Weldoener op de hoogvlakte

Van atleet Haile Gebrselassie (32) wordt gezegd dat hij als enige Ethiopiër het gezag heeft zijn gekwelde Afrikaanse vaderland tot ontwikkeling te brengen. ,,Ik kan geen einde maken aan de armoede, maar ik kan de situatie wel proberen te verbeteren.''

De verschoten blauwe deken waarin de oude Bekele Gebrselassie (79) zich heeft gewikkeld, accentueert zijn breekbaarheid. Maar de ruimte tussen die bedekking en een vale bruine muts wordt gevuld door een paar levenslustige, dwingende, bruine ogen waarmee de vader van Haile Gebrselassie een decennium lang de snelste man op aarde meer zegt dan hij, gekweld door astma, kan uitspreken. De ontvangst in de met geitenkeutels geplaveide tuin in Asela is hartelijk, mede doordat trots bezit van hem neemt zodra hij iets over de beroemdste van zijn zes zonen kan vertellen. ,,Haile is voor mij als een vader; nu ben ik zijn kind. Dankzij hem ben ik in Ethiopië een gerespecteerd man.''

Gebrselassie senior zit op het gras voor zijn eenvoudige, omheinde woning aan de hoofdstraat van Asela, een dorp 175 kilometer ten zuiden van de hoofdstad Addis Abeba. De oude baas had aanmerkelijk comfortabeler kunnen wonen als hij niet zo koppig alle door Haile voorgestelde verbeteringen van zijn leefomgeving had geweigerd. Hij voelt zich evenwel verbonden met Asela, waar niet de auto het straatbeeld domineert, maar paarden, ezels en geiten zich vermengen met een oneindige stroom voetgangers.

Vergeleken met vroeger heeft het leven van vader Gebrselassie al aan kwaliteit gewonnen. Haile werd ruim 32 jaar geleden in de velden buiten Asela geboren in een tukul, de traditionele ronde hut met een rieten puntdak. Nichtje Alem, die in het hotel van Hailes één jaar jongere broer Belay werkt, is bereid de plek te tonen. Na een hobbelige tocht en een `korte wandeling' van circa tien kilometer wijst ze aan de rand van een korenveld op een boom, waar de tukul van haar familie heeft gestaan.

Starend naar een open plek in hartje Ethiopië, waar het leven traag vordert, is het lastig een verband te leggen met een meervoudig olympisch en wereldkampioen hardlopen. En toch is de verklaring snel gegeven. Als een jongen met de spirit, de lichaamsbouw en het talent van Haile Gebrselassie vrijwel dagelijks op een hoogte van 2.600 meter de afstand naar het dorp hollend aflegt, wordt daarmee een onverslijtbare basis voor een groot loper gelegd. De vraag was alleen hoe de jonge, ambitieuze Afrikaan de weerstand van zijn vader kon breken om de stap van boerenzoon naar atleet te kunnen maken. Want zo fier als pa momenteel is, zo groot was destijds zijn weerstand tegen het vaste voornemen van zijn zoon om hardloper te worden.

De koppigheid, die hij van zijn vader heeft meegekregen, riep bij Gebrselassie senior zo veel weerstand op dat hij het in zijn ogen waanzinnige idee van zijn zoon er met stokslagen probeerde uit te ranselen. Maar hij deed het uit bestwil met zijn kind, verklaart hij nu met merkbare spijt. ,,In mijn ogen deden wilde jongens aan hardlopen; ik vreesde dat Haile een punker zou worden van wie niets terecht zou komen. Pas op veelvuldig aandringen van een mijn dochters, die zei dat het beter is hem te laten rennen dan thuis te laten werken, stopte ik met slaan en heb ik hem zijn gang laten gaan.'' Tegenwoordig is Gebrselassie senior de fanatiekste supporter, en kan hij zich nog steeds kwaad maken als hij terugdenkt aan een incident bij de WK atletiek in Edmonton in 2001, waar de Keniaan Charles Kamati zijn zoon een klap gaf tijdens de wedstrijd. ,,Ik ben er nog steeds vreselijk boos over'', zegt hij op vinnige toon.

