Geen gratis rijksmusea

Niets is gratis, en zeker musea niet. Als VVD-Kamerlid Annet Nijs de toegang tot rijksmusea gratis wil maken, blijft dus de vraag wie dat gaat betalen. In elk geval niet de overheid, is haar antwoord, maar de musea zelf. Dat geldt ook voor het eerdere plan van de PvdA om één dag in de week geen entreegelden te heffen. Beide delen een sinterklaas-surprise uit op rekening van een ander. Het is een extra last boven op de korting van 2,5 procent die al is opgelegd aan rijksmusea.

Nijs schijnt meer inzicht te hebben in de inkomstenstroom van musea dan de directies ervan. Volgens haar zal door het toegenomen bezoek aan rijksmusea het verlies aan entree-inkomsten ruim kunnen worden gecompenseerd door de extra opbrengsten uit de restaurants en de museumwinkel. Dat is niet aannemelijk.

Sommige rijksmusea zijn al vol, zodat er nog maar weinig bezoekers bij passen. Het is niet waarschijnlijk dat de nieuwe bezoekers die zich eerder hadden laten afschrikken door de toegangsprijs, voor zulke hoge bedragen in het museum gaan consumeren dat het verlies aan entree-inkomsten uit de extra winstmarge kan worden vergoed. Daarbij is de vraag of de pretpark-activiteiten die nodig zijn voor de extra inkomsten nog wel overeenstemmen met de belangrijke culturele missie van het museum. Het staat krenterig en ongastvrij om dan buitenlanders die al heel wat aan de economie bijdragen, wel nog entreegelden te laten betalen. Deze vorm van discriminatie staat ook op gespannen voet met wetgeving die alle Europese burgers gelijkstelt.

Nijs verwijst naar het Britse voorbeeld, waar het museumbezoek na de opheffing van de entreeprijzen met 70 procent is gestegen. Maar de inkomsten zijn achtergebleven, want een aantal Britse musea wil weer entree gaan heffen.

De plannen van Nijs en de PvdA passen in de nieuwe trend bij de overheid om als gastheer gul sigaren te presenteren uit dozen van de gasten. Hetzelfde doet zich voor bij andere zelfstandige instellingen als verpleeghuizen of scholen. Maar nu de rijksmusea eenmaal zijn verzelfstandigd, kan de overheid er beter ook van afblijven. Zij kunnen zelf het beste bepalen hoe ze buiten subsidie hun inkomsten en bezoek op peil moeten houden. De invloed van de entreeprijs verschilt per rijksmuseum.

Het probleem waar de plannetjes van Nijs en de PvdA een oplossing voor willen bieden, is wel serieus. Klassieke kunst en cultuur genieten te weinig belangstelling onder jongeren. Korting of vrijstellingen voor jongeren door middel van speciale jeugdpaspoorten is effectiever dan een entreeprijs-verbod. De geringe belangstelling van jongeren is niet alleen een geldkwestie, maar ligt ook aan het studiehuisachtige onderwijs. Onderwijsplanners zetten kinderen en hun tijdelijke ideeën over wat `leuk' is steeds meer in het middelpunt. Een goed cultuurbeleid volgt niet alleen de tijdelijke grillen van de markt, maar moet ook vaststellen wat belangrijk is om door te geven aan de volgende generaties. Als gratis entreeprijzen voor rijksmusea daarin passen, moet de overheid daar extra geld in steken, in plaats van het over te laten aan nieuwe museale commercie.