De kloof is diep, maar niet voor eeuwig

De kloof tussen rijk en arm wordt in Nederland steeds dieper, daarover zijn wetenschappers het eens. Komt dit ook doordat de kloof tussen autochtoon en allochtoon dieper wordt?

Dirk Jongen is getrouwd met Assya Khalidi, een Nederlandse van Marokkaanse afkomst. De broer van zijn vrouw heeft ook een `interculturele' relatie met een Hollandse. En ja, ze zijn nog steeds, allevier, al jaren, gelukkig samen. Het kán dus, integratie in Nederland. ,,Laten we eens ophouden er altijd als een probleem over te praten'', zegt Dirk Jongen.

Maar verwacht van hem niet louter positieve geluiden over integratie tussen bevolkingsgroepen in Nederland. Zijn vrouw en hij zijn een uitzondering, stelt hij nuchter vast. De Marokkaanse gemeenschap waaruit zijn vrouw komt, trouwt vooral binnen de eigen groep en heeft daar vrienden. De autochtone vrienden blijven binnen de `witte' scene. ,,Iedereen blijft in zijn eigen wereldje hangen'', zegt Jongen.

Precies dát signaleerde sociaal-demografisch onderzoeker Jan Latten van het Centraal Bureau voor de Statistiek deze maand ook. Bevolkingsgroepen mengen amper in Nederland, zo zei hij. De kloof tussen arm en rijk, en daarmee veelal allochtoon en autochtoon, wordt groter in Nederland.

De verschillende groepen trekken zich steeds meer terug in hun eigen scholen, opereren op een eigen deel van de arbeidsmarkt, wonen in hun eigen straten en bewegen zich binnen hun eigen sociale netwerken. Als de onderklasse blijft trouwen met een partner uit de `eigen groep' worden achterstanden doorgegeven aan de volgende generatie. Zo duurt het nog lang voordat de integratie kan vorderen, zegt Latten. ,,Die hoogleraar heeft gelijk'', zegt Dirk Jongen.

Ook andere wetenschappers signaleren: de kloof tussen arm en rijk wordt groter in Nederland. Maar niet iedereen is zo somber als Latten. Helga de Valk bijvoorbeeld, onderzoekster bij het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (NIDI), denkt dat het opleidingsniveau onder allochtone jongeren sneller verbetert dan Latten denkt. En scholing is een belangrijke motor voor integratie, zegt zij.

,,Latten betrekt in zijn analyse de hele allochtone groep, van 25 tot 65'', zegt De Valk. ,,En op grond daarvan zegt hij dat hij amper vooruitgang in scholing ziet met de vorige generatie. Het lijkt mij dat als je de jongere generatie van 12 tot 24 vergelijkt met de oudere, je wel degelijk een grote vooruitgang ziet. Ik zie nu al een grote sprong in opleidingsniveau van de eerste naar de tweede generatie allochtonen. Ik kan geen enkele reden bedenken waarom die trend zich niet zal voortzetten in de derde generatie.''

Volgens haar is het bovendien nog maar de vraag of het trouwen binnen de eigen groep doorzet, en dat zo dus achterstanden worden doorgegeven. ,,We zien bijvoorbeeld nu al dat het aantal importhuwelijken afneemt.'' Een ontwikkeling die ook Jaco Dagevos van het Sociaal en Cultureel Planbureau positief noemt, ,,omdat een daling van het aantal huwelijksmigranten positief uitwerkt op de integratie van groepen. Datzelfde hebben we gezien bij Surinamers.''

Tegelijkertijd ziet het NIDI ook steeds meer allochtone jongeren die trouwen uitstellen en langer doorleren, ook een verandering in attitude die integratie zal vergemakkelijken. Jonge allochtonen ambiëren ook veelal een lager kindertal dan hun ouders, zegt De Valk. Ook zijn de opvattingen van Marokkaanse jongens over de verdeling van taken binnen een huishouden ,,verbazingwekkend modern. Moderner dan die van veel autochtone jongens en Turkse jongens, die veelal het kostwinnersmodel als ideaal zien.'' Uit onderzoek van het NIDI blijkt bovendien dat de meerderheid, ook van de Marokkaanse jongens, ongehuwd zou willen samenwonen. ,,Je moet je afvragen of ze dat dan ook straks gaan doen, maar hoe ze erover praten is in ieder geval al een trendbreuk te noemen.''

