Trouwen en naar Nederland

De Amsterdamse Najat Rabbae probeert in te burgeren in Marokko. Over werkloosheid en de migratiewens.

Wanneer ik vertel dat ik vanuit Nederland naar Marokko ben gekomen om de taal te leren, is de eerste vraag die me meestal met enige nationalistische trots gesteld wordt: `En, mooi land hè, Marokko?!' In hetzelfde gesprek kan met mannelijke gesprekspartners even later echter het half als grapje gebrachte voorstel komen: te trouwen en dan in Nederland te gaan wonen. De voorstelling van `barra' (het buitenland) lijkt bij menig Marokkaan even simpel als het woord zelf, dat letterlijk buiten betekent: Geld, en daarmee een goed leven. Daarbij wordt vergeten dat het leven barra zo veel duurder is dat er daardoor weinig van dat hogere salaris zal overblijven.

Bij de vraag wat het leven dan zo moeilijk maakt in Marokko, komen de hoge werkloosheid, het lage inkomen, de corruptie en soms toch ook de geringe vrijheid door de islamitische cultuur naar voren. Tot in de vriendenkring van mijn familie zijn er zonen die zich met een grote som geld, die door de hele familie met zweten en zwoegen bij elkaar geschraapt wordt, tot een mensensmokkelaar wenden om de oversteek te wagen naar het paradijs dat Europa heet. Ik vraag me af waarom mensen die drie miljoen real (15.000 euro) niet investeren in een zaakje hier, in plaats van met dit fortuin de zakken van louche mensensmokkelaars te spekken om daarna in fabrieken en schoonmaakbedrijven terecht te komen. Hoe snel zal hun droom in duigen vallen als ze in een vijandige omgeving terechtkomen die in elke moslim een potentiële fundamentalist ziet, zonder familie of goede kennis van de taal?

Hoewel de recente opstand in Frankrijk duidelijk zou kunnen maken dat duizenden migranten en hun kinderen zelfs met de goede papieren geen perspectief hebben op werk, verandert het droombeeld niet. Dat Europa steeds strenger wordt tegenover migranten onder het motto van bestrijding van terreur en moslimfundamentalisme wordt als teleurstellend ervaren. Mijn neef, een hoogopgeleide man, zegt zelfs: `Europa kan het niet maken om opeens de grenzen te sluiten voor migranten uit Marokko omdat er zo'n lange geschiedenis is van samenwerking met Marokkanen. In de Tweede Wereldoorlog vochten ze zij aan zij met de geallieerden, daarna zijn ze als gastarbeiders naar Europa gehaald en nog steeds knappen velen de klusjes op waar autochtonen hun neus voor ophalen. Wordt al deze dienstbaarheid nu opeens vergeten?' Als we het daarna hebben over de zwarte Afrikanen die in zulke grote aantallen noordwaarts trekken om Europa te bereiken of anders in de Maghreb te blijven, verandert zijn houding. Marokko zou de grenzen beter moeten bewaken tegen deze mensen. Geconfronteerd met het feit dat beiden op zoek zijn naar een beter leven en zijn meten met twee maten, komt hij terug met het niet geheel overtuigende argument: `Nee, dat is anders. Hier zijn vaak zeer hoogopgeleide mensen die geen baan kunnen vinden, voor hen zou het toch mogelijk moeten zijn om te migreren om het werk te vinden waar ze voor opgeleid zijn.'

Verbaasd over de dubbele houding ga ik bij mezelf te rade wat ik vind van de Marokkaanse migratiewens. Een stemmetje in mij zegt: `Nee, blijf hier en wees tevreden met je leven, dat niet slecht is. Ik betwijfel of je er in Europa gelukkiger op zult worden.' Maar ik ga straks terug naar Nederland.