Sorry, we zaten langdurig te slapen

Kan het Nederlandse parlement een ongewenste maatregel uit Brussel tijdig tegenhouden? Uit de geschiedenis van de controversiële Europese `zonnerichtlijn' blijkt hoe lastig dat is. Bijna moesten stratenmakers van een parasolletje worden voorzien.

Achteraf vroeg menig Kamerlid zich verbijsterd af hoe het zover had kunnen komen. In juni dit jaar bleek opeens dat Europa afstevende op een verplichting voor alle werkgevers om hun werknemers te beschermen tegen de gevaren van zonlicht. Stratenmakers, medewerkers van strandtenten, mensen in de bouw, desnoods moesten ze op last van de baas maar een extra T-shirtje aan en een beetje extra zonnecrème op. Zo zou Europa voorkomen dat ze huidkanker kregen. `Ambre-solaire-richtlijn' ging de verplichting al snel heten.

Typisch voorbeeld van Brusselse bemoeizucht, vonden veel leden van de Tweede Kamer – nog verdoofd van de klap van het `nee' tegen de Europese Grondwet. Lidstaten moesten toch zelf uitmaken of ze iets (en zo ja, wat) tegen de zon wilden ondernemen? In Finland is dat minder een probleem dan in Italië. Waarom zou je zoiets Europees aanpakken?

Maar diezelfde Tweede Kamer had eerder nooit enige interesse in het onderwerp getoond. Niet toen het plan begin jaren negentig in Brussel op tafel kwam, niet toen er belangrijke besluiten over werden genomen. Kamer en fracties zijn slecht in staat tegenwicht te bieden aan de Brusselse regeldruk, zo blijkt uit een reconstructie van de geschiedenis van de zonnerichtlijn. VVD-Kamerlid Hans van Baalen, die in 2002 op verzoek van de Tweede Kamer een rapport schreef waarin hij pleitte voor actievere parlementaire bemoeienis met Brussel, geeft commentaar op het gedrag van de Tweede Kamer in de verschillende stadia van besluitvorming. Zijn conclusie: ,,Anno 2005 zou zoiets weer kunnen gebeuren.''

1

September 1990

Een meerderheid van het Europees Parlement, onder wie veel Nederlandse parlementariërs, vindt dat Europa een taak heeft bij de bescherming van werknemers tegen de gevaren van geluidsoverlast, trillingen en straling. Uit wetenschappelijk onderzoek was gebleken dat straling, zowel kunstmatige van bijvoorbeeld scanners als van de zon, blindheid en huidkanker kan veroorzaken, en daarmee dodelijke slachtoffers maakt. In diverse Europese Verdragen én in een besluit uit 1989 van de ministers van Sociale Zaken uit alle lidstaten, staat dat bescherming tegen gevaren op het werk een Europese taak is. Het Europees Parlement neemt een niet-bindende resolutie aan, een aanwijzing dat er wetgeving over dit onderwerp op stapel staat.

De resolutie wordt in Nederland nauwelijks opgemerkt. In de Tweede Kamer blijft het stil.

Hans van Baalen: ,,Dat was het eerste moment dat de Tweede Kamer had kunnen zeggen: mocht deze resolutie tot Europese wetgeving leiden, dan zijn wij daar als Nederlands parlement tegen. Dat had in de Kamer tot een levendige discussie kunnen leiden, en je had later sterker gestaan in volgende onderdelen van het besluitvormingsproces.

,,De lijn van de VVD zou dan zijn geweest: Reuze sympathiek van u, Europees Parlement, om zo'n maatregel te willen, maar wat is het Europese probleem eigenlijk? Is er sprake van grensoverschrijdende gevaren voor de gezondheid? Is het efficiënt en effectief om die op Europese schaal op te lossen? Bij de vogelgriep is het niet moeilijk om dat aan te tonen. Bij de zonnerichtlijn is dat niet het geval.

,,De Tweede Kamer heeft toen al niet zitten opletten, en dit moment gewoon laten passeren. Er worden zoveel immers zoveel niet-verplichtende resoluties aangenomen door het Europees Parlement, enkele honderden per jaar misschien wel. En moet je over elke resolutie meteen je mening geven als Kamer? Dan kun je wel bezig blijven.''

