Verlengen van arbeidsleeftijd heeft erg veel nadelen

Dat Lans Bovenberg (NRC Handelsblad, 17 november) het akkoord van de nieuwe Duitse regering toejuicht, is begrijpelijk. Zijn stokpaardjes als de verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd en het fiscaal privilegiëren van jonge ouders komen er immers pregnant in voor.

Die stokpaardjes hebben anders dan de hoogleraar altijd beweert weinig met de wetenschappelijke discipline economie te maken, maar alles met de (christen-democratische) politiek en in laatste instantie met Bovenbergs geloofsovertuiging.

Behalve voordelen (vooral op korte termijn en van electoraal-demagogische aard) heeft verlenging van de arbeidsleeftijd erg veel nadelen. Zelfs wanneer alle 65-jarigen die daartoe fysiek en psychisch in staat zijn, hun baan twee jaar continueren, gaat dat om een druppel op een gloeiende plaat.

Groot is daarentegen de arbeidsreserve onder allochtonen en vrouwen. Vergeleken met andere EU-landen is de arbeidsparticipatie van Nederlandse vrouwen zeer laag. Ook veel hoger opgeleide vrouwen werken niet of parttime. Dat vinden ze leuker. Van de vrouwen die wel willen werken, hebben er op dit moment 353.000 geen baan. Dat is meer dan het aantal werkloze mannen.

Maar Bovenberg wil helemaal niet dat de arbeidsparticipatie van vrouwen de komende decennia die van mannen gaat benaderen. Integendeel, die vrouwen moeten thuis voor de kinderen zorgen. En vooral voor meer kinderen. Net als een andere CDA-ideoloog, de filosoof Ad Verbrugge, meent Bovenberg dat `het individualisme en consumentisme' van de sixties heeft geleid tot lage geboortecijfers en de navenante vergrijzing. Behalve meer geboorten, moeten vrouwen ook meer thuis zijn om de normen en waarden aan de kinderen over te dragen.

Natuurlijk spreekt Bovenberg van `jonge ouders', want het CDA-electoraat weet heus wel dat het om jonge moeders gaat, net als het in de praktijk het woord kostwinner nog steeds als mannelijk opvat. Behalve fiscale en andere overheidsfaciliteringen van zijn christen-democratische gezinsideaal, wil Bovenberg al degenen die dit ideaal om de een of andere manier niet delen, dwingen in het christen-democratische familiale keurslijf te leven en (niet) te werken. Zulks bepleiten is zijn goed recht, maar laat hij dat dan voortaan doen als Broeder Bovenberg en niet meer om met W.F. Hermans te spreken in de battledress van een economieprofessor.