Zijn verstand is ook zijn valkuil

Het kabinet stemde vrijdag in met de benoeming van Alexander Rinnooy Kan als SER-voorzitter. Na een wonderlijke aaneenschakeling van functies wordt hij nu `schaduw-premier' van Nederland. Portret van een man die een 11 voor wiskunde had.

Verleiding. Dat is het woord dat Alexander Rinnooy Kan zelf gebruikt om zijn overstap van het internationale bank- en verzekeringsconcern ING naar de Sociaal-Economische Raad (SER) te verklaren. De uit ,,ongeneeslijke nieuwsgierigheid'' geboren verleiding van het nieuwe. En Rinnooy Kan is er niet de man naar om aan die verleiding weerstand te bieden, zo blijkt uit zijn loopbaan. Die loopbaan is een wonderlijke aaneenschakeling van topfuncties in tal van maatschappelijke sectoren: wetenschap, openbaar bestuur, belangenbehartiging en het zakenleven. En dat is nog zónder de nevenfuncties.

,,Hij doet altijd 85 dingen tegelijk'', zegt Aad Jacobs, die Rinnooy Kan als zijn opvolger in de beleggingsportefeuille naar ING haalde toen hij zelf bestuursvoorzitter werd bij de bank-verzekeraar. ,,Als je hem zijn gang liet gaan stond hij elke dag aan je bureau met weer iets dat hij wilde doen. Maar goed, hij werkte zó snel, dat zijn werk er niet onder leed.''

Natuurlijk zijn er ook andere redenen voor de overstap. De voorliefde voor de publieke zaak, zo zegt hij zelf. De wens iets minder te reizen dan hij doet bij ING, waar hij de Aziatische en Oost-Europese markten onder zijn hoede heeft. De mogelijkheid wat vaker te koken voor zijn vrouw, naar eigen zeggen een van de leukste dingen die er zijn. En misschien ook de kans nog één grote klus te doen voor zijn pensioen.

Het kabinet droeg Rinnooy Kan (56) onlangs voor als opvolger van de huidige SER-voorzitter Herman Wijffels. Daarmee komt de wiskundige aan het hoofd te staan van een organisatie die sommigen verfoeien als het vlaggenschip van de stroperige corporatistische bestuurscultuur in Nederland, die velen prijzen als de sleutel tot de succesvolle Nederlandse overlegcultuur, maar die iedereen erkent als invloedrijk. De `schaduw-premier' wordt de SER-voorzitter ook wel eens genoemd. Het is zijn taak de werkgevers en werknemers in Nederland op één lijn te krijgen over het beleid voor werk, inkomen en uitkeringen. Cruciaal voor kabinetsbeleid.

Rinnooy Kan was jarenlang aanvoerder van de grootste ondernemingsvereniging van Nederland, VNO (later VNO-NCW), de natuurlijke antagonist van de vakbeweging. Hij heeft zo de schijn van partijdigheid tegen zich. Om die reden is oud-FNV-voorzitter Lodewijk de Waal niet zo gelukkig met de benoeming. ,,Hij is de derde voorzitter op rij die van de werkgeverskant komt. Zo lijkt de SER meer van `hen' dan van `ons'. Daar moet hij op letten.''

Toch schaarde de vakbeweging zich achter zijn voordracht. De reden is dat Rinnooy Kan zich in zijn VNO-tijd niet opstelde als `typische werkgever', maar meer als intellectueel zwaargewicht, een probleemoplosser die zich niet vereenzelvigt met de functie die hij op dat moment bekleedt. ,,Freischwebende Intelligenz'', zoals iemand het beschreef.

Dat begint met intelligentie. Zijn intelligentie is legendarisch. Het is het eerste dat mensen noemen als ze het over hem hebben. ,,Hij heeft een fotografisch geheugen. Hij kreeg op school soms een 11 voor wiskunde. Dan had hij het goede antwoord, maar daar was hij op een andere manier opgekomen dan de leraar had uitgelegd'', zegt Pim Waldeck, een vriend van Rinnooy Kan die samen met hem naar het Vrijzinnig Christelijk Lyceum (VCL) ging in Den Haag.

Maar zijn verstand is ook zijn valkuil: de enige kritiek die op zijn functioneren te beluisteren valt is dat hij problemen te veel benadert als een intellectuele puzzel, en niet als belangenconflicten waarin keuzes moeten worden gemaakt. In de woorden van oud-ING-voorzitter Jacobs: ,,Hij denkt dat elk probleem wetenschappelijk opgelost kan worden. Dat als je lang en diep ergens over nadenkt er vanzelf de juiste oplossing uitkomt. Dat is niet zo.''

Zijn `eersteklas verstand' bracht hem, na een studie wiskunde en econometrie in Leiden en later in Amsterdam, al snel naar een toppositie in de wetenschap. De jonge hoogleraar mathematische besliskunde aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam behoorde tot de aanvoerders van deze `opkomende wetenschap' in de wereld, zegt Guus Boender. Boender was in 1984 de eerste promovendus van Rinnooy Kan. Besprekingen tijdens het promotie-onderzoek waren indrukwekkend, herinnert Boender zich. ,,Hij vuurde dan in een ongekend tempo vragen op je af, zodat tien minuten later duidelijk was waar het vastliep. Iets waar je zelf weken mee bezig was, daar had hij binnen tien minuten duidelijkheid in.''

