Van Oostrom

`Hoed je voor de waan van de dag, voor een al te utilitaire kijk op kennis en innovatie.' De uitspraak van Frits van Oostrom (W&O 12 nov) is me uit het hart gegrepen. Als studente Romaanse talen breng ik dit semester door in Frankrijk, aan het Centre d'Études Supérieures de la Renaissance (CESR) in Tours. Het valt me op dat men hier een totaal andere kijk op literatuur, kunst en geschiedenis heeft dan in Nederland.

In Nederland lijkt het soms wel of je je moet verontschuldigen dat je letteren studeert. Hoe durf je regeringsgeld te verspillen aan zoiets nutteloos, terwijl de wereld wacht op allerlei medicijnen, technische innovaties, economische adviezen en meer van dat soort nuttige zaken.

Aan het CESR is dat heel anders. Een club van enthousiaste wetenschappers geeft college over hun eigen vakgebied. Op die manier worden de (master)studenten warm gemaakt voor het vak. Want daar gaat iedereen vanuit: het instituut is geen school, maar een broedplaats voor wetenschappers. Met de zesjesmentaliteit waar Van Oostrom het over heeft kom je niet erg ver op het CESR.

Het nut van de studie van de Renaissance wordt niet in twijfel getrokken. Natuurlijk niet, onze geschiedenis en onze cultuur zijn ons erfgoed. Door het verleden te bestuderen, begrijpen we de wereld van nu veel beter. Uiteindelijk blijken veel onderzoeken juist erg nuttig te zijn, hoewel dat niet speciaal het doel was. Als je overigens van te voren moet weten of het nuttig is, kun je nooit iets nieuws onderzoeken, want dan loop je het risico dat je iets nutteloos vindt.

Wie geen letterenstudie doet, blijft vaak met het oppervlakkige beeld zitten dat op de middelbare school wordt gegeven van talen, kunst en geschiedenis. Stel je voor, frans 1 en duits 1 zijn in de tweede fase opgenomen omdat het zo handig was om tijdens je studie boeken in een andere taal te kunnen lezen. Dat lijkt me typisch een voorbeeld van de utilitaire kijk waar Van Oostrom zo'n hekel aan heeft.

In Frankrijk word je er al van kleins af aan van doordrongen dat literatuur belangrijk is. Een abonnement op de bibliotheek is gratis, want iedereen heeft recht om kennis te nemen van het patrimonium. Op boeken zit evenveel BTW als op levensmiddelen, want de letteren zijn een eerste levensbehoefte.

Nu wil ik niet suggereren dat alles in Frankrijk beter geregeld is dan in Nederland. Het Nederlandse probleem is hier namelijk precies omgedraaid: er is nauwelijks erkenning voor de bètawetenschappen. Toch denk ik dat het niet verkeerd is om naar onze houding tegenover ons erfgoed te kijken. Literatuur en geschiedenis zijn geen divertissement, maar rijke informatiebronnen die ook voor de huidige maatschappij van toepassing zijn.

Het gaat slecht met de letterenstudies in Nederland. Daarom ben ik blij met een artikel als dat over Frits van Oostrom. Hopelijk kan hij de alfawetenschappen een nieuwe impuls geven, voordat de letterenstudenten uitgestorven raken.