Lijden 2

Mijn bewondering gaat uit naar het doorzettingsvermogen van Rob van Zoest. Maar het beeld dat hij schetst van verpleeghuizen bevat voornamelijk stereotiepen en een aantal aperte onjuistheden. Dat begint als hij vertelt dat hij wel eens in een verpleeghuis is binnengereden en hij het definieert als ,,ondraaglijk lijden'' dat je je ,,zelfregie volledig uit handen moet geven aan mensen die om zes uur naar huis gaan en het eigenlijk niets kan schelen hoe jij je voelt''. Van Zoest suggereert hier drie dingen die om een reactie vragen:

1. Anno 2005 is het helaas inderdaad nog steeds zo dat je je zelfregie grotendeels uit handen geeft nadat je over de drempel van een verpleeghuis naar binnen bent gereden. Dat is niet omdat het personeel en het management of de organisatie dat zo graag willen, dat is omdat de zorg in ons land van oudsher zo georganiseerd is en door de bezuinigingen.

2. Is het (daarmee) ondraaglijk lijden geblazen in verpleeghuizen? Een wasbeurt van 2,5 uur is, zelfs in het meest vooruitstrevende huis, niet haalbaar. Probeer maar eens met 3 verzorgenden 16 tot 17 zo zwaar gehandicapte bewoners als de heer Zoest op de ochtend `gewassen en gesteven in de rolstoel' te krijgen. Onze verzorgenden doen dat elke ochtend opnieuw. En ze doen dat met hun hart op de goede plek.

3. Onze medewerkers – verpleeghuisartsen, verzorgenden, voedingsassistenten, activiteitenbegeleiders, zorgondersteunende disciplines – afschilderen als gevoelloze zorgmachines is beledigend. We spreken hier over mensen die vanuit een wens of ideaal om mensen te helpen zijn gaan werken in een sector waar geen groot geld te verdienen valt en waarvoor je over flinke lichamelijke en geestelijke reserves moet beschikken om het je hele werkzame leven te kunnen doen. Gehