Verboden lekkernij

In het Limburgse Simpelveld heeft Joep Habets gezondigd, maar hij biecht en doet boete

,,Dit hebben we al een tijd niet meer gehad'', zegt mijn binding van tafel en bed, net als ik de eerste hap van het voorgerecht neem. Verdorie, realiseer ik me, er zit foie gras in, een delicatesse die ik niet meer zou eten wegens de dieronvriendelijke productie. Hij is nog steeds lekker, mooi verwerkt in de marbré van ossenhaas, met ingedikte PX sherry, zoet als honing, en met kleine dropjes zoete, oranje aardappelpuree. Er had voor de balans nog iets meer zuur in het gerecht gemogen. Even voortreffelijk is de begeleidende wijn van Zind Humbrecht, die – uitzonderlijk voor een wijn uit de Elzas – niet van één maar van drie druivensoorten is gemaakt.

Hoe kom ik weer met mezelf in het reine na het eten van de verboden lekkernij? In het katholieke Limburgse Simpelveld is de remedie eenvoudig, opbiechten en boete doen. Wat zou een passende penitentie zijn? Een kaarsje opsteken in de dorpskerk, veertig euro overmaken naar de Dierenbescherming, zijnde de kosten van het `herfstbladerenmenu' dat we savoureren, of de hele winter de huismussen voeren met gebakken broodsoldaatjes in de vorm van dominostenen?

Het tweede gerecht wordt aangekondigd met de volgende wijn uit het arrangement, een Nekeas uit Navarra. Met lichte houtopvoeding, weet de gastvrouw. Als dit licht hout is, wat moet zwaar hout dan wel niet zijn. Maar hij past uitstekend bij het trio van op theebladeren gerookte Sint-Jakobsmossel, krokant gebakken zwezerik en een gebakken scampo – enkelvoud van scampi – met een rijke, lobbige saus van eekhoorntjesbrood, kruidenolie en chips van paarse aardappel. Prachtvol en smaakvol, maar meer een proeverijtje van drie gerechtjes dan een samenhangend gastronomisch geheel.

Het uitzicht eist daarna even de aandacht op. Het landschap is van het type waar Mona Lisa in het Louvre zo hinderlijk het zicht op ontneemt. Dan komt het hert. Er zijn nog maar weinig culinaire zekerheden. Onlangs oordeelde een groepje ervaren proevers dat gefokt hert beter en ook `wilder' smaakt dan wild hert. Gekweekt wild of wild wild, de hertenbiefstuk is in Bellevue in elk geval perfect gebakken. Hij staat bol van de vleessappen. Er komt een ingetogen maar passend garnituur bij van port-cranberrybessensaus, paddestoelen en een rulle puree van knolselderij en aardappelpuree. De Costières de Nîmes, boordevol warmte uit de zonnige zomer van 2003, doet het op een koele herfstdag het goed bij dit najaarsgerecht.

Nog meer gebottelde zon zit in de zoet-frisse Muscat de Rivesaltes. Die verzorgt de begeleiding bij het desserttrio van de koude sabayon met boerenjongensijs, een stukje miserable en een nootje van chocolade-mintmousse. Het is niet onvergetelijk maar wel lekker.

U eet altijd lekker, schreef een lezer. Vaak is dat waar, meestal dankzij intelligent speurwerk, soms door stom geluk. Bij Bellevue kwamen we terecht op zoek naar een eenvoudige slaapplaats. Het hotel – je hebt er het idee bij een tante te logeren in een nette, schone kamer zonder veel luxe maar met een goed bed – bleek een restaurant op niveau te hebben. Eigenlijk is het meer een restaurant met kamers. Het adres is onwaarschijnlijk, Deus 1. Op zo'n restaurant rust Gods zegen, Hij zal me de foie gras ook wel vergeven.

Restaurant Bellevue (met kamers), Deus 1, Simpelveld. Tel. 045 5441537; www.hr-bellevue.nl