...en er is te veel bureaucratie

Bureaucratisering dreigt succesvolle subsidie- programma's voor onderzoek de nek om te draaien, vinden Tilman Hackeng en Elies van Sliedregt.

Onze `kenniseconomie' is afhankelijk van onderzoekers en hun talent. Er dient een klimaat geschapen te worden waarin onderzoekstalent zich kan ontplooien. Maar van overheidswege worden kansen niet benut om dit klimaat voor talentvolle wetenschappers te verbeteren. Het probleem is dat succesvolle subsidieprogramma's worden gehinderd door bureaucratische constructies waarbij universiteiten verregaande invloed uitoefenen op de positie van de wetenschapper en de uit te zetten onderzoekslijn.

Het bekendste onderzoekssubsidieprogramma is de NWO-vernieuwingsimpuls waarbij via de subvormen Veni, Vidi en Vici de top 10-20 procent van gepromoveerde onderzoekers in verschillende stadia van hun carrière financieel worden ondersteund. De vernieuwingsimpuls is nadrukkelijk gericht op het stimuleren van personen en scheidt het kaf van het koren bij het ontwikkelen van onderzoekstalent. Belangrijke belemmeringen bij deze subsidievormen zijn echter de `inbeddinggarantie' en de `matchingverplichting'.

Voor het succesvol doorlopen van de toekenningsprocedure neemt het gastinstituut kennis van de onderzoeksaanvraag en verklaart het dat het onderzoek past binnen zijn onderzoeksprogramma, de inbeddinggarantie. Deze voorwaarde beperkt de onderzoeker in zijn/haar onderzoeksvrijheid en keuze voor een gastinstituut.

In de huidige notitie wordt dit probleem slechts voor de Vidi-subsidie onderkend en wordt de inbeddinggarantie voorafgaande aan een Vidi-subsidieaanvraag afgeschaft. Wij zijn van mening dat de inbeddinggarantie ook voor de andere twee vernieuwingsimpulsvormen moet verdwijnen.

Voorts wordt bij toekenning van de vernieuwingsimpulssubsidie slechts tweederde van de aangevraagde subsidie uitgekeerd. Het gastinstituut dient het resterende deel te `matchen'. Zelden krijgt de onderzoeker dit deel in de vorm van geld als out-of-pocket matching in handen. Universiteiten voldoen op creatieve wijze aan deze matchingverplichting. Bestaande middelen (salarissen van medewerkers en infrastructuur) worden ingezet als eigen bijdrage. Dit resulteert in een beperking van het uit te voeren onderzoek: de begroting klopt niet meer en onderzoeksbenodigdheden kunnen niet worden aangeschaft.

Dit probleem wordt groter naarmate een instituut meer vernieuwingsimpulssubsidies binnenhaalt. Toekenning levert hoofdbrekens op over de matching. Het vaste medewerkers- en infrastructuurbudget is opgesoupeerd en het plafond bereikt. Er ontstaat een paradoxale situatie: hoe succesvoller een onderzoeksgroep des te minder nieuwe aanvragen voor vernieuwingsimpulsonderzoek kunnen worden ingediend. Inbeddinggarantie en matchingverplichting werken contraproductief en wetenschappelijk talent wordt gesmoord. Derhalve dient de matchingverplichting op alle persoonsgebonden subsidies te worden afgeschaft.

Het vernieuwingimpulsprogramma nadert zijn einde. Het programma is succesvol, maar wordt geremd door bureaucratie. Onze vereniging pleit voor voortzetting van dit programma met afschaffing van inbeddinggarantie en matchingverplichting en met een uitbreiding van vernieuwingsimpulsmiddelen met 30 procent. Alleen op die wijze zal de positie van jong onderzoekstalent en de concurrentie tussen instellingen en daarmee de voorwaarden voor toponderzoek in belangrijke mate gestimuleerd worden.

Tilman Hackeng (Universiteit Maastricht) en Elies van Sliedregt (Universiteit Leiden) zijn lid van de Vereniging voor Vernieuwingsimpuls Onderzoekers (VVViO).