Het beeld

Als je de drie documentaires van het Shadow Festival in Nachtpodium meetelt, wijdde de VPRO gisteren zeven aaneengesloten uren, van zeven tot twee, aan non-fictiefilms. Zelfs voorstanders van het fenomeen thema-avond zullen moeten toegeven dat dit veel is.

Ook de tweede editie van De Grote VPRO Avond van de Documentaire was gelieerd aan het International Documentary Festival Amsterdam (IDFA) en werd gepresenteerd door Michiel Vos. Wie van het begin af aan hardnekkig bleef kijken, werd daar pas later op de avond voor beloond. Aanvankelijk waren de onnozelheid van de presentator en die van de meeste geselecteerde (korte) films aan elkaar gewaagd. IDFA ontpopt zich allengs tot vertoner van documentaires die toewerken naar de projectie van een gironummer en stelde dit jaar zelfs letterlijk een IDFA Fonds in ter ondersteuning van de mensen die in beeld verschijnen. Zo zagen we een videoclipachtige impressie door drie regisseurs van het vervoer van een koelkast door de woestijn van Mongolië om zo de verstrekking van microkredieten aan Mongoolse ijsverkopers te bevorderen (DesSert) en vroeg Vos aan Kim Longinotto, maakster van de openingsfilm Sisters In Law, of kinder- en vrouwenmishandeling een specifiek probleem is voor Kameroen of voor heel Afrika. ,,Het is een universeel probleem'', antwoordde Longinotto gelukkig.

Je zou bijna gaan geloven in Vos' stelling dat van oudsher documentaires niet geregisseerd worden – dus kennelijk vanzelf ontstaan – toen Cherry Duyns in beeld verscheen en het tij keerde. Nadat Duyns op de vraag ,,Hoe is dat nu, zo'n première?'' had geantwoord dat hij lang films had gemaakt zonder premières, konden we twee dagen na de feestelijke IDFA-vertoning thuis kijken naar Armando, portret van een vriend.

De 76-jarige schilder, beeldhouwer, schrijver en violist, tevens inspirator en boezemvriend van de vijftien jaar jongere filmmaker, legt daarin uit waarom hij in 1979 naar Berlijn verhuisde: ,,Amsterdam is mij te gezellig, en ik houd niet van gezelligheid.'' Een van de verdiensten van Duyns' film is dat het klinkt als een volstrekt logische redenering; de film zorgt dat je gesteld raakt op Armando's weerbarstigheid, zijn gevecht met de tijd en de vergankelijkheid en zijn eigen ambivalentie over de muze: ,,Kunst maken is niet leuk. Het heeft geen enkel nut, maar het moet zo nodig.''

Later stelt Armando: ,,Niemand zit er op te wachten, dat is misschien wel het mooie van kunst.'' Het gebrek aan larmoyantie en sentimentaliteit, de eenvoud van dit portret uit bewondering maken het tot een film die in zekere zin te goed was voor deze avond. Maar de afsluitende dialoog van Duyns en Vos schonk de autonome kunstbeoefening toch een zinvolle bedding. Duyns constateert minder ruimte voor goede documentaires, nu het publieke omroepbestel implodeert: ,,Het is niet erg, maar het is wel heel erg pijnlijk. Boven de M van het Hilversumse Mediapark zweeft de M van Marktaandeel. En ik vind het van belang dat documentaires ook iets duidelijk maken, een bijdrage leveren aan educatie.'' De interviewer reageert als door een adder gebeten: ,,Nou, hou op zeg, educatie!'' en roept de tijdgeest aan. Duyns maakt de avond helemaal goed met het antwoord: ,,Wat kan mij de tijdgeest nu schelen?''