Politie Baku jaagt betoging van de oppositie uiteen

In Baku, de hoofdstad van Azerbajdzjan, heeft de politie zaterdag met veel geweld een bijeenkomst van de oppositie uiteengeslagen. Daarbij zijn tientallen gewonden gevallen.

De oppositie hield op een plein in een buitenwijk van de hoofdstad een van haar reguliere betogingen tegen de fraude en de intimidatie bij de recente parlementsverkiezingen. Tot dusverre trad de politie niet op tegen dergelijke protestbetogingen, mogelijk wegens de aanwezigheid van buitenlandse journalisten, die de verkiezingen hadden verslagen en in Baku waren achtergebleven.

De meeste buitenlandse journalisten zijn vertrokken. Zaterdag liet de politie alle terughoudendheid varen. Honderden agenten in uniform en burger en soldaten kwamen in actie. Met de gummiknuppel en met waterkanonnen joegen ze de – volgens aanwezige lokale journalisten – rond tienduizend demonstranten uiteen. Tientallen mensen werden gewond.

Volgens de politie werd ingegrepen omdat de betogers de wet overtraden en weigerden het plein te ontruimen toen de toegemeten tijd van de demonstratie was verstreken. De oppositie bestrijdt de wet te hebben geschonden. ,,We braken de wet niet. We protesteerden vreedzaam toen de politie ingreep'', aldus een oppositieleider. Hij denkt dat het politie-optreden eerder was ingegeven door het voornemen van de oppositie het periodieke protest tot een permanent protest te maken. De regering van president Ilham Alijev zou bang zijn voor zo'n permanent protest omdat het zou doen denken aan de manier waarop in Georgië en in Oekraïne de oppositie erin is geslaagd de macht te veroveren. Waarnemers dichten overigens de betrekkelijk zwakke oppositie in Azerbajdzjan niet het vermogen toe de regering van Aliyev op soortgelijke manier, dus met een `kleurenrevolutie', ten val te brengen.

De Amerikaanse ambassade gaf zaterdag een verklaring uit met een ,,krachtige'' veroordeling van het ,,ongerechtvaardigde en niet geprovoceerde gebruik van geweld tegen burgers die vreedzaam gebruik maakten van hun recht op vrijheid van vereniging''. De ambassade eiste bestraffing van diegenen die verantwoordelijk waren voor het gebruik van geweld en riep de autoriteiten en de burgers op ,,kalm te blijven en terughoudendheid te betrachten''.