Maar je kan het ook omdraaien, zegt prof. dr. Justus Veenman, hoogleraar Economische Sociologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Helpt trouwen buiten de eigen bevolkingsgroep écht bij integratie? Kijk naar de derde generatie Molukkers, zegt hij. Van die groep is bijna de helft buiten de Molukse gemeenschap getrouwd. ,,Maar daar zie ik geen verbetering in de economische achterstand.'' Het lijkt erop dat daar veel meer factoren verantwoordelijk zijn geweest voor een rem op de opwaartse sociale mobiliteit.

Maar ook op andere gebied vindt Veenman de conclusies van Latten dat de segregatie steeds verder voortschrijdt, te ver gaan. Inderdaad is het zo dat de inkomensongelijkheid in Nederland is toegenomen, zoals Latten signaleert, zegt Veenman. Maar dat komt niet vooral door trouwen binnen de eigen groep, maar doordat de witte elite meer is gaan verdienen, onder andere omdat er meer tweeverdieners zijn gekomen. Maar het komt ook doordat er bezuinigd is op de sociale zekerheid en door het steeds verder loslaten van wat ooit geleide loonpolitiek was in Nederland.

Bovendien, zo zegt Veenman, ,,de arbeidersklasse is enorm afgenomen, die omvat nog maar 8 procent van de bevolking en krimpt verder. En kijk ook eens naar de dynamiek binnen de onderklasse, zegt Veenman. Het is waar dat een kwart van de Nederlandse bevolking een keer op 95 procent van het sociaal minimum terechtkomt. ,,Dat is een grote groep'', zegt Veenman. ,,Maar negentig procent daarvan weet daar binnen twee jaar uit te komen. De meerderheid weet dus relatief snel aan achterstand te ontsnappen.''

Toch worden de sombere conclusies van Latten ook wel gedeeld. Prof. dr. Ronald van Kempen, onderzoeker bij het Urban and Regional research centre van de Universiteit van Utrecht signaleert bijvoorbeeld, net als Latten, dat vooral op de woningmarkt segregatie toeneemt. Ook door de sloop van goedkope woningen en doordat er koopwoningen voor in de plaats komen, woningen die de onderklasse niet kan betalen. De arme klasse krijgt meer en meer een woning `toegewezen', helaas toch vaak in wijken bij elkaar'', zegt hij. ,,De woonsegregatie heeft de sociale segregatie bevorderd, zo blijkt uit ons onderzoek'', zegt Jaco Dagevos van het Sociaal en Cultureel Planbureau.

Dagevos ziet verder, net als Latten, vooruitgang van de onderklasse op de arbeidsmarkt slechts met ,,horten en stoten tot stand komen''. Er is echter ook een andere kant, zo stelt Dagevos. ,,Behalve achterstand zie je veel allochtonen in snel tempo integreren. De doorstroom naar het hoger onderwijs, en dan met name het hbo is spectaculair. Maar tegelijkertijd zie je in het onderwijs ook nog steeds een grote achterstand bij jongeren, blijkend onder andere uit een hoge drop-out. Op de arbeidsmarkt zie je hetzelfde. De allochtone middenklasse groeit, terwijl aan de andere kant de conjunctuur allochtonen zwaar treft. Kijk maar naar de snel gestegen werkloosheid en dan met name bij de jongeren. En dan hebben we het over de criminaliteit nog niet gehad'', zegt onderzoeker Dagevos.

Dirk Jongen, die getrouwd is met Assya Khalidi, denkt dat ,,er gewoon te veel wordt gepraat, over integratie. Zoals wij nu ook weer doen. Ik ben positief over de integratie op de lange termijn. Kijk naar mijn kinderen, die groeien ook weer op met een ander gedachtegoed dan hun ouders en grootouders. Het heeft gewoon meer tijd nodig.''