Hoewel Haile Gebrselassie altijd heeft verklaard het talent van zijn vader te hebben ,,hij was zo snel dat we niet aan hem ontsnapten als hij straf gaf'', zei hij ooit tegen het dagblad The Guardian spreekt senior liever van een gift van god. ,,Ik heb er niet toe bijgedragen. Haile heeft dezelfde opvoeding als alle andere kinderen gekregen en dezelfde melk gedronken. Ik heb hem alleen voorgehouden dat hij altijd hard moet blijven werken, ongeacht wat hij doet. En ik vind het leuk als hij in interviews aan die les refereert.''

Bij het afscheid wijst vader Gebrselassie op een oude schuur die uit stokken, koemest en modder is opgetrokken en zo vervallen is dat hij elk moment in elkaar kan storten. ,,Daarin heeft Haile ook nog een aantal jaren gewoond. We zijn er ingetrokken toen de regering de bevolking tot hervestiging verplichtte, en wij gedwongen werden de tukul te verlaten.'' Om vervolgens vol spijt vast te stellen dat zijn zoon nadrukkelijk als de toekomstige president van Ethiopië wordt genoemd. ,,Het is niet mijn keus, want ik wil dat Haile in vrede blijft leven. En dat is onmogelijk als hij president wordt.''

Iets verderop, aan de abominabel slechte hoofdweg in Asela, is de kennismaking met hoteleigenaar Belay Gebrselassie al even hartelijk. Hij lijkt als twee druppels water op zijn oudere broer. ,,Maar ik kan niet zo hard lopen'', zegt hij met dezelfde brede glimlach, die zijn broer zo kenmerkt. ,,Ik ben nooit verder gekomen dan de vierde plaats bij de Zevenheuvelenloop in Nijmegen, vier jaar geleden.''

Maar Belay Gebrselassie is dankzij de hulp zijn beroemde bloedverwant een geslaagd zakenman. Hij is in Asela de vertegenwoordiger van de investeringsmaatschappij Haile Alem International, die in zijn geboorteplaats een zogenoemde Haile Building een zakenpand met kantoren, winkels, een restaurant, een Olympic Café, een hotel en een privé-school heeft laten bouwen. Met gepaste trots laat Belay Gebrselassie de school zien, die is vernoemd naar zijn 25 jaar geleden overleden moeder Ayelech, en waar de kosten voor de leerkrachten en het onderwijs van 22 weeskinderen volledig voor rekening van de wereld- en olympisch kampioen komen. ,,Dat doet hij uit om kansloze kinderen een toekomst te bieden'', zegt Belay Gebrselassie. ,,Haile vindt onderwijs heel belangrijk. Voorwaarde is wel dat de kinderen moeten worden geadopteerd door een gezin dat garant staat voor een goede opvoeding. En het werkt. Voor de ouders van de andere kinderen is de school niet gratis; zij betalen zestig bir (zes euro, red.) per maand aan schoolgeld.''

Taye Shenkute Kassahun is de directeur van de school, een baan die hij op verzoek van de stichter heeft geaccepteerd. ,,Ik doe het voor Haile, voor zijn ideaal om kinderen goed onderwijs te geven en omdat ik hem goed ken, want op een openbare school kan ik meer verdienen. Daar staat tegenover dat het een volledig nieuwe school is. En dat is wel zo prettig werken in Ethiopië.'' Pal tegenover de Ayelech School is de ingang van het Arsi-Burqaa Atleetootaa Stadion, de trots van sportend Asela. En dat zijn in de middaguren tientallen voetballende en rennende jongeren, die vanaf de met gras begroeide tribunes worden gadegeslagen door talrijke overwegend jeugdige toeschouwers. ,,Het Haile-effect'', beaamt atletiekcoach Kebede Degefu, die gelijktijdig verschillende leeftijdsgroepen moet instrueren. En dat gaat probleemloos, vooral dankzij de discipline waarmee de jonge atleten, onder wie een aantal ukkies op blote voeten, hun pittige oefeningen afwerken.

