Expositie `Pelgrimsschatten' is vooral curieus

Het oude christelijke Oosten oefent een onweerstaanbare aantrekkingskracht uit. Tentoonstellingen van bijvoorbeeld Griekse of Russische iconen mogen dan ook steevast rekenen op welwillende publieke belangstelling. Toch valt op de kwaliteit van de geëxposeerde objecten nog wel eens wat af te dingen. Dat is ook het geval in Museum Hermitage Amsterdam dat in de tentoonstelling Pelgrimsschatten: Byzantium-Jeruzalem ruim tweehonderd bruiklenen toont uit het Hermitage museum in Sint-Petersburg. Het uitgangspunt van de expositie vormen pelgrimages naar het Heilig Land en dan vooral die naar Jeruzalem, en artefacten die daar op een of andere manier mee in verband zijn te brengen. Vanzelfsprekend, gezien de locatie van het moedermuseum in Rusland, ligt de nadruk op voorwerpen die iets weerspiegelen van de bedevaarten vanuit de orthodoxe wereld naar de heilige stad. Zowel wat betreft religie als de daarbij behorende beeldende kunst en architectuur, was het christelijke Rusland schatplichtig aan het Byzantijnse rijk.

In 330 verplaatste keizer Constantijn, die als eerste Romeinse vorst het christendom officieel erkende, de hoofdstad van zijn rijk van Rome naar de kleine stad Byzantium. Naar zijn eigen naam doopte hij die plaats om tot `Constantinopel' (nu Istanbul). Het werd de hoofdstad van een rijk dat zich in de loop der eeuwen zou uitstrekken over het huidige Griekenland en een stuk van de Balkan, Turkije, Syrië, Palestina en in het zuiden delen van Egypte en Libië. In dit Oost-Romeinse rijk was het Grieks de voertaal en het christendom staatsgodsdienst. De cultuur ervan zou zich aanvankelijk kenmerken door een samensmelten van invloeden uit de Romeinse en Griekse oudheid, de beschavingen van het Verre Oosten en die van de barbaarse stammen in West-Europa. Maar de dynamiek en hoge kwaliteit van de kunstproductie van het Byzantijnse rijk zijn er in de ruim 1200 jaar van zijn bestaan bepaald niet groter op geworden. Toen het eertijds trotse rijk in 1453 aan zijn eind kwam met de definitieve inname van Constantinopel door de Osmanen, was artistieke verfijning er allang ingeruild voor een vaak wat vermoeid herhalen van oude voorbeelden. Een tentoonstelling met in de titel het woord `Byzantium', waarin ongeveer de helft van de objecten dateert van ná de val van Constantinopel en waar ook overigens maar weinig is te zien uit de heroïsche eerste eeuwen van het Byzantijnse rijk, doet dan ook weinig goeds vermoeden.

Inderdaad moet deze expositie het vooral hebben van de curiositeitswaarde van veel van de voorwerpen. De getoonde iconen uit de achttiende en negentiende eeuw bezitten te veel van de schematische houterigheid die oudere voorbeelden van het genre soms zo aantrekkelijk maakt. Niet veel kwaliteitsvoller, maar wel opvallend zijn de iconen die zijn geschilderd op geprepareerde schedels van grote vissen, met toepasselijke bijbelse voorstellingen als de Wonderbaarlijke visvangst en Petrus die over het water loopt. Historisch en artistiek interessanter zijn oudere voorwerpen, zoals amuletten, ringen, ampullen en reliekhouders die pelgrims uit Jeruzalem naar huis hebben meegenomen. Zo is er een piepklein vierde-eeuws reliëf in de halfedelsteen kornalijn met een voorstelling van Daniël in de leeuwenkuil. En een zekere `Leutius, zoon van Panagiot' heeft, ter herinnering aan de bedevaart naar Golgotha die hij in 1699 maakte, in de dieprode steen van zijn zilveren ring een tekst laten graveren die daarvan gewaagt. Onooglijk, maar op zijn manier fascinerend, is het ijzeren slot, inclusief sleutel, dat ooit de poort heeft afgesloten van de Toren van David, een vesting die kruisridders in de twaalfde eeuw hebben gebouwd.

Het blijft onduidelijk wat in deze expositie, afgezien van de brede notie `bedevaart' precies de samenhang is tussen al die verschillende voorwerpen, sterk wisselend van kwaliteit en functie als ze zijn, en stammend uit heel uiteenlopende perioden. Een van de laatste zalen toont een grote groep reliëfs van parelmoer, die in de negentiende en begin twintigste eeuw zijn gemaakt in de belangrijkste centra van dergelijk werk, Bethlehem en Jeruzalem. Het knappe vakmanschap waarmee het zilverachtig glanzende materiaal is bewerkt zie je er direct van af. Maar in stijl en voorstelling hebben de ambachtslieden die de voorwerpen maakten, tamelijk fantasieloos teruggegrepen op eeuwenoude voorbeelden. Het is niet helemaal ontoepasselijk dat bij het betreden van deze zaal, uit een reclamemonitor de herkenningsmelodie wegsterft van het tv-programma Tussen kunst en kitsch.

Tentoonstelling: Pelgrimsschatten: Byzantium-Jeruzalem. Hermitage Amsterdam. T/m 26/3. Publicatie (uitg. Waanders), geb. 128 blz., prijs € 22,50. Inl.: 020-5308731 & www.hermitage.nl