`Terrorist' wekt honger op

Drie Nederlandse documentaires, drie keer een uitverkocht City 1. Het IDFA blijft een ongekende publiekstrekker.

Na een paar schutterige vragen van een festivalmedewerkster en wat opmerkingen uit de zaal, begint regisseur Anatoli Baloejev nattigheid te voelen. ,,Is er iemand in de zaal die mijn film begrepen heeft? Ik wil vingers zien.'' Geen hand gaat omhoog. Hm, zegt hij, zijn vrouw had hem al gewaarschuwd toen hij haar de film liet zien. ,,Het zijn straks allemaal buitenlanders in die bioscoop, Anatoli, en jij hebt een Russische film gemaakt.''

Het International Documentary Filmfestival Amsterdam heeft zijn drukste weekeinde achter de rug, met rijen aan de kassa, drie avonden een uitverkocht City 1, bijna 700 stoelen, voor Nederlandse documentaires – kom daar maar eens om buiten dit festival. En dus ook met films zoals San Donato van Baloejev, mededinger in de competitie om de Zilveren Wolf voor korte documentaires, waar een hele zaal geen chocola van kon maken. Om Baloejev te troosten: zelfs uit de vertoning van de toch uiterst ondubbelzinnige Ik wil nooit beroemd worden van Mercedes Stalenhoef liep na twintig minuten een vrouw uit de zaal, mompelend: ,,Ik zit helemaal niet bij de goede film.''

Ik wil nooit beroemd worden, een soms pijnlijk intiem portret van de na een hartaanval zwaar gehandicapte cellist Tobias Prenen, kreeg veruit de meest enthousiaste ontvangst van de drie Nederlandse premières: een staande ovatie. De andere twee, De terrorist Hans-Joachim Klein van Alexander Oey, over een voormalige links-radicaal, en How Many Roads, een intelligente en vormvaste verkenning van Jos de Putter over de invloed van Bob Dylan op gewone Amerikanen, moesten het met een hartelijk applaus doen.

Bij How Many Roads begon het publiek direct mee te hummen met Subterranean Homesick Blues waarmee de film opende. Dat was meteen de laatste Dylan-muziek in de documentaire, verder was er een prachtige score van Vincent van Warmerdam, maar het ongeduld daarover was in de zaal soms hoorbaar. Er waren kennelijk veel fans die voor Dylan kwamen en die dáár te weinig van zagen. Dan hadden ze toch geen oog voor de reikwijdte van de film. De Putter filmt elf Amerikanen die op de een of andere manier in Bob Dylan geloven. Hun portretten schotte hij mooi af met borden, wegwijzers en billboards als rijm op het beroemde filmpje van Subterranean Homesick Blues, waarin Dylan bordjes met steekwoorden ophield en wegwierp. Het gaat De Putter niet om de muziek of om de muzikant als kunstenaar, maar om de congregatie van luisteraars en door zijn selectie van de elf hoofdpersonen laat De Putter zien hoe divers die is. Zijn aandachtige manier van kijken en luisteren zorgt ervoor dat geen van de mensen, hoe wonderlijk van pluimage ook, lachwekkend of karikaturaal wordt.

Dat gold ook voor De terrorist van Alexander Oey, over de voormalige Duitse stads-guerrillero Hans-Joachim Klein, die zijn plaats in de wereld veroverde toen hij in 1975 met beroemde terroristen als `Carlos' en Bouteflika een aantal OPEC-ministers gijzelde in Wenen. Als portret van een bekeerde woesteling is het een prachtige film. Je krijgt iets mee van wat links actievoeren in de jaren zeventig was: liggen te vrijen met je vriendinnetje in een Frankfurter woongroep, op de radio horen dat de Amerikanen mijnen hebben gelegd in een Vietnamese haven, even met haar auto naar het Amerikahaus, daar de gordijnen in de fik steken, 50.000 mark schade, terugrijden en verder vrijen. Maar juist op dat punt wekt De terrorist meer honger op dan-ie stilt. De verwijzingen van de uiterst bedaarde Klein, inmiddels een vredige boer in Normandië, naar zijn voormalige kameraden die later hoge politieke functies kregen, nodigen uit tot een langlopende documentaire serie over de geschiedenis van radicaal links sinds de jaren zestig. Die moet Oey maar eens maken.

San Donato op 29/11 om 11u en 1/12 om 12u. Ik wil nooit beroemd worden op 29/11 om 10u en 2/12 om 14u45. How Many Roads op 1/12 om 22u. De Terrorist Hans-Joachim Klein op 30/11 om 12u en 2/12 om 16u30u. Het IDFA t/m 4 dec. in verschillende bioscopen rondom het Leidseplein in Amsterdam.