Op de atletiekbaan, die bestaat uit ruw gravel waar de gemiddelde Nederlandse atleet zijn neus voor zou ophalen, heeft Haile Gebrselassie vele voetstappen achtergelaten, en laat de nieuwe generatie zich inspireren door zijn successen. Een nieuwe Haile is een-twee-drie niet te ontdekken, hoewel zeven jongens en tien meisjes het tot de nationale selectie hebben geschopt. Wat verder opvalt is de intensiteit waarmee de oefeningen worden afgewerkt. Zelfs de jongste kinderen worden zonder mededogen de trappen opgejaagd, die ze lichtvoetig en in opvallend hoge snelheid op- en afrennen. En dat bij een graad of 25, en op 2.600 meter hoogte.

Van het door Haile Gebrselassie geïnspireerde Asela over de hobbelweg terug naar Addis Abeba, dat pas in de laatste honderd kilometer over egaal asfalt kan worden bereikt. Terug naar de stad waar Haile Gebrselassie al vele jaren woont en waar hij twee dagen geleden is teruggekeerd, na te hebben deelgenomen aan de Zevenheuvelenloop in Nijmegen en op Tenerife verbleef voor een fotoreportage.

Er wachten de man die een maand geleden in Amsterdam op de marathon de beste jaartijd (2.06,20) liep vele verplichtingen. Zoals gisteren: een persconferentie van de Great Ethiopian Run, die morgen wordt gehouden en waaraan naast twintig sterke Ethiopische en Keniaanse atleten 25.000 recreanten deelnemen. Een massaal evenement, uitgezet over een parkoers van tien kilometer door het centrum van Addis Abeba. Gebrselassie is als racedirecteur verbonden aan de organisatie, die de laatste weken in de rats heeft gezeten over het doorgaan van het grootste loopevenement in Afrika. De politieke onlusten van drie weken geleden dreigden te escaleren, waardoor het (te) gevaarlijk zou zijn geweest om duizenden mensen door de hoofdstad te laten hollen. Hoewel de spanningen binnenskamers niet zijn afgenomen, is de veiligheid voor de deelnemers gegarandeerd. De prijs is dat er volgens onbevestigde bronnen 50.000 tegenstanders van het regime zijn opgepakt.

Gebrselassie zelf bemoeit zich (nog) niet met politiek, en wil weinig zeggen over de bijzondere omstandigheden. ,,Ik zie geen verband met de politieke problemen. Wie weet kan het evenement de spanning een beetje wegnemen. Wat ik wel weet, is dat het voor de sporters geen onderwerp is. Ik heb afgelopen weekeinde met Zersenay Tadesse uit Eritrea de Zevenheuvelenloop gelopen. Geen probleem. We hadden het gezellig samen, terwijl het conflict tussen onze landen weer is opgelaaid.''

Pas volgende week wordt het weer business as usual voor Gebrselassie. Oftewel: trainen en zakendoen. Grote zaken, want zijn investeringsmaatschappij Haile Alem International (vijfhonderd werknemers) is goed voor een jaaromzet van rond de honderd miljoen dollar. Gebrselassie investeert vooral in vastgoed, met als gevolg dat hij inmiddels negen Haile Buildings en twee scholen bezit. Daarnaast importeert hij minivrachtauto's uit Japan, is hij ambassadeur van Unicef en doet hij aan fondswerving voor de gehandicapte sporters in Ethiopië.

Over zijn beweegredenen doet Gebreselassie niet geheimzinnig. ,,Zakendoen vind ik om twee redenen leuk: ik heb er plezier in en ik verdien er geld mee. En ik help door investeringen het land. Vele Ethiopiërs brengen hun geld naar het buitenland en keren niet terug. Dat geldt ook voor de intelligentsia die in het buitenland heeft gestudeerd. Ik doe dat bewust niet, omdat ik mijn land wil helpen. En zo lang ik geld verdien, blijf ik investeren. Het grootste probleem is de armoede in Ethiopië. Daaraan kan ik persoonlijk geen eind maken, maar ik ben wel een van de mensen die proberen de situatie te verbeteren. Ja, misschien over een paar jaar ook als politicus. Maar daar zeg ik nu nog niets over. Dat komt later. Ja, ik vind dat een normale houding. Ethiopië is mijn land; daar ben ik geboren, daar wil ik leven, daar wil ik werken en daar wil ik sterven.''