument vrij zijn om te kiezen en hun stem te laten horen, wint de cultuur door globalisering.

Aan misverstanden over de voordelen van globalisering geen gebrek, maar wie of wat gaat erop achteruit in de wereldstrijd om economische voorspoed? Door internationale handel is mondiale arbeidsverdeling mogelijk, maar dit betekent ook dat sommige bedrijfstakken groeien en andere sectoren krimpen of verdwijnen.

Dit gevolg van een efficiëntere arbeidsverdeling is onvermijdelijk. Bedrijven die mondiaal te duur zijn, verdwijnen van de aardbodem. Met name in deze sectoren zijn in de rijke landen relatief veel laaggeschoolden werkzaam.

Globalisering is voor laaggeschoolden daarom slecht nieuws, omdat het, na ontslag, niet zeker is dat zij ander werk kunnen vinden in één van de groeiende bedrijfstakken. Daar bestaat immers in het algemeen juist behoefte aan wat hoger geschoolden. De constatering dat er, gemiddeld genomen, vooruitgang geboekt wordt, doet hieraan niets af. Dat heeft ook weinig betekenis voor iemand die zojuist is ontslagen.

De verliezers van globalisering kunnen dus specifiek worden benoemd. Dat is niet het geval met de veel abstractere winnaars: massa-ontslagen of bedrijfssluitingen halen de krant, maar dat geldt veel minder voor wervingsacties of bedrijfsopeningen waardoor het gemiddelde inkomen stijgt. Deze asymmetrie verklaart waarom de roep om protectionistische maatregelen nooit ver weg is. De belangenbehartigers van deze door globalisering bedreigde groepen, zoals landbouworganisaties en vakbonden, kunnen hun achterban veel makkelijker motiveren en activeren dan de veel amorfere winnaars. De algemene – en veel abstractere – voordelen van globalisering zijn alomtegenwoordig, maar niet aanwijsbaar aanwezig bij de fabriekspoort van een sanerend bedrijf of bij een sluitende boerderij.

Keer op keer blijkt dat beleidsmakers uiteindelijk meer gegrepen worden door het lot van de mondige verliezers dan door de abstractere voordelen van globalisering, die subtiel verspreid zijn over iedereen en van alles en nog wat.

Deze asymmetrie tussen winnaars en verliezers is de dieperliggende achtergrond waarom de WTO nooit zal verdwijnen. Deelnemers aan de onderhandelingen vragen altijd om concessies van andere landen, maar voelen zelf de hete adem in de nek van allerlei belangengroepen.

Dat de huidige Doha-ronde snel zal zijn afgerond, is daarom uiterst onwaarschijnlijk. Onze voorspelling: 2010.

Steven Brakman en Arjen van Witteloostuijn zijn als hoogleraar economie verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen.