Eerbetoon aan Honegger als nergens anders

Arthur Honegger (1892-1955), die gisteren vijftig jaar geleden overleed, was een fascinerende componist, die bij het grote publiek vooral bekend is van enkele hits, zoals de stoomtreincompositie Pacific 231 en zijn oratoria Le Roi David en Jeanne d'Arc au bûcher. Dit weekend was hij het middelpunt van een festival in Utrecht, waar vooral onbekender, deels zelfs nog onuitgevoerd materiaal klonk. Het was de omvangrijkste internationale Honegger-gebeurtenis van dit jaar, waarvan de meeste concerten rechtstreeks konden worden beluisterd via Radio 4.

Utrecht ligt misschien ver van Parijs, waar Honegger woonde, maar hoe klein leek die afstand zaterdagavond tijdens een betoverend kleine zaal-concert van sopraan Valérie Guillorit en pianist Arthur Schoonderwoerd. Ze brachten vroege liederen van Honegger op teksten van dichters als Paul Fort en Apollinaire; liederen vol verlangen en melancholie, gekleed in harmonieën van velours. Soms met een jazzy nootje of ander speels element, waar met name Schoonderwoerd schik in leek te hebben, maar zó overtuigend gespeeld en gezongen dat je je zonder enige moeite in het Parijs van rond 1920 waande.

Eén van de drijvende krachten van het festival was dirigent Etienne Siebens, die voor de gelegenheid de blazers van zijn Belgische Prometheus Ensemble bij het strijkorkest Amsterdam Sinfonietta voegde. De vruchten kon hij vooral gisteren plukken in Honeggers Vierde symfonie (1946), die in grillige soli vraagt om individualistische blazers, terwijl een hecht strijkorkest in een solide, soms hoekig swingende basis voorziet.

Mezzosopraan Helena Rasker had een kort maar indringend gastoptreden in Mimaamaquim, op de Hebreeuwse tekst van psalm 130 (`Vanuit de diepten'). Rasker zong bezwerend, in de laagste regionen van haar stembereik.

Twee eigenaardigheden waren er op het concert van zaterdag, met dezelfde ensembles: een geslaagd uitstapje van Honegger naar de filmmuziek, die live bij de beelden van Bertold Bartosch' L'Idée (1932) werd gespeeld, en een heuse wereldpremière van zijn onvoltooid gebleven mini-opera La mort de Sainte Alméenne (begonnen in 1918).

De filmmuziek, vol rauwe, Weill-achtige klanken – inclusief saxofoon – paste uitstekend bij Bartosch' maatschappijkritische animatiefilm, die op zijn beurt geïnspireerd is op de prachtige beelden van de Belgische kunstenaar Frans Masereel.

Minder succesvol mag de opera worden genoemd. Het gegeven – een nonnetje weerstaat een verzoek om terug te keren naar de stad om voor haar zieke moeder te zorgen, een curieuze blijk van vroomheid waarna ze linea recta naar de hemel mag – biedt niet genoeg stof voor enige ontwikkeling of spanning.

Zoveel vroomheid is gewoon te saai voor op een toneel; een conclusie die Honegger misschien ook trok toen hij het werk ongeorkestreerd in een la stopte.

De Franse componist Nicolas Bacri (1961) orkestreerde het alsnog, en smaakvol bovendien, maar van een nieuw ontgonnen meesterwerk is geen sprake.

Dat hoeft ook niet, want zoals verder op het festival te horen was: Honegger schreef, en voltooide, er al genoeg.

Hommage à Honegger. Diverse ensembles. Gehoord: 26, 27/11 Vredenburg, Utrecht.