2

December 1992

Het is het jaar van de opening van de Europese binnengrenzen. Vrij verkeer van personen en goederen is het parool. Maar die goederen moeten wel onder dezelfde (arbeids-)omstandigheden worden gemaakt. Concurrentie over de ruggen van werknemers is uit den boze. Europese `arbo-wetgeving' komt op gang.

Tegen die achtergrond neemt de Europese Commissie het voorstel van het Europees Parlement over om werknemers tegen geluid, trillingen en straling te beschermen. Het past ook mooi in het actieplan `Gezondheid op het Werk' dat de Commissie eind jaren tachtig het licht had doen zien.

Het voorstel wordt op 18 maart 1992 gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschap. Deze publicatie was niet zoals nu te raadplegen op internet, maar wel in een apart kamertje in de buurt van het Binnenhof te Den Haag.

Opnieuw blijft het stil in de Kamer. CDA-Europarlementariër Ria Oomen waarschuwt naar eigen zeggen de Nederlandse minister Bert de Vries (CDA, Sociale Zaken) dat het pakket arbo-regels verregaande gevolgen kan hebben voor de Nederlandse wetgeving. De Vries denkt dat dat wel meevalt, aldus Oomen.

Hans van Baalen: ,,Onze reflex is typisch Hollands: je bordje keurig leeg eten, ook als je het niet zo lekker vindt. Kijken hoe dingen gaan. Niet proberen iets te stoppen, laat staan iets botweg te weigeren. Maar zo word je wel meegezogen in de Brusselse regeldrift. Zoals Frits Bolkestein ooit zei: De Europese Commissie is niet opgericht om geen dingen te regelen.''

3

Juli 1994

De Europese ministers van Sociale Zaken beslissen dat ambtelijke werkgroepen het voorstel van de Europese Commissie moeten uitwerken. Het Nederlandse kabinet (op dat moment overigens demissionair) steunt het voorstel tot uitwerking. In de jaren daarna, in 1995 en 1996, wordt het parlement drie keer ingelicht over de ontwerp-richtlijn. Dat gebeurt via de periodieke brieven (fiches) aan het parlement waarin het ministerie van Buitenlandse Zaken de volksvertegenwoordigers op de hoogte stelt van komende wet- en regelgeving vanuit Brussel. Opnieuw blijft het stil.

Hans van Baalen: ,,Een doorsnee vakspecialist in een fractie moet gemiddeld een paar meter papier per maand doorploegen. Waarom zou hij of zij juist dit Europees voorstel eruit halen? Er valt politiek niet op te scoren, en er valt waarschijnlijk ook niet veel aan te veranderen. Want Nederland is niet alleen in Europa. Dus waarom zou zo'n Kamerlid die moeite nemen? Eigenlijk heb je een aansprekende parlementariër nodig, zo'n bijter van het type-Rob van Gijzel (oud-PvdA-Kamerlid, red.) die tien jaar lang op tien verschillende manieren NEE, NEE, en nog eens NEE kan roepen tegen zo'n richtlijn. Maar die zijn schaars. Bovendien is de doorloopsnelheid van Kamerleden daarvoor veel te hoog. Ik denk dat in de hele geschiedenis van die zonnerichtlijn de VVD-fractie wel vier keer is veranderd van sociale zaken-specialist.''

4

1999

De Europese ministers van Sociale Zaken besluiten na advies van de ambtelijke werkgroepen de richtlijn te splitsen in verschillende wetten. Er staan anders te veel onderwerpen in één wet, vinden de ministers. Het tegengaan van het gevaar van trillingen in bijvoorbeeld de bouw wordt prioriteit. In de jaren daarna komen er ook aparte wetsvoorstellen tegen geluidsoverlast, electromagnetische velden (bijvoorbeeld uit telefoons en computers) en straling.

Alle energie is gericht op de invoering van de richtlijnen die aanpassing van producten vergen. Bescherming van werknemers tegen kunstmatige straling uit scanners, kan betekenen dat bijvoorbeeld de scanners op luchthavens moeten worden aangepast en dat producteisen in de landen van de Europese Unie moeten worden geharmoniseerd. Ambtenaren en lobbyisten besteden veel tijd en energie aan een zo goedkoop mogelijke en efficiënte uitvoering van deze wet. Het onderdeel van de stralingsrichtlijn dat zich richt op zonnestraling, krijgt veel minder aandacht.

Hans van Baalen: ,,Wij in het parlement houden veel te weinig in de gaten wat die ambtenaren in Brussel allemaal aan het doen zijn. We zouden ze veel meer aan de ketting moeten leggen. De ambtenaren van de Nederlandse departementen opereren in Brussel tamelijk autonoom. Ze vinden het leuk erheen te gaan en in die comités met hun mede-deskundigen te overleggen en dingen te regelen. Niemand hier in Den Haag houdt ze echt in de gaten, de vakdepartementen niet, Buitenlandse Zaken niet, het parlement niet, de media niet, en in dit geval, de lobby-organisaties ook niet.''

5

Voorjaar 2004

Het Iers voorzitterschap van de Europese Unie besluit in samenspraak met Nederland, dat het voorzitterschap in het najaar zal overnemen, de maatregelen in het onderdeel `zon' van de stralingsrichtlijn te versoepelen. In plaats van harde grensnormen op te nemen over de maximale blootstelling aan zonlicht met maximale waarden, wordt een meer algemene plicht voor werkgevers geformuleerd om hun werknemers tegen de gevaren van zon te beschermen.

Nederlandse ambtenaren reageren opgelucht en zien de aanpassing als een overwinning. Zowel de zuidelijke landen als veel van de nieuwe toetreders hadden tegengesputterd. De zuidelijke lidstaten zien wel iets in bescherming tegen de zon door Europa; dan hoeven ze het zelf niet te doen. En veel voormalige communistische landen die sinds 1 mei 2004 lid zijn van de Europese Unie, denken `klassiek legalistisch'. Dat wil zeggen dat ze meer uitgaan van centrale overheidswetgeving dan van een eigen verantwoordelijkheid van werkgevers en werknemers.

Het Nederlandse parlement wordt op 9 november 2004 via de zogeheten `fiches' van het ministerie van Buitenlandse Zaken op de hoogte gesteld van de aanpassing. In de brief stelt het ministerie van Sociale Zaken dat de invoeringskosten voor Nederland mee zullen vallen. Op 7 december gaan de Europese ministers van Sociale Zaken formeel akkoord met de stralingsrichtlijn, inclusief het zonne-deel.

Hans van Baalen: ,,De bestuurlijke reflex is op dat moment te veel die van haalbaarheid. De oorspronkelijke en fundamentele vraag: `Moet dit überhaupt Europees worden aangepakt?', is al lang niet niet meer aan de orde. Het parlement stelt die politieke vraag ook niet. Die fiches (periodieke brieven van de regering aan het parlement over Brusselse plannen, red.) over Europese wetgeving gaan via de Europacommissie van de Tweede Kamer naar de vakcommissies, waar ze op een grote stapel terechtkomen.

,,Waarom zou de vakspecialist juist die eruit halen en er werk van maken? Hij heeft op z'n minst hulp nodig van iemand die weet hoe in Brussel de hazen lopen. Het grote probleem is echter dat dergelijke mensen vaak laag in de pikorde van de fractie staan. Jan te Veldhuis bijvoorbeeld, was een uitstekend milieuspecialist van de VVD-fractie. Hij wist niet alleen veel van milieu, maar ook veel van Europese milieuregels. Alleen daarom zou een fractievoorzitter hem bij de volgende verkiezingen hoog op de lijst moeten zetten. Dat is bij Te Veldhuis niet gebeurd. Nu is Te Veldhuis dus weg.''

