Boksamateur met dubbelleven

Dimitri `Dimi' Serdjoek prolongeerde gisteren zijn titel bij de NK boksen in Rotterdam, twee weken na zijn mislukte WK-optreden. ,,In de ring voel ik macht.''

Hij stapte ver na middernacht zijn bed in, en stond vanmorgen om acht uur alweer in de penitentiaire inrichting in het Gelderse Harreveld. Dimitri Serdjoek (31) is niet alleen bokser, de geboren Oekraïener uit Enschede is tevens groepsleider in een tbs-kliniek, alwaar hij dagelijks wordt geconfronteerd met moeilijk opvoedbare jongeren.

Serdjoek leidt dan ook een intrigerend dubbelleven. Bij de Nederlandse kampioenschappen, gisteravond in Rotterdam, kruipt hij weer in de huid van de eerzuchtige amateurbokser, die voor de taak staat zijn zevende nationale titel veilig te stellen in het middengewicht, de klasse tot 75 kilogram. Ten koste van de onvoorspelbare Rasoul Shafaie die, vurig aangespoord door de meegereisde achterban van sportschool Muscle Fit uit Eindhoven, bloed ruikt. Serdjoek keerde vorige week terug van de wereldkampioenschappen voor amateurs in China en danst, zo blijkt al snel, allesbehalve fit door de ring van sportcentrum Schuttersveld.

Hij zucht, steunt en puft, maar weet zich op basis van ervaring en techniek ternauwernood staande te houden. Vijf minuten na afloop hapt hij nog altijd amechtig naar adem, als een spartelende vis op het droge. Wie niet beter weet, zou vermoeden dat de geblokte vuistvechter een kettingroker is, die zojuist heeft moeten rennen voor zijn leven. ,,Ik moet mijn bloed maar eens laten onderzoeken, want ik ben zo steenkapot, da's niet normaal meer'', hijgt hij.

En waarom? Serdjoek, sinds elf jaar in het bezit van een Nederlands paspoort, weet het zelf ook niet. Bijna demonstratief pakt hij het metalen plaatje met het rood-wit-blauwe lint, dat de kampioensgordel moet symboliseren. Hij fronst de wenkbrauwen en zegt, met een zwaar Oost-Europees accent: ,,Kijk, hier doe je het nou voor. Dat is toch niet te geloven, of wel soms?''

Vraag is wat hem überhaupt bewogen heeft om, zo vlak na vijf weken durende avontuur in Azië (drie weken trainingskamp in Thailand, twee weken China), in de auto te stappen, op weg naar de Rotterdamse volkswijk Crooswijk? Plichtsbesef, verklaart hij. ,,Ik had me ook ziek kunnen melden, net als Hüsnü (Koçabas, red.) heeft gedaan. Die heeft nog altijd last van zijn maag, en heeft geen zin om zich hier te laten verrassen. Ik ook niet, maar als de boksbond dit toernooi juist vanwege ons verplaatst tot na de WK kan ik het niet maken om weg te blijven.''

Ook al staat zijn hoofd niet naar boksen. Het mondiale titeltoernooi in de miljoenenstad Mianyang bracht immers niet waarop Serdjoek gehoopt had. Na in de eerste ronde te zijn vrijgeloot ging hij in de tweede ronde kansloos onderuit tegen Donatas Bondorovas uit Litouwen: 30-12. ,,Ik zat niet goed in m'n vel, en vraag me niet waarom. Voor ik het wist, keek ik tegen een enorme achterstand aan, en toen werd het alles of niks.''

Het werd dat laatste. Zijn trainer en tevens parttime-bondscoach, Hennie van Bemmel, stond erbij en keer ernaar. ,,Hij was enorm gespannen, echt van top tot teen', zegt de trainer, die Orhan `The Turkish Delight' Delibas dertien jaar geleden naar de zilveren medaille begeleidde bij de Olympische Spelen van Barcelona.

Van Bemmel heeft wel een vermoeden waarom zijn pupil zo krampachtig in de ring stond. ,,Dimi voelde zich schuldig. Naar zijn werkgever, naar zijn twee kinderen, naar zijn docenten (HBO sociaal-maatschappelijk werk, red.), naar zijn moeder die een eigen zaak heeft. Hij was vijf weken van huis, en had het gevoel dat hij iedereen in de steek had gelaten.''

Niettemin kwam Serdjoeks voortijdige uitschakeling als een verrassing. Een maand eerder, bij de Bep van Klaveren Memorial, had het boegbeeld van de Apeldoornse boksschool ABCC nog indruk gemaakt door de Cubaanse staatsamateur Diraíon González te verslaan. Hij had bovendien wat goed te maken. Twee jaar geleden stond een handbreuk deelname aan de WK in Thailand in de weg, vorig jaar miste hij maar net de Olympische Spelen.

Maar tegenslagen harden een bokser. Zo ook Serdjoek, die zijn toelage van de sportkoepel NOC*NSF (B-status) aanvult bij boksclub Velbert uit de Duitse Bundesliga. Goed, hij is dan weliswaar `al' 31 en dus de jongste niet meer. ,,Maar waarom zou ik stoppen? Ik heb plezier in deze sport. In de ring voel ik de macht die ik in het normale leven niet heb. Er zijn genoeg voorbeelden van boksers, die op latere leeftijd olympisch kampioen zijn geworden. Bovendien heb ik zoveel geïnvesteerd in deze sport dat het zonde zou zijn om nu te stoppen.''

Tegenslagen zijn ook synoniem aan Serdjoek, die als negentienjarige het voetspoor van zijn moeder volgde en zijn geboortestreek, in het oosten van de Oekraïne nabij de Zwarte Zee, verliet. Twee jaar geleden onthulde hij in de regionale pers van zijn vrouw gescheiden te zijn, nadat die zich had bekeerd tot de Jehova-getuigen. Eerder al overwon hij een levensbedreigende bloedziekte.

Prof heeft Serdjoek nooit willen worden. Hij kijkt wel uit. ,,In Nederland stelt het profboksen niets voor. In Duitsland wel, maar dan moet je niet uit Nederland komen, want dan kom je niet aan de bak. De eigen profs gaan voor, altijd.''

En toch: zijn maatschappelijke verplichtingen staan een sportieve doorbraak in de weg. Dat weet ook Van Bemmel. ,,Ik kan het hem niet verbieden, maar als wij op dinsdag terugkeren uit China, na een lange en zware reis, en Dimitri staat de volgende ochtend alweer op z'n werk, dan plaats ik ook mijn vraagtekens. Maar goed, hij moet wel. Zijn baas is hem gunstig gezind. En voor wat hoort wat, zo redeneert hij. Het probleem is: Dimi heeft te veel dingen aan zijn kop. Al is het nog een wonder dat hij zoveel heeft bereikt.''