`Documentaire is niet de waarheid'

Filmmaker Hany Abu-Assad kwam twee jaar geleden in opspraak met zijn documentaire Ford Transit. Nu stelt het `zwarte schaap' een top tien samen.

Hany Abu-Assad (Nazareth, 1961) kreeg in oktober op het Nederlands Film Festival het Gouden Kalf voor beste Nederlandse film met Paradise Now, een speelfilm over twee Palestijnse zelfmoordterroristen. Twee jaar geleden kwam hij op dat festival in opspraak omdat hij voor zijn documentaire Ford Transit, over een Palestijnse taxichaufeur, gebeurtenissen in scène had gezet. De producent, VPRO, trok de film terug uit de documentairecompetitie. Nu stelt de regisseur voor het International Documentary Filmfestival Amsterdam (IDFA) zijn Top 10 van beste documentaires samen.

Was u verbaasd dat het IDFA u vroeg?

,,Ja. Ik ben niet echt een documentairemaker. Twee jaar geleden werd ik het zwarte schaap van de Nederlandse documentaire. Het was geen leuke periode, maar het was wel nuttig. Ik werd gedwongen na te denken. Daarvoor was ik vooral gevoelsmatig bezig. Ik moest me nu afvragen wat het verschil is tussen documentaire en speelfilm en hoe je non-fictie in kunt zetten om een verhaal te vertellen. Ik zou Ford Transit nog steeds op dezelfde manier maken, alleen de VPRO daar ook van op de hoogte hebben gesteld. Ik vind het bijvoorbeeld niet erg dat de man die in Ford Transit de taxichauffeur speelde, geen chauffeur was.''

U heeft gezegd dat u nooit meer een documentaire wil maken.,,Dat klopt, al hecht ik niet zo aan het benoemen van films. Maar voorlopig heb ik geen plannen. Ik wil alleen in 2007 weer een film over Nazareth maken, een vervolg op Nazareth 2000. Zoals Michael Apted in zijn reeks 7 Up mensen volgt, zo zou ik die stad willen blijven volgen.''

Op uw Top 10 van beste documentaires komen twee speelfilms voor, `Close-Up' van Abbas Kiarostami (1990) en `A Moment of Innocence' van Mohsen Makhmalbaf (1996).,,Close-Up heeft mijn ogen geopend. Door die film begreep ik dat de documentaire een genre is en niet het vertellen van de waarheid. Het is meer dan journalistiek. Kenmerk van het genre is bijvoorbeeld dat je gebruik maakt van spontane gebeurtenissen. Maar de grens tussen genres is vloeiend. `A Moment of Innocence' is bijvoorbeeld een speelfilm, maar na afloop leek het of ik een documentaire had gezien.''

Kent u `Checkpoint'? Met deze documentaire, die twee jaar geleden de Joris Ivens Award won, is `Ford Transit 'vaak vergeleken. In die film, met min of meer hetzelfde onderwerp, was niets in scène gezet.,,Ik vond het wel een goede film, maar geen mooie. De Israëlische soldaten en de Palestijnen worden er nogal stereotiep in neergezet. De film vertelde mij niets nieuws. Bovendien schildert hij alle Palestijnen als zielige mensen af. Ik vind dat nogal makkelijk. De film is vooral uit op medelijden. In mijn Top 10 nam ik wel Het ondergronds orkest van Hedy Honigmann op, een film over straatmuzikanten in Parijs. Dat is ook een film over zielige mensen. Maar in haar film blijven ze niet zielig. En je hoeft je er ook niet schuldig te voelen. De film weet troost te schenken.''

Wat vindt u van het IDFA Fonds? Het publiek van het IDFA kan geld storten op een fonds waar documentairemakers de hoofdpersonen uit hun films voor kunnen voordragen. Een commissie beslist wie geld krijgt.,,Ik houd niet van bedelen. Ik zou er ook nooit iemand voor voordragen. Maar ja, er zijn ook mensen die zich goed voelen als ze een bedelaar geld hebben gegeven.''

Op nummer één in uw Top 10 staat `When We Were Kings' van Leon Gast (1996), over het gevecht tussen Muhammad Ali en George Foreman in Zaïre in 1974. Wat vindt u zo mooi aan deze film?,,Het is een stukje geschiedenis dat ik opnieuw beleef. Ik was een kind toen de `rumble in the jungle' plaatsvond en nu zie ik het opnieuw als volwassene. De film laat mij die tijd herleven én er kritisch naar kijken. Foreman was bijvoorbeeld zwarter dan Muhammad Ali, maar dat zag ik toen helemaal niet. Hoe is dat mogelijk? De film gaat over manipulatie. Hij is zelfs hypnotiserend.''