Tegelen Swalmen

Joyce Roodnat wandelt door Nederland en de rest van de wereld. Deze week in Limburg

Aan de hekken van de weilanden staan badkuipen. Ze zijn wit of bruin, afgedankt spul uit de jaren zeventig toen de interieurs licht waren en donkerbruin werden. Nu zijn ze drinkbak voor het vee.

Op het water in de kuipen drijven velletjes ijs. Eindelijk is het weer eens koud. Even stilstaan maakt rillerig en dan is het zaak om gauw door te lopen, bij voorkeur met overdreven tred en armgezwaai (er is hier toch niemand): zo is de wandelaar zijn eigen kacheltje. Ik zie man ook zijn pas versnellen, hij verliest zijn kleur, hij wordt een rug in de mist.

Vaart daar een speedbootje? Nee, opzij, het is een crossfietser.

De zandpaden vol ingetrapte kiezels volgen geblutste grenspalen en voeren nu eens het ene land binnen en dan het andere. In Duitsland heerst het bos, romantisch in de nevelvracht, met eiken en dennen en de larix-met-de-geeldonzen-naaldjes. In Nederland laat de mist vooral akkers los. De velden prei met hun flegmatische bladeren worden dankzij de mist het decor voor liefdesdrama's, iets met de snik in de stem van Tom Jones. Op andere akkers staan priegeltakjes in dorre rijen op aardrichels. Wat zou dat zijn? Ik trek er eentje uit. Er zit niks onder.

,,Zet maar terug'', zegt man. Doe ik. Als nieuw. Je ziet er geen barst van.

De rookgordijnen worden dunner, maar de nevel blijft het bos omklemmen. Pollen hard gras in ouwemannengeel strekken natte tentakels uit. We lopen langs een `grindrijk hoogterras', schrijft het boekje. Zoiets neem ik braaf aan terwijl ik in de diepte staar. De nevel blijft boven, beneden vloeit zwart een stroom.

Mist is mooi. Mist neemt en mist geeft. Hij neemt het zicht, maar hij legt accenten, op het natte suède van de varens, op stammen met zwammen als dikke oren, op een rij bomen langs een koolzaadveld. Hij is gul met de stemmige schoonheid van oude kant, van een antieke tulen rok, van de poederdons van oma.

Geblaf en gejank breken de stilte doormidden. Op een open plek worden politiehonden getraind, herders met zwarte gezichten. In het midden staat een man in een gewatteerd pak dat alleen de rechte korte haren langs zijn slapen vrij laat, en een stel hoogrode wangen. Een onhandelbare hond tracteert hij op een grizzlydans, met kruisende benen, een zwiepende tak en gebrul diep uit zijn keel. De hond laat zich niet intimideren. Hij blaft gewoon terug.

15,5 km. Kaarten 31, 32, 33 uit Pieterpad II. Uitg. NIVON, 2001. Tussen Swalmen en Tegelen rijdt elk uur een trein. Er moeten dan wel enkele kilometers extra gelopen worden, van en naar de stations. Tel. taxi 06 20458847.