Britse natuurkunde stort in

Daling van het aantal eindexamenkandidaten, verval van lerarenbestand – er is crisis in de Britse natuurkunde. De Royal Society luidt de noodklok.

Sterft het vak natuurkunde uit in Groot-Brittannië? Het is bijna heiligschennis zoiets te opperen in het land van Sir Isaac Newton en zovele andere groten op dit gebied. Maar het valt niet langer uit te sluiten. Recent onderzoek van de Universiteit van Buckingham laat zien dat steeds minder scholieren voor natuurkunde kiezen. En steeds minder studenten schrijven zich in voor het vak aan de universiteit.

De sombere conclusies van de onderzoekers haalden de voorpagina's van de Britse landelijke kranten. De Daily Telegraph, hoedster van alle oude waarden, wijdde er zelfs een hoofdartikel aan onder de kop `We kunnen niet toestaan dat natuurkunde wordt geëlimineerd.' En passant wees het blad erop dat het befaamde Trinity College in Cambridge in zijn eentje meer Nobelprijswinnaars heeft voortgebracht dan heel Frankrijk.

Maar de huidige staat van het Britse natuurkundeonderwijs biedt weinig reden tot zelfgenoegzaamheid. Het onderzoek van de Universiteit van Buckingham, dat vorige week werd gepubliceerd, wijst uit dat anno 2005 bijna 40 procent minder leerlingen eindexamen doen in natuurkunde dan twee decennia geleden. Dramatisch is ook de daling in het aantal natuurkundeleraren: van 12.600 in 1984 tot 4.700 nu. In Nederland is ook wel sprake van een daling maar lang niet zo dramatisch. Voor een deel, aldus de Utrechtse hoogleraar natuurkundedidactiek Harrie Eijkelhof, komt dat door zij-instromers: mensen die na een loopbaan in bijvoorbeeld het bedrijfsleven alsnog voor het leraarsvak kiezen.

Verontrustend in Groot-Brittannië (óók in Nederland) is bovendien dat bijna de helft van de huidige natuurkundeleraren de komende tien jaar met pensioen gaat. De meeste nieuwelingen in het vak hebben, anders dan hun voorgangers, zelf nooit een universitaire graad in natuurkunde gehaald. En dat leidt onherroepelijk tot een lager niveau in het natuurkundeonderwijs.

,,De natuurkunde dreigt als herkenbaar vak te verdwijnen'', constateren de onderzoekers. Ze wijzen erop dat veel scholen zich tegenwoordig beperken tot onderwijs in het vak `natuurwetenschap' (science). Dit wordt vaak gegeven door biologieleraren, die minder thuis zijn in natuurkunde. Veel van de resterende natuurkundeleraren laten zich van lieverlee tot wiskundeleraren omscholen, een vak waar iets meer belangstelling voor is.

De dreigende teloorgang van de Britse natuurkunde staat niet op zichzelf. De bètavakken in het algemeen hebben het zwaar te verduren. De eerbiedwaardige Royal Society – opgericht in de tijd van Newton – kwam vorige week op haar beurt met alarmerende cijfers. Hoewel dit jaar in totaal 12,1 procent meer leerlingen eindexamen deden dan in 1991, waren er 35,2 procent minder met natuurkunde in hun pakket, 21,5 procent minder met wiskunde en 12,6 procent minder met scheikunde.

Een gevolg daarvan is dat zich minder studenten aanmelden voor universitaire studies in die vakken. Eerder dit jaar besloot de Universiteit van Hull zijn wiskundeafdeling op te heffen bij gebrek aan belangstelling. Aan de Universiteit van Exeter ging uit kostenoverwegingen de scheikundefaculteit dicht.

Lord May of Oxford, president van de Royal Society, waarschuwde dat de regering veel meer aandacht moet schenken aan dit probleem. ,,Als we hieraan niets doen, riskeren we dat we niet langer het vermogen hebben de volgende generatie wetenschappers, technologen en ingenieurs op te leiden.''

En de Labour-regering van premier Tony Blair? Die stelt dat ze zich terdege bewust is van het probleem. Daarom biedt ze aspirant-natuurkundeleraren beurzen die kunnen oplopen tot 14.000 pond (21.000 euro) en `gouden' welkomstpakketten voor nieuwe leraren.

Het tekort aan leraren lijkt samen te hangen met het feit dat de Britse economie al jaren uitstekend draait. Leraren kunnen rekenen op relatief bescheiden salarissen. Getalenteerde jongeren, ook degenen die goed zijn in bètavakken, kiezen daarom liever voor beroepen waarin ze veel geld kunnen verdienen. Het goede nieuws is dat de economie op het moment tekenen van stagnatie vertoont. Misschien profiteert het vak natuurkunde daarvan. Empirisch bewezen is die stelling echter niet.