Als het geluk komt

Dat hij toen hij alleen leefde eens uit een bibliotheek het eerste het beste boek had getrokken uit behoefte iets te lezen over het echte leven, vertelde de jongensachtige man. Een dikke Zweedse roman, met platteland, eenzame mannen, vrouwen op zoek naar de liefde en een groot huis waarin overal vrienden, familie en verwanten bezig waren met koken, lezen, leven. ,,Dát wil ik'', had hij gedacht, ,,zó wil ik leven.'' We zaten terwijl we naar hem luisterden aan een grote, aantrekkelijk gedekte tafel in een hoge 19de-eeuwse kamer met oud behang en veel schilderijen aan de muren, het grote huis stond tevreden om ons heen want dagen lang waren er mensen geweest, bezig met eten koken, brieven schrijven, leven.

Zó had hij willen leven, zo was het nu soms kun je het geluk zomaar zien. Het hangt aan de lamp, trekt krullen rook uit een sigaar, kijkt even om de hoek van de keuken en gaat dan tevreden en onopvallend weer ergens zitten. Het woont.

Al die dingen die mensen zich voorstellen en voornemen over hun leven. In de serie interviews van Koos van Zomeren met mensen die zeventig zijn, zie je ze ook steeds opduiken. Soms is gekomen wat gehoopt werd, al is het vaak niet in de vorm waarin het gedacht werd. ,,Als het geluk/ komt geeft het minder vreugde/ dan verwacht. Toch is duidelijk/ dit gewonnen: we zijn verlost van hoop/ en verwachting'', dichtte K.P. Kaváfis.

Heel mooie regels, maar op het eerste gezicht merkwaardig wie wil er nu verlost zijn van hoop en verwachting? Toen ik vol hoop en verwachting was, leek me dat niet iets om van verlost te willen zijn. En dat dat geluk minder vreugde zou brengen dan verwacht, waarom? Maar het is wel waar, geluk is vaak stiller en rustiger dan je denkt, helemaal niet zo uitbundig. Misschien moet je het geluk wel leren herkennen, omdat het zo veel minder spectaculair is dan gedacht. Niet het momentane geluk, dat kan spectaculair genoeg zijn, maar het duurzame. Dat maakt helemaal niet zoveel drukte.

En verlost te zijn van hoop en verwachting is het streven van elke leer van verlichting het is de kunst in het moment te leven, nu en hier te zijn, niet in de hoop en de verwachting van straks. Wist Kaváfis allemaal wel. Schreef-ie zomaar op. Andere mensen moeten daar járen over doen, over dit inzicht.

Die zeventigjarigen hebben dat inzicht vaak wel gekregen. En ze laten ook zien hoeveel tijd er heen is gegaan met hoop en verwachting. `Geen kind, geen kleinkind' stond er boven het interview van afgelopen woensdag. ,,Hou het vast'' had de man tegen zijn vrouw gezegd toen ze zwanger was geraakt. Zes maanden had ze `het' vastgehouden. Toen was het alsnog verloren gegaan. Geen kind, geen kleinkind. Ik vond het een onthutsende kop, juist omdat het zo'n evidente waarheid is: wie geen kinderen heeft en dus geen vader of moeder is, wordt ook geen grootouder.

De eerste keer is het niet mee mogen en kunnen doen met de rest van de wereld het pijnlijkst: al die moeders! Al die zwangere vrouwen, al die kraambezoeken, al dat praten van vaders over hun kleuters, de vertederde blikken van moeders naar hun dochters, de familieverjaardagen waarbij de kinderen om de tafel zitten met hun ouders, soms hebben ze zelf al weer kleine kinderen, allemaal even vanzelfsprekend, allemaal gewoon ,,en heus niet altijd zo leuk hoor!'' zeggen de ouders waarschuwend en dat is natuurlijk ook zo, maar de kinderloze staat er toch buiten. En als dan de vrienden en vriendinnen later glunderend vertellen dat ze opa en oma worden, als ze foto's ophangen van de kleinkinderen, als hun kinderen bij ze op bezoek komen en die kinderen zelf in ouders veranderd zijn dan geldt zo duidelijk alsof het met brandende letters in de lucht geschreven stond: geen kinderen, geen kleinkinderen. De zeventigjarige had ermee leren leven. Andere bevrediging gezocht, soms gevonden. Verdriet allang ergens opgeborgen, gelieve niet meer tevoorschijn te halen.

Verloren verwachtingen. Je kunt van alles verliezen in je leven, en verwachtingen zijn nog helemaal niet de gemakkelijkste verliezen. Je kunt er, wonderlijk genoeg, om rouwen.

Niet altijd is het trouwens zo dramatisch. Veel voorstellingen zijn vaag en ongearticuleerd en met het ouder worden lijken ze steeds verder weg, al die dingen die je je voorstelde over `later'. Dat komt waarschijnlijk omdat `later' nooit aanbreekt, er komt gewoon een dag dat je moet vaststellen dat het te laat is voor later, je kunt niets meer worden, je bent het al, wat het ook is is het wel wat?

Het is zo gewoon om te denken dat je een balans kunt of moet of zult opmaken op een gegeven moment, dat je een oordeel over je leven zult vellen, niet in morele zin, dat is een ander onderwerp, maar op het punt van: heeft beantwoord aan de verwachtingen. Alsof je je verwachtingen nog kent, alsof je verwachtingen er nog toe doen. Het zou zoveel beter zijn als je op elk moment, zonder verwachtingen, kon instemmen met je leven. Dat eeuwige amor fati weer.

Las in Vrij Nederland fragmenten uit de dagboeken van de nog piepjonge Renate Rubinstein. Wat een ernst! Wat een opvattingen over hoe te leven, waarvoor te staan, maar vooral: wat een verlangen. Naar degene die. En waarom lijkt dat zo ontzaglijk jong, als je dat leest als iemand die minstens vijfentwintig jaar ouder is dan zij toen was? Omdat het jong ís natuurlijk, omdat het geluk daar nog in zijn hevige gedaante voorgesteld wordt, nog niet als dat zo veel rustigere, nog niet als een huis waarin mensen bezig zijn, met elkaar, los van elkaar, daarna weer uiteengaand naar ieder hun eigen leven.

Grappig, dat dat nu het geluk is. Gescharrel in huis. Altijd die regels van Nijhoff: ,,Voor mij is liefde een geur door het huis/ een stem, een stap, iemand komt thuis./ Men hoort hem op het binnenplein/ neuriënd met iets bezig zijn.''

Nu ja. Dat is ook een verwachting van geluk. Hoeft helemaal niet ingelost te worden, al gebeurt het soms wel. En als niet, dan tóch niet wild aan het hopen en verwachten slaan, dat is de kunst. Zeventig worden en tevreden.