De reden dat Boender zich nooit ongemakkelijk voelde onder de intellectuele overmacht van zijn promotor was dat Rinnooy Kan hem altijd serieus nam. ,,Ik schaamde me wel eens. Ik was dan een tijdje met andere dingen bezig geweest, maar hij bleef vertrouwen in me. Waardoor ik weer extra hard aan de slag ging.''

Zijn vriend Waldeck heeft Rinnooy Kan nooit boos gezien. ,,Hij is natuurlijk wel eens ergens ontevreden over, en dat zegt hij dan ook. Maar op een nette manier, beleefd. Waar het geduld bij hem eindigt, ik weet het niet.'' Die eigenschap maakt hem tot de verzoener, die hij volgens Waldeck altijd al was. ,,Hij weet posities van mensen haarfijn te fileren én hij is geduldig.''

Volgens Waldeck heeft hij die eigenschap van zijn moeder, een Engelse met een zachtaardig karakter. In ieder geval niet van zijn vader. De plaatsvervangend thesaurier-generaal was juist wat strenger tegen zijn drie zoons. Waldeck onderstreept dat Rinnooy Kan ook geestig is. ,,Hij heeft de humor van het understatement.'' Dat bleek onder meer in columns die hij schreef in het blad van het Leids Studentencorps Virtus. Hij zat met Waldeck in de redactie in de tijd dat ze van lood naar offsetdruk gingen en er opeens van alles kon. Rinnooy Kan was daar creatief in, weet Waldeck nog. ,,Wij hebben geprobeerd de Virtus van mededelingenblad tot een spraakmakend orgaan te maken. We hebben het zelfs nog in de losse verkoop gebracht.''

De belangstelling van Rinnooy Kan voor maatschappelijke ontwikkelingen was blijvend. En dat maakte het onvermijdelijk dat hij zich niet zou beperken tot de wetenschap. Hij werd al snel directeur van het econometrisch instituut in Rotterdam (promovendus Boender: ,,Dat is onze Alexander, dacht ik toen, die gaat nog ver komen'') en vervolgens, ruim voor zijn veertigste, rector. Maar dat hij helemaal uit de wetenschap en het onderwijs zou stappen om het Nederlandse bedrijfsleven te vertegenwoordigen als voorzitter van de grootste ondernemingsvereniging van Nederland – dat zullen maar weinigen hebben gedacht.

Als grote onbekende volgde hij in 1991 ondernemer Kees van Lede op. Nu is een universiteit een bedrijf op zichzelf, en Rinnooy Kan was opgevallen door zijn energieke lobby tegen de ingrijpende onderwijsbezuinigingen in 1986, maar toch was hij zelf ook verbaasd. Hij heeft getwijfeld of hij het kon (,,Ik kon er heel lang over gaan zitten tobben, of het gewoon proberen.'') maar zijn ,,ongeneeslijke nieuwsgierigheid'' maakte het onmogelijk om `nee' te zeggen. ,,Bovendien is het een statistisch gegeven dat wiskundigen hun beste wetenschappelijke werk doen vóór hun veertigste'', zegt Rinnooy Kan.

Het potentieel voor conflict met de vakbeweging was volop aanwezig. Als liberaal met een Angelsaksisch tintje vindt Rinnooy Kan dat mensen niet alleen vrij moeten zijn om keuzes te maken, maar ook dat zij de gevolgen van hun keuzes zelf moeten dragen. Alleen dan halen zij het beste uit zichzelf. Hij pleitte als VNO-voorzitter voor afschaffing van het minimumloon, met een sociaal vangnet voor mensen met een `geringe productiviteit'. Bovendien wilde Rinnooy Kan de sociale zekerheid meer weghalen bij de overheid, en overlaten aan de sociale partners, waar toen vooral de vakbeweging huiverig voor was. Nu zegt hij: dat was vroeger, en hij wil niet vooruitlopen over hoe hij zich als SER-voorzitter op dit terrein zal opstellen.

Als VNO-voorzitter maakt Rinnooy Kan hoogtijdagen van de overlegcultuur mee. De FNV werd toen geleid door Johan Stekelenburg. Afgezien van de vriendschap die tussen de twee ontstond, spraken ze af alleen onderwerpen op de agenda te plaatsen waar ze het over eens konden worden. Dat leidde tot belangrijke compromissen, onder meer over uitzendwerk en milieuconvenanten.

Rinnooy Kan houdt zich van nature vooral inhoudelijk met vraagstukken bezig, wat bijdroeg aan de goede sfeer. Hij laat meningsverschillen niet uitgroeien tot conflicten. Daar zitten nadelen aan, zegt oud-FNV-voorzitter De Waal, die indertijd als CAO-coördinator naast Stekelenburg in de SER en andere overlegorganen zat. ,,Hij is een intellectuele man, die wel erg van zijn eigen gelijk overtuigd is.'' Alsof er voor vraagstukken van inkomensverdeling en sociale zekerheid een objectief `juiste oplossing' bestond. ,,Als hij had uitgelegd hoe het volgens hem zat, en je toch bij je standpunt bleef, kon hij teleurgesteld naar je kijken, alsof je het niet wilde `begrijpen'.''

