Best en Banksy

Een paar jaar geleden kocht ik in Londen de biografie Blessed, over het leven van Best. Je koopt het in een opwelling en beseft 's avonds al dat je het vermoedelijk pas na je 59ste gaat lezen. Het stond in de kast op dezelfde plank als Banksy, my autobiography, een boek over het leven van de legendarische Engelse keeper Gordon Banks. Ook in dat exemplaar geen beduimelde pagina's en ezelsoren.

Afgelopen zaterdag was er ruime aandacht op de BBC voor George Best. Ik zag onnavolgbare rushes van een voetballer met zoveel lak aan de wereld dat het de tegenstander bij voorbaat schrik aanjoeg. Naast alle doelpunten voor Manchester United toonde de tv een curieus fragment van George Best, in een groen shirt. Hij speelde voor zijn land, voor Noord-Ierland. Misschien dat het shirt daarom voor de verandering in zijn broek zat.

Het is 1971. Best doet mee in de interland tegen Engeland, op Windsor Park in Belfast.

Keeper Banks van Engeland staat in een leeg strafschopgebied en heeft de bal in zijn handen. Hij draagt een geel shirt en rode wollen handschoenen – gek, het was een wedstrijd in mei. Banks wil de bal ver uittrappen. Op het moment dat hij de bal opgooit, snelt George Best toe. Hij tikt de bal met zijn rechtervoet voor de neus van Banks weg en kopt de bal in het doel.

Een bizarre goal.

Toch maar eens zijn biografie gepakt. Wat blijkt? De goal die ik dit weekend een paar keer zag, is afgekeurd. Best: `Ik wilde altijd iets anders doen op het veld. Scoren via een corner, vanaf de eigen helft, of meteen vanaf de aftrap. Zo dacht ik ook dat je de bal kon wegtikken in de splitsecond dat de keeper een bal loslaat.'

Het lukte Best. Doelpunt. Maar daar was de scheidsrechter.

`Wat is er mis?', vroeg Best.

`Foot up', antwoordde de scheids.

Best, jaren na het incident: `Als de bal wat meer gedaald was, was die goal nooit afgekeurd.'

Ik pak de biografie van Banks erbij. Hij spreekt liefdevol over Best, `that genius', die hij later ook nog in de Amerikaanse competitie meemaakte. Banks herinnert zich nog goed hoe Best voor hem stond en als `een adder' de bal wegtikte: `We holden als twee schooljongetjes naar de bal achter ons, kijken wie er het eerst was. George verlengde zijn nek en scoorde. Het stadion veerde op, eerst juichend, daarna fluitend. George werd bestraft voor gevaarlijk spel. Hij was woedend.'

Het werd een dagenlange rel in de pers.

Best: `Het was gewoon een doelpunt.'

Banks: `Als ik George nu zie, herinner ik hem nog vaak aan die perfecte timing die hij demonstreerde. Nu is hij een hopeloze klokkijker, hij komt vaak te laat.'

Met zijn dood is Best mooi op tijd. 59 jaar. Op de omslag van zijn biografie uit 2002 staat een man met een door drank getekend gezicht. `Kon hij maar net zo goed nachtclubs omzeilen als tegenstanders', zei een oud-manager over hem. Ach, bullshit. Wat willen we dan? Voetballers die als brave huisvaders aan de spa zijn en in het leven alleen met hun eerste schoolvriendinnetje gevoosd hebben?

Geef mij maar Best. Voor eeuwig in een open auto, met 100 mijl op een landweg, fles wodka in de buurt, met het blonde haar van zijn zoveelste vrouw wapperend in zijn gezicht.

Gordon Banks (67) leeft trouwens nog. Hij heeft sinds een auto-ongeluk in 1972 maar één oog. Ik kan niet wachten tot hij dood is. Over een halfblinde keeper moeten toch bijna net zoveel verhalen bestaan als over een voetballende zuipschuit.