Chinees? Simpel!

Onbegrijpelijke tekens, onverstaanbare klanken, verschillende tonen. Het Chinees heeft de reputatie een onmogelijke taal te zijn. ,,Welnee! Het is prima te leren en een heel interessante taal bovendien'', betoogt docent Ans de Rooij. ,,De grammatica is voor ons gevoel niet erg ingewikkeld. En het is mooi om te ontdekken dat die karakters echt niet zo maar een samenraapsel van een willekeurig aantal streepjes zijn. Daar zit heus een systeem achter.''

Hoe spreek je zo'n karakter nou uit?

De Rooij: ,,Van een karakter kan je de uitspraak niet aflezen, dat is de grote moeilijkheid bij het leren van Chinees. Wèl kun je de karakters indelen in betekeniscategorieën. Elk karakter heeft een zoeksleutel of radicaal, die aangeeft in welke groep dit karakter thuishoort. Als je Chinees leert, kan het een openbaring zijn om zo'n radicaal in een woord te ontdekken. Zo is er een `water'-radicaal met drie waterdruppels. Dit waterradicaal vind je terug in woorden als rivier, stromen, meer en zweet. Dan heb je in ieder geval enig idee van de betekenis. En het grasradicaal geeft aan dat een woord iets met de planten te maken heeft. Zo heb je ook het ijzerradicaal, het vuurradicaal, het ziekteradicaal. Het slaande hand-radicaal geeft aan dat het woord iets te maken heeft met een actie, zoals slopen. In allerlei oude buurten van grote steden kan het gebeuren dat er dit karakter `slopen' op je huis staat. Heel schrijnend. Dan moet je maar snel zorgen dat je wegkomt omdat je huis binnenkort wordt platgewalst voor een nieuwe flat.''

Hoe zoek je een onbekend woord op?

,,Je moet eerst bepalen wat het radicaal van het karakter is. Dat zoek je op in het woordenboek aan de hand van de radicaalindex. Dan vind je een verwijzing naar een lijst met alle karakters die met dat radicaal worden geschreven. En vervolgens staan de tekens gerangschikt naar aantal streepjes. Bij elk karakter dat je leert, moet je dus heel nauwkeurig het juiste aantal streepjes leren schrijven. Het blijft tijdrovend, maar je krijgt er steeds meer handigheid in. In woordenboeken staan rond de 200 radicalen en veel nummers ken je op den duur uit je hoofd. Er zijn systemen om het gesproken Mandarijn te romaniseren, in westers abc te noteren. Het Pinyin-systeem kom je nu overal tegen in tijdschriften, internet, woordenboeken, catalogi enzovoorts. En daar horen ook toontekens bij om aan te geven op welke toonhoogte elk woord moet worden uitgesproken. Het Chinees is immers een toontaal, je hebt vier verschillende toonhoogten plus een neutrale toon. Ook het `zingen' van die tonen is voor een Nederlander best te leren, voor je gevoel moet je flink overdrijven en je in het keurslijf van die tonen laten dwingen. Vergeet je eigen intonatie! Toen ik een jaar in Beijing woonde, kwam ik in de weekends bij een Chinese familie thuis. Je hielp mee met de afwas, je ging mee naar het park, dan leer je het razendsnel, maar als je niet oppast zakt dat ook snel weer weg. Ik draai thuis in de keuken voortdurend bandjes met gesproken Chinees om het bij te houden.''