Een eerlijk proces voor Saddam?

Het proces tegen Saddam Hussein is na een lastig begin hervat. Hoe groot is de kans dat het eerlijk eindigt? En, wat is eerlijk?

De berechting van Saddam Hussein komt moeilijk op gang. Na de aanvang veertig dagen geleden werd het meteen verdaagd, en bij de hervatting gisteren volgde een week schorsing. Toch moet het Iraakse Speciale Tribunaal ,,een nieuw model'' opleveren voor de berechting van misdaden tegen de menselijkheid. Dat vinden althans Amerikaanse adviseurs. Mensenrechtenorganisaties betwijfelen echter openlijk of de berechting voldoet aan de internationale eisen voor een fair trial.

Het is nooit eenvoudig om leidende figuren van een land gerechtelijk ter verantwoording te roepen voor de gruweldaden die onder hun bewind zijn gepleegd. Toch is er inmiddels een aantal voorbeelden, te beginnen met het Internationale Militaire Tribunaal van Neurenberg na de Tweede Wereldoorlog, dat dezer dagen juist weer plechtig werd herdacht. De lopende berechting van de voormalige president van Servië, Milošević, door het Joegoslavië-Tribunaal van de VN in Den Haag is, ondanks alle frustraties die het oproept, een ander voorbeeld.

De berechting van Saddam Hussein wijkt echter op belangrijke punten af van de processen die juridisch houvast kunnen geven. Een greep uit de kritiek:

Saddam wordt berecht door zijn eigen landgenoten en niet door een internationaal tribunaal.

De maatstaf voor een bewezenverklaring is niet het klassieke ,,buiten redelijke twijfel'' maar of de tenlastelegging ,,ter voldoening'' van de rechters is vast komen te staan.

Er is verder kritiek op het punt dat het zwijgen van een verdachte tegen hem mag worden gebruikt en dat de verdachten tijdens het vooronderzoek te weinig rechtsbijstand hebben gehad.

Een knelpunt ten slotte is dat Irak de doodstraf weer heeft ingevoerd.

De Amerikanen, die een grote rol hebben gespeeld bij het opzetten van het tribunaal, zeggen dat het juist de bedoeling is dat misdrijven tegen de menselijkheid worden berecht waar ze zijn begaan. Een voormalig functionaris van de Voorlopige Autoriteit, Tom Parker, wijst erop dat artikel 17 van het Statuut van het nieuwe Internationale Strafhof dat met zoveel woorden voorschrijft. Dit argument zou geloofwaardiger zijn als de Verenigde Staten dit strafhof zouden erkennen in plaats van er voortdurend campagne tegen te voeren.

Het nieuwe van het Iraakse model is dat het een ,,een geïnternationaliseerd nationaal tribunaal'' bevat. Dat zegt de Amerikaanse hoogleraar Michael P. Sharf, die werd ingeschakeld bij de voorbereiding van het tribunaal. Van een echte internationale inbreng is echter nog weinig te merken. In Sierra Leone gaat het tenminste nog om een gemengd tribunaal. De gerenommeerde volkenrechtsgeleerde Cherif Bassiouni, die ook een rol speelde in het voortraject, betitelde het Iraakse model dat ten slotte uit de bus is gekomen onlangs op de televisie als ,,een warboel''.

De VS en Irak hebben de internationale gemeenschap er juist buiten gehouden, omdat ze anders niet de doodstraf konden toepassen. De mogelijkheid van een doodvonnis is voor Nederland bijvoorbeeld een beletsel om materiaal aan te dragen over de zakenman Van A., die terecht staat wegens de levering van materiaal voor gifgas aan Saddam.

Het Europees verdrag voor de mensenrechten verbiedt de doodstraf. Helaas wordt de doodstraf nog steeds aanvaard – en toegepast – in de Arabische wereld, die zich er op kan beroepen dat deze straf niet op universele schaal in de ban is gedaan. Net zoals de Verenigde Staten trouwens.

In elk geval vergt een proces dat kan uitmonden in de doodstraf maximale zorgvuldigheid. Vandaar de zorg over de bewijsstandaard. Dat de schuld van de verdachte ,,ter voldoening'' van de rechter moet komen vast te staan, is echter minder vreemd dan lijkt. Zo speelt in de Nederlandse strafrechtspraak de ,,overtuiging'' van de rechter een belangrijke rol bij de bewijsvoering.

In het Tijdschrift voor Strafrecht van deze maand waarschuwt de Nijmeegse hoogleraar Buruma naar aanleiding van de rechterlijke dwaling in de Schiedamse parkmoord met zoveel woorden tegen ,,een al te kwistig aanhalen van `in dubio pro reo' (bij twijfel wordt beslist ten gunste van de verdachte)'' in zedenzaken, hoewel deze categorie juist vaak aanleiding geeft tot twijfel. Buruma noemt te veel vrijspraken op deze grond zelfs ,,even problematisch voor de legitimiteit van de rechtspraak als het geven van verkeerde oordelen''. Dat is andere koek dan de klassieke regel ,,beter tien schuldigen vrijuit dan één onschuldige achter de tralies''.

In Irak botsen twee rechtsculturen die elk internationale geldigheid hebben. De norm beyond reasonable doubt komt uit het zogeheten `accusatoire' model, waarbij het strafproces in het teken staat van een partijenstrijd. Dit model wordt vooral geassocieerd met de Angelsaksische traditie. Maar er is ook een meer `inquisitoir' model, dat bijvoorbeeld wordt aangetroffen in continentaal Europa, waarbij de verdachte vooral object van onderzoek door de justitie is. Deze twee modellen zijn uitersten binnen de algemene internationale eis van een ,,eerlijk proces''.

Het met elkaar in overeenstemming brengen van deze uitersten is al een lastige opgave gebleken voor de internationale tribunalen. Des te meer geldt dit voor het Iraakse Speciale Tribunaal, dat het alleen moet opknappen.

Frank Kuitenbrouwer is medewerker van NRC Handelsblad

kuitenbrouwer@nrc.nl