6

April 2005

Het Europees Parlement dat samen met de Europese ministers over de stralingsrichtlijn moet beslissen, vult de algemene plicht voor werkgevers in die de ministers van Sociale Zaken een jaar eerder overeen zijn gekomen. Dat gebeurt in de commissie Sociale Zaken van het Parlement. Werkgevers in sectoren als de bouw, strandtenten, stratenmakers wier werknemers langdurig aan zonlicht worden blootgesteld, zouden moeten worden verplicht aan te geven welke beschermingsmaatregelen ze nemen.

Nu ontstaat onrust bij lobbyisten. Het midden- en kleinbedrijf slaat alarm over mogelijke kosten en administratieve rompslomp. Werkgeversvereniging VNO/NCW is eveneens kritisch. Het Financieel Dagblad en NRC Handelsblad plaatsen op 23 juni een bericht over de zonnerichtlijn op de voorpagina. Tweede Kamerlid Van Egerschot (VVD) stelt op 1 juli vijf vragen aan staatssecretaris Van Hoof (VVD, Sociale Zaken). Hij wil onder meer weten of er de klimatologische verschillen tussen de lidstaten niet te groot zijn voor een Europese aanpak. Bovendien stelt hij dat moeilijk is na te gaan of de negatieve gevolgen van zonnestraling in werk- dan wel privétijd zijn opgelopen.

Van Hoof bevestigt op 11 augustus in zijn beantwoording het bestaan van de klimatologische verschillen binnen de Europese Unie, maar zegt ook dat risico's van de zonnestraling overal in de Unie aanwezig kunnen zijn.

7

Juli 2005

De Commissie Sociale Zaken van het Europees Parlement besluit alsnog de bescherming tegen de zon over te laten aan de lidstaten. Dat besluit wordt alom beschouwd als een reactie op het dubbele nee tegen de Europese Grondwet in Frankrijk en Nederland. Met name in Nederland hadden de tegenstanders van het Grondwettelijk Verdrag succesvol campagne gevoerd met het beeld van de EU als superstaat die te veel over de hoofden van burgers wil regelen. De plenaire vergadering van het Europees Parlement neemt in september 2005 het besluit van de commissie over. De Raad van Ministers moet nu nog samen met het Parlement besluiten wat er met het `zonnedeel' uit de stralingsrichtlijn moet gebeuren.

8

Oktober 2005

De 25 nationale parlementen uit de EU besluiten tot invoering van de subsidiariteitstoets. In elk parlement gaan leden bekijken of een nieuw voorstel van de Europese Commissie steun verdient of beter kan worden ingetrokken, omdat lidstaten het betreffende onderwerp beter zelf kunnen regelen. In Nederland gaat dat vanaf januari volgend jaar gebeuren.

Zal deze toets een herhaling van de geschiedenis van de zonnerichtlijn kunnen voorkomen?

Hans van Baalen: ,,Wat met de zonnerichtlijn is gebeurd, kan nog steeds gebeuren, al is de kans nu waarschijnlijk minder groot. En als we straks met die subsidiariteitstoets beginnen, wordt de kans in elk geval kleiner dat de fiches bij de vakcommissies op de grote hoop belanden. Want er komt een centrale commissie van leden uit Tweede en Eerste Kamer die deze brieven kritisch gaat bekijken, en vervolgens tegen de vakcommissies zegt: `Hé, dat is belangrijk. Doe daar wat mee'. Dat kan ertoe leiden dat de Tweede Kamer tegen bijvoorbeeld staatssecretaris Van Geel zegt: `Ga maar in Brussel zeggen dat we maatregel x of y niet willen'. Door de subsidiariteitstoets hebben we straks in elk geval een procedure. Zie het als een eerste stap. Maar al die andere problemen van onoplettendheid worden pas opgelost als media er nog meer over gaan schrijven en de politieke partijen en fractieleiders Europa echt serieus gaan nemen.''

Wilt u reageren? Stuur uw reactie naar zbrieven@nrc.nl of schrijf het Zaterdags Bijvoegsel, Postbus 8987 3009 TH Rotterdam

Rectificatie / Gerectificeerd

In het artikel Sorry, we zaten langdurig te slapen (26 november, pagina 41) wordt het Tweede-Kamerlid Van Egerschot (VVD) aangeduid als een man. Het betreft hier echter een vrouwelijk Kamerlid.