`Haïti moet zonder krukken leren lopen'

In Haïti groeit de weerstand tegen de buitenlandse interventie. Maar een internationale troepenmacht verwacht nog minimaal 10 jaar te moeten blijven.

In grote glimmende witte voertuigen van de Verenigde Naties rijdt een groep Haïtiaanse journalisten door de sloppenwijken van de hoofdstad Port-au-Prince. Op een school zien ze hoe hun jonge landgenoten ontwormingspillen krijgen en een dagelijkse maaltijd van het Wereldvoedselprogramma (WFP). In een andere buurt wordt een lokaaltje bezocht waar randgroepjongeren achter zwarte beeldschermen zitten voor een door de VN georganiseerde computercursus.

Tussen verlegen giechelende kinderen in uniform spreekt de Senegalese WFP-directeur Mamadou Mbaye de pers toe. ,,Samen met u zullen we duidelijk maken dat we Haïti er weer bovenop helpen'', vertelt hij. Maar aan Franck Séguy van Le Matin – één van de twee landelijke kranten van Haïti – is de oproep niet besteed. ,,De internationale gemeenschap maakt ons tot hulpverslaafden'', moppert Séguy terwijl hij demonstratief sloffend de rondleiding volgt. ,,De buitenlandse organisaties en VN-troepen vormen een bezettingsleger dat moet verdwijnen.''

Zo'n 6.200 VN-soldaten, 1.400 internationale politiemannen en honderden buitenlandse hulporganisaties maken in Haïti de dienst uit. In februari 2004 volgde een interventie nadat president Aristide na maanden van onlusten zijn land was ontvlucht. Inmiddels snakt het land naar de voor 8 januari geplande verkiezingen. Dan moet een opvolger worden gekozen voor de door de VN ingestelde interim-president. Want veel vreugde over de rol van de internationale gemeenschap en de honderden miljoenen euro's die ze al jarenlang uittrekt voor het armste land van het westelijk halfrond, valt er in Haïti niet op te tekenen.

,,Na twee eerdere interventies van de VS leven we nu onder de derde bezetting van ons al ruim tweehonderd jaar onafhankelijke land'', zegt Jean Claude Cerin, secretaris van de zogeheten oppositiegroep 184. Dit orgaan, waarbij inmiddels zo'n 600 niet-politieke organisaties zijn aangesloten, publiceerde twee weken geleden een Nieuw Sociaal Contract. Een manifest waarin staat hoe Haïti weer zelfstandig vooruit kan. ,,Haïti is een patiënt en het buitenland levert de krukken. Het is nu tijd dat we weer snel zelf gaan lopen'', zegt Cerin. Journalist Séguy is nog stelliger: de bezetters moeten morgen weg. ,,Dan krijg je wellicht één grote knokpartij maar daarna lossen we het wel zelf op.''

De Braziliaanse ambassadeur in Port-au-Prince, Paulo Cordeiro, kent de geluiden. ,,Publiekelijk zeggen Haïtiaanse politici dezer dagen steeds vaker dergelijke dingen. Maar in privégesprekken smeken ze me om te blijven.'' Brazilië voert de VN-troepenmacht aan en is met 1.200 soldaten hofleverancier. ,,We vormen de preventie tegen een sociale ontploffing. En ik denk dat we minimaal nog tien jaar lang hier moeten blijven voordat Haïti alleen verder kan.''

Een collega die namens de Organisatie van Amerikaanse Staten in Haïti werkt, de Canadese Elizabeth Spehar, voorspelt ook een langdurige internationale aanwezigheid. ,,In het verleden zijn we na interventies vaak te vroeg vertrokken omdat er weer een andere brandhaard aandacht vroeg. Nu zullen we pas weg gaan als de instituties van dit land sterk genoeg zijn.''

Ambassadeur Cordeiro bespeurt een zekere tweeslachtigheid bij de Haïtiaanse politici. ,,Ze praten honderduit over grootse plannen. Maar als ik dan vraag naar de financiering dan zeggen ze: met hulp van de internationale gemeenschap. Ze willen wel ons geld maar niet onze aanwezigheid.'' Maar die houding is volgens Cordeiro niet acceptabel. Haïti zal eerst moeten aantonen dat het land het management van en controle op uitgaven aan kan.

In het acht miljoen inwoners tellende land domineren de buitenlanders het straatbeeld. Overal rijden auto's met logo's van hulporganisaties. Als in hotel Oloffson na middernacht 's lands beste band, RAM, optreedt, staan de blanken vooraan te dansen. En in de achter hoge muren verstopte modieuze restaurants worden heerlijke Libanese of Belgische gerechten geserveerd en spreken de klanten vooral Engels, Spaans of Portugees.

Dat landen als Brazilië, Argentinië, Chili, Peru en Bolivia nadrukkelijk aanwezig zijn in Haïti, is geen vanzelfsprekendheid. Thuis wonen ook aanzienlijke delen van de bevolking in vergelijkbare miserabele omstandigheden. Maar het past binnen het streven om in de eigen regio de zaakjes zelf op te knappen.

Latino's nemen de traditionele rol van de Fransen en Amerikanen over. Die oude kolonisatoren zijn er volgens vrijwel elke Haïtiaan voor verantwoordelijk dat de voormalige, zeer winstgevende kolonie is verworden tot een chronische bedelaar. Na de succesvolle slavenopstand die in 1804 onafhankelijkheid bracht, werd Haïti internationaal geboycot. Frankrijk eiste met succes enorme herstelbetalingen. De Verenigde Staten erkenden Haïti pas in 1862.

,,Het is gelet op de geschiedenis begrijpelijk dat de Haïtianen ressentimenten voelen. Ze zijn heel nationalistisch en de huidige bezetting ervaren ze als een enorme vernedering'', zegt de Belgische pater Jan Hanssens die al 32 jaar voor de mensenrechtenorganisatie Justice et Paix in Haïti werkt.

Toch moeten Haïtianen ook kritisch naar zichzelf kijken, zegt Jean Claude Cerin, secretaris van oppositiegroep 184. Er moet een eind komen aan de politieke corruptie. Het land is zo onderontwikkeld dat mensen de politiek zien als de enige manier om de zakken te vullen, zegt hij. ,,Elke leider wil eenmaal aan de macht levenslang regeren.''

In het Nieuwe Sociale Contract pleiten de maatschappelijke organisaties voor een ,,verandering van het gedrag en de mentaliteit van de Haïtianen''. Volgens Cerin is er ook in eigen land te veel discriminatie. De landbouwers in de bergen worden achtergesteld en ook vrouwen.

Het buitenland zou er volgens pater Hanssens tegelijkertijd goed aan doen te kijken of al het hulpgeld niet beter kan worden gebruikt. ,,Charitatieve programma's alleen zijn niet genoeg. Haïti moet hulp krijgen waarmee iets duurzaams tot stand komt. En de Haïtiaanse regering moet ook toestemming en middelen krijgen om te investeren in het scheppen van werkgelegenheid. Het is gebleken dat het neoliberale model niet werkt. De toekomst van Haïti mag niet afhangen van de goedertierenheid van de ondernemer om hier te investeren.''