ABP verlaagt zijn pensioenpremie

Ambtenaren- en lerarenpensioenfonds ABP verlaagt voor het eerst in vier jaar de pensioenpremies. De premiedaling, die volgend jaar ingaat, scheelt de overheid als werkgever zo'n half miljard euro aan pensioenpremies, schat financieel directeur D. Sluimers van ABP.

Het ABP pensioenfonds verzekert de pensioenen van ruim 1 miljoen werknemers en 700.000 gepensioneerden en heeft op dit moment 183 miljard euro belegd vermogen.

Voor een doorsnee werknemer die bij ABP is verzekerd, daalt de pensioenpremie als percentage van zijn salaris van 17,8 naar 15,6 procent, zo maakte het pensioenfonds vanochtend bekend. Sluimers ontkende vanochtend dat de premieverlaging direct te maken heeft met de gunstige rendementen van het fonds op zijn beleggingen. De effectenbeurzen maken de laatste maanden een opmars door. De AEX-index stond vanmorgen op 418 punten. Zes maanden geleden stond de Amsterdamse beursgraadmeter nog op circa 370 punten. Ook de Amerikaanse Dow Jones-index is sterk gestegen.

De premiedaling vloeit volgens Sluimers voort uit het afschaffen van de VUT, de daarmee samenhangende uitbreiding van het reguliere pensioen en een nieuwe becijfering van de premie – het zogeheten Financieel Toetsingskader – die de toezichthoudende Nederlandsche Bank heeft goedgekeurd.

ABP verhoogt de pensioenrechten van werknemers en gepensioneerden (indexatie) volgend jaar met 0,17 procent. Dit jaar was dat 0,12 procent.

Sinds vorig jaar verbindt het ABP een verhoging van de pensioenen (indexatie) aan voorwaarden. Vanaf een dekkingsgraad van 104 procent kan gedeeltelijk worden geïndexeerd. Vanaf een dekkingsgraad rond de 140 procent is er ruimte voor volledige compensatie voor loonstijgingen. De dekkingsgraad geeft aan in welke mate pensioenfondsen aan hun verplichtingen kunnen voldoen.

Financieel directeur Sluimers zei verder dat de premieverlaging niet betekent dat de pensioencrisis die in 2002 begon met de beurskrach en de daaropvolgende rentedaling nu voorbij is.