Uitgekiende `(P)art-Trap/Time Remix'

Wat hebben Bartók, Mozart en Cage met elkaar van doen? Helemaal niets natuurlijk. Je moet Ton Simons heten om het waagstuk aan te gaan en muziek van deze drie componisten in een choreografie te betrekken. En wel zo dat de aardse drift van Bartóks vioolduetten, Mozarts emotionele aria's en dramatische koorstukken uit Don Giovanni en de milde stem van Cage elk voor zichzelf spreken en toch tezamen een partituur vormen voor de dans.

In Simons' (P)art-Trap/Time Remix is de stem van John Cage de grootste vondst. De gigant van de toevalsmuziek liet vlak voor zijn dood fragmenten uit zijn beroemde Diary: How to improve the world uit 1965 opnemen. Uitgesproken met broze stem klinkt bij de dans nu zijn beschouwelijke tekst: over vergankelijkheid en liefde, democratie en anarchisme, ruimte en geest, nirvana en natuur. Kortom over al die dingen die Cage van belang vond voor het leven in een humane wereld.

Cages tekst is versneden – immers samengesteld uit door toeval bepaalde fragmenten – en vormt toch een geheel. Datzelfde geldt voor Simons' choreografie. Daarin worden korte, als bij toeval gevormde duetten telkens doorbroken door ensembledelen. Waar de duetten een beeld geven van pure schoonheid en harmonie, door extreem lange balansen, sterk uitgerekte poses of bijna in slow motion uitgevoerde adagio's, zorgen een versplinterde opstelling en snelle opkomsten bij de groepsdelen daarentegen voor onrust en chaos.

Belichting en kleur in de kostuums accentueren deze contrasten fraai, met afwisselend gifgroen en cyclaamrood. P)art-Trap/Time Remix is zeer complex van constructie en toch voelt dat niet zo. Door zijn uitgekiende spel met dynamiek, hard versus zacht, fel contra getemperd, en door een volkomen beheersing van de driehoek `dans-licht-geluid' is deze choreografie buitengewoon levendig en aantrekkelijk, al neigt het slot met Don Giovanni het geheel net iets uit het lood te trekken.

Voor contrast in het programma – dat voorts bestond uit twee delen van Simons' Four Trios en uit diens beeldschone duet Little Ease – werd gezorgd door E2 7SD van Rafael Bonachela. Met dit duet won de Spaans-Britse choreograaf in 2004 de vakjury en publieksprijs van de choreografiecompetitie van het Londense theater The Place.

Vergeleken bij de verfijnde danstaal van Simons is die van Bonachelo juist grof en stroef. Het duet suggereert een agressieve haat-liefde relatie tussen man en vrouw. Onheilszwangere klanken met daar doorheen gemonteerde teksten omlijsten dit grootstedelijke straatduet. Hun ontmoeting verruwt allengs tot een machinaal copuleerduet met mechanisch gedreun als stimulerend middel. Heel erg opwindend vond ik dit eendimensionale duet niet, al dansten Sara Erens en Szabolcs Pataki het nog zo overtuigend.

Voorstelling: Dance Works Rotterdam. Programma: Bonachela-Simons. E2 7SD. Choreografie: Rafael Bonachela. Four Trio's en (P)art-Trap/Time Remix. Choreografie: Ton Simons. Gezien: 26/11. Tournee: t/m 23/1. Inl: 010-436 45 11 of www.danceworksrotterdam.nl