Monsteroverwinning zonder waarde

Met een afgetekende zege (51-0) op Andorra spoelden de Nederlandse rugbyers zaterdag de kater weg van de nederlaag in en tegen Moldavië. Maar de zorgen blijven.

Het ware rugby bereikte Amsterdam-West zaterdag vanuit Cardiff, waar het dappere Wales voor het oog van de BBC-camera's na een fascinerende veldslag afrekende met Australië. Met een schuin oog keken hun Nederlandse collega's naar het beeldscherm, vlak na de eigen routineklus in het WK-kwalificatieduel tegen het veredelde reisgezelschap uit Andorra: 51-0.

Tegelijkertijd vierde het realisme hoogtij bij bondscoach Iain Krysztofiak, die sinds zijn komst in Nederland (1998) de beperkingen heeft leren kennen van de stoere sport met de ovalen bal. ,,Forget about the World Cup'', stelde de geboren Engelsman. Zijn amateurs, van goede wil of niet, hebben over minder dan twee jaar niets te zoeken in Frankrijk, waar de mondiale profelite (toptwintig) zich verzamelt voor het zesde wereldkampioenschap. Terugkeren naar A-poule, de op één na hoogste (Zeslandentoernooi) divisie in Europa, dát is de opdracht.

En dat is al een heidens karwei. Komend voorjaar eerst Polen en Spanje verslaan, en vervolgens de play-off winnen van de winnaar van groep B: vermoedelijk Duitsland of België. ,,We willen terug naar de situatie van een paar jaar geleden, toen we tegenover tegenstanders stonden die meer tot de verbeelding spreken dan Andorra'', grimaste de topsportcommissaris van de Nederlandse rugbybond (NRB), Marc Wichman. Het gestoei in de bedompte kelders van het internationale rugby is Nederland inmiddels beu, zoveel wilde de 36-jarige speler van de Utrechtse Studenten maar zeggen.

Om de overwinning te vieren dook het gezelschap 's avonds de binnenstad van Amsterdam in, waar in café Cobra het glas werd geheven. Op een jaar dat met gemengde gevoelens werd afgesloten. De in sportkringen zo diepgekoesterde teamspirit is hersteld, ondanks het tussentijdse vertrek van bondscoach Alex O'Dowd. Maar verder? ,,Ik ben blij dat we überhaupt nog leven'', verzuchtte bondsvoorzitter Gerard Kemps.

Ook de afgetekende overwinning op het dwergstaatje kon het leed amper verzachten. Zestien dagen geleden leden de rugbyers ,,een niet-ingecalculeerde nederlaag'' in en tegen Moldavië (30-27), erkende Krysztofiak. Nadat zijn selectie in de aanloop was geconfronteerd met ,,typisch Oost-Europese toestanden'': een defecte bus, onbegaanbare wegen, een spoorloze chauffeur. ,,Maar dat zijn geen excuses, we speelden gewoon heel slecht.''

Toch koestert de rugbybond stille hoop dat het duel in Chisinau ongeldig wordt verklaard. Reden: na afloop verkondigde de sterspeler van de Moldaviërs note bene zelf dat hij eerder de eer van Rusland had verdedigd. ,,Een wedstrijd moet je óp het veld winnen, niet daarbuiten'', stelde Kemps. ,,Maar we gaan die zaak de komende week wel even onderzoeken.''

Al was het maar om de eigen sores even te vergeten. Onlangs kreeg Kemps te horen dat zijn amper zevenduizend leden tellende bond met ingang van volgend jaar ,,zwaar gekort'' gaat worden door de almachtige sportkoepel NOC*NSF: 100.000 euro op een jaarbegroting van 900.000 euro. Hetzelfde noodlot treft twee andere teamsporten, waar Nederland internationaal niet meetelt en waar, aldus Kemps, ,,de top de rest van de sport overvleugelt'': basketbal en ijshockey.

Bondsdirectrice Simone Richardson begrijpt de overwegingen van haar oud-collega's op sportcentrum Papendal, maar plaatst tevens kanttekeningen. ,,Waar ik moeite mee heb is het feit dat het lot van een potentierijke bond als de onze in handen ligt van NOC*NSF. Zij beslissen en beschikken, wij kunnen in feite geen kant op.''

Een zoveelste domper past in de tragiek waar het Nederlandse rugby een patent op lijkt te hebben. Ga maar na: vorig jaar ternauwernood een sanering doorstaan, overigens met dank aan NOC*NSF, nu weer gekort. Goede hoop op olympische erkenning (Sevens-rugby), niet gekregen. Net een jonge, enthousiaste bondscoach (O'Dowd) aangesteld of hij krijgt ,,een droombaan'' aangeboden in zijn vaderland Nieuw Zeeland.

Maar daarmee is het leed niet geleden. Acht jaar na de opening van het eigen Nationaal Rugby Centrum op Sportpark De Eendracht is het lachen de bestuurders vergaan. Geen sportbond in Nederland die in staat is een eigen onderkomen te exploiteren, laat staan de armlastige NRB. Het complex aan de Bok de Korverweg ligt voorzitter Kemps dan ook als een baksteen op de maag. Nog liever vandaag dan morgen doet hij het gebouw ,,voor een goed prijsje'' van de hand.

Zover is het nog niet. Zaterdag vormt Bart Viguurs het stralende middelpunt in het Home of Rugby. Ruim de helft (31) van het aantal punten is eerder die avond op naam gekomen van de 22-jarige flyhalf uit Brabant, die zich de afgelopen vijf maanden op eigen initiatief bekwaamde in het land waar rugby de staatsreligie is: Nieuw Zeeland.

Zijn broer Gerard keek, gestoken in zijn burgerkloffie, goedkeurend toe vanaf de tribunes, waar een handjevol getrouwen de vrieskou verbeet. De oudste van de twee rugbybroers uit Hedel volgt de opleiding tot beroepsmarinier. Pas tegen Polen (22 april) en Spanje (29 april) is hij wellicht weer inzetbaar. Ook dat is rugby in Nederland.