Scholieren winnen weekje radio maken in Zuid-Afrika

Sylvie Steffers reisde mee met Amersfoortse jongeren die een reis naar Johannesburg gewonnen hadden – om radio te maken

Leerlingen van Het Nieuwe Eemland college uit Amersfoort wonnen afgelopen maand een reis van een week naar Zuid-Afrika. Geen vakantie. Maar maatschappelijk betrokken radio leren maken. Een paar maanden geleden schreef kinderrechtenorganisatie Save the Children een wedstrijd uit onder Nederlandse scholieren met de opdracht sociaal maatschappelijke radio te maken. En de Amersfoortse school maakte het beste programma en won hiermee een week radiomaken in Zuid-Afrika, waar community radio, gemeenschapsradio, nog steeds een krachtige medium is.

Van de vier jonge radiomakers die deelnemen aan de reis heeft er een nooit gevlogen en is het voor de anderen de eerste verre reis.

Vanuit een sprookjesachtig hotel met zwembad in de hippe mediawijk Melville in Johannesburg, of Jozi, worden de plannen voor de week in Zuid-Afrika doorgesproken. Edo Berger, radiomaker bij 3 FM, begeleidt de leerlingen deze week. Hij wil elke avond beëindigen met een persoonlijk interview in de `dagboekkamer' als onderdeel van een radioprogramma dat achteraf in Nederland gemonteerd wordt. De problematiek rondom hiv/aids in Zuid-Afrika – zo'n 35 procent van de mannen tussen de 18 en 35 jaar in Zuid-Afrika is met hiv besmet, is ene belangrijk thema van het radioprogramma. Dagelijks worden 1.500 tot 1.700 mensen geïnfecteerd en sterven 500 mensen aan de ziekte.

De vier Amersfoortse winnende middelbare scholieren, Patrick Ooms (die zichzelf `techniek nerd' noemt), Marsha Knoop (`creatieveling'), Nick Egbers ('lucky bastard') en Deborah Verheus (`mama van het stel') bespreken hoe je over zo'n gevoelig onderwerp radio-interviews zou moeten maken. Deborah: ,,Het is hoe je het vraagt, iemand moet de vrijheid voelen om te antwoorden.''

Op dag twee staan al meteen bezoeken aan middelbare scholen in de Townships van Free State gepland. De onderdirecteur van de eerste school verwelkomt de leerlingen met een introductiepraatje in zijn werkkamer. Het prikbord achter hem hangt vol met moraliserende leuzen: `People who are in charge of their lives cope better then those who are always blaming someone else' en `Being alike has brought us together. Being different will help us grow'. Hij legt uit dat er nog steeds een sfeer van geheimzinnigheid hangt rondom hiv/aids: ,,Statistisch gezien moeten er hiv-geinfecteerden zijn en we trekken conclusies als twee ouders snel na elkaar overlijden, maar zeker weten doen we het nooit.'' Om de discussie over hiv/aids met de leerlingen open te breken nodigen ze hulporganisaties en experts uit om erover te praten. Gewapend met de informatie van de onderdirecteur gaan de jongeren naar buiten en halen hun recorders en camera's te voorschijn. Bij het zien van de apparatuur rennen de Zuid-Afrikaanse scholieren direct op ze af en heel makkelijk ontstaat het contact.

's Avonds in de dagboekkamer zijn alle Nederlandse scholieren overdonderd door de openheid van de Zuid-Afrikaanse leerlingen die ze op de vier scholen die dag gesproken hebben. Deborah en Marsha kwamen in hun eerste interview meteen in aanraking met tienermoeders: ,,Ze zijn zo open, echt wauw! En als je vraagt of ze wat willen zingen, dan doen ze dat. Ik was heel zenuwachtig, maar hoe langer we bezig waren, hoe makkelijker het ging.'' Nick en Patrick ondervonden dat vooral jongens makkelijk over seks en hiv/aids praten. Nick is verbaasd over zichzelf: ,,Ik kad niet verwacht dat ik zo direct vragen durfde te stellen.'' Ze vinden dat ze nu, na een dag, al materiaal genoeg hebben. Maar geen van de Zuid-Afrikaanse scholieren geeft toe dat ze direct met hiv/aids te maken hebben.

Om een beter contact te maken met Township jongeren heeft Save the Children de volgende dag een workshop georganiseerd met de vier blanke Nederlandse en zes zwarte Zuid-Afrikaanse scholieren. Ze moeten een rivier van hun leven tekenen aan de hand waarvan ze hun levensverhaal moeten vertellen. Bij elk levensverhaal wordt gevraagd op welke leeftijd ze voor het eerst met hiv/aids te maken kregen. Voorzichtig vertellen ze dat ze een tante of een buurvrouw hebben gehad die aan aids is overleden, maar als ze een ouder hebben verloren, is dat altijd aan een longziekte. De dood is het grote verschil met de Nederlandse leerlingen. Zonder uitzondering hebben de Zuid-Afrikaanse leerlingen iemand van dichtbij verloren, een vader, een broer. En hoewel de dood een normaler onderdeel van hun leven is, blijkt het niet minder ingrijpend voor hen te zijn. In de dagboekkamer zijn de scholieren onder de indruk van de familiebanden en de idealen die de Zuid-Afrikanen hebben. Marsha vat samen: ,,Ze hebben grote visies op het leven omdat ze het niet makkelijk hebben en het daarom goed willen doen en de situatie voor hun familie willen verbeteren. In Nederland willen ze dat voor zichzelf.'' Het is de eerste generatie die na de Apartheid geschoold is en dat uit zich in grote idealen. Ze willen maatschappelijke carrières, rechten studeren, dokter of Nelson Mandela in een spaceshuttle worden. Het is een hoopvolle generatie die idealen wil verwezenlijken met de motivatie om het voor hun ouders en land beter te maken. Dan volgt voor de vier Nederlandse scholieren nog een dag bij een echt Zuid-Afrikaans community radio station, Jozi FM in Soweto, waar ze ervaren dat vooral de betrokkenheid van een gemeenschap als die in Soweto met het radiostation veel groter is dan die met de Nederlandse radio.

Links naar de radio-uitzending over de reis van de scholieren zijn te vinden op www.buzz.nl/express en www.meridiaan-eemland.nl