Doding zieke baby niet eerst bij justitie

Artsen die het leven van een ernstig zieke pasgeboren, of nog ongeboren baby actief beëindigen hoeven dat niet meer zelf aan justitie voor te leggen. Een landelijke commissie toetst of een arts zich aan de regels heeft gehouden en brengt daarover advies uit aan het openbaar ministerie.

Het kabinet stemt daarmee in met een eerder plan van minister Donner (Justitie, CDA) en staatssecretaris Ross (Volksgezondheid, CDA) een deskundigencommissie in te stellen. Leden voor die commissie zijn in september al benaderd. Hoogleraar gezondheidsrecht J. Hubben gaat de commissie leiden.

De wet wordt niet aangepast. Actieve levensbeëindiging van deze kinderen blijft juridisch gezien moord. In tegenstelling tot euthanasie kunnen deze patiënten niet om hun eigen dood verzoeken.

Het OM kan wel besluiten de arts niet te vervolgen. De commissie toetst op basis van door de beroepsgroepen zelf opgestelde regels of de arts medisch, ethisch en juridisch zorgvuldig heeft gehandeld. De regels waaraan kinderartsen zich moeten houden wanneer ze het leven van een pasgeborene beëindigen, werden bekend als het `Gronings protocol'.

Naast Hubben zullen in de commissie een ethicus plaatsnemen en drie artsen, die samen één stem hebben. De bezetting van de artsen zal wisselen naar gelang het gaat om levensbeëindiging van een pasgeborene, dan wel late zwangerschapsafbreking (na 24 weken zwangerschap). De leden van de commissie worden benoemd voor een periode van zes jaar, met een mogelijkheid tot herbenoeming van nog eens zes jaar.

Het kabinet beoogt met de instelling van de commissie ,,de transparantie van de besluitvorming en de zorgvuldigheid van het handelen te vergroten''. Dat schrijven de bewindslieden Donner en Ross vandaag in een brief aan de Tweede Kamer.