In 1996 kwam er weer een aanbod voorbij waar Rinnooy Kan geen weerstand aan kon bieden: het bank- en verzekeringsconcern ING zocht iemand om in het bestuur leiding te geven aan de beleggers, omdat Aad Jacobs bestuursvoorzitter werd. Rinnooy Kan had niet veel verstand van bankieren, maar moest leiding geven aan specialisten. ,,Dat is niet makkelijk. Beleggers zijn net zulke eigenwijze mensen als de chauffeurs in het leger, die denken dat het leger zonder hen de Russen niet kan tegenhouden'' zegt Jacobs, die daar aan toevoegt dat Rinnooy Kan het ,,uitstekend'' gedaan heeft. Toch vindt Jacobs dat hij er te laat mee begon. ,,Hij is te oud aan het vak begonnen om het echte gevoel te krijgen dat hoort bij beleggen. Ik durfde te beleggen op momenten dat niemand durfde te beleggen, bijvoorbeeld in de beurskrach van 1987. Dat leer je niet op de universiteit, of in een paar jaar in de praktijk.''

Waar Rinnooy Kan beter in was dan Jacobs, was zijn belangrijkste rol binnen ING: het uitbouwen van de positie van ING in Azië. Hij haalde de verzekeringslicentie in China binnen waar de bankverzekeraar al jaren mee bezig was. ,,Ik ben daar te bot voor. Toen ik na jaren wachten nog eens vroeg hoe het ermee stond, was het antwoord; you are impatient. Alexander kan als rasdiplomaat met Aziatische mensen omgaan.''

Er is indertijd wel geschreven dat Rinnooy Kan Jacobs als bestuursvoorzitter moest opvolgen. Onzin, zegt Jacobs, hij is niet als kroonprins binnengehaald. ,,We wilden hem wel graag hebben, maar hij heeft die vraag niet gesteld, en wij hebben dat niet toegezegd.'' Jacobs wil wel zeggen waarom niet Rinnooy Kan, maar ING-er Ewald Kist en later Michel Tilmant de hoogste man werd. ,,Om voorzitter te worden heb je een aantal eigenschappen nodig. Veel heeft hij, maar niet alle.'' Jacobs doelt op de manier waarop Rinnooy Kan problemen oplost: wetenschappelijk. Door ,,lang en diep nadenken'' zou er vanzelf de juiste oplossing uitrollen. ,,Dat is niet zo.'' Jacobs verwijst naar de zakken meel uit zijn studie economie. ,,Als je aan een zak meel schudt, blijft er altijd meel uitkomen. Op een goed moment zijn de kosten van dat schudden hoger dan de opbrengst van het extra meel. Ik stop eerder met schudden dan hij.''

In zijn tijd bij ING kreeg Rinnooy Kan de vakbondstitel `kleptocraat' wegens de forse inkomensstijgingen van de top in een periode van loonmatiging. Door de overstap naar de SER levert hij wel negentig procent van zijn salaris in. Daar verdient hij 131.000 euro per jaar; bij ING was dat 1,1 miljoen euro cash en bijna vier ton in aandelen en opties.

In die ING-tijd heeft hij nooit helemaal gedag gezegd tegen het openbare leven. Hij werd regelmatig ingeschakeld voor adviezen en commissies op het terrein van wetenschap en onderwijs, zoals over het bachelor-mastersysteem en het innovatieplatform. Of over onderwerpen waar hij juist weinig van wist: de zijwindproblematiek bij Schiphol en de toekomst publieke omroep.

Er waren ook voorstellen waar Rinnooy Kan niet nieuwsgierig naar was. Zijn partij D66 (,,Ik ben snurkend lid'') vroeg hem meermalen om minister te worden. In 1998 deed de partij een zwaar beroep op hem om Hans Wijers als minister van Economische Zaken op te volgen, maar tot grote teleurstelling van de partijtop weigerde Rinnooy Kan. Hij had al een baan maar hij vond die functie ook niet aantrekkelijk. Te belastend voor wat het oplevert, ook in intellectuele zin.

Iedereen vraagt, met lichte afgunst in de stem: waar haalt hij de tijd en energie vandaan? Ze bedoelen dat Rinnooy Kan nogal veel tegelijk doet. Zo blijft hier buiten beschouwing dat hij veel leest (vooral Engelse literatuur, vooral 's nachts), en dat hij als voorzitter van de Libris-literatuurprijs alle zeventig genomineerde boeken las. Dat iedereen die hem kent, hem als een briljante openbaar spreker omschrijft. Of dat hij naar Engelse gewoonte trouw is aan jeugdvrienden, en dit jaar de veertigjarige reünie heeft van zijn kookclubje van de middelbare school. Dat hij zich intensief bezighoudt met het Concertgebouw en stichtingen als de War Trauma Foundation. En dat hij van de Donald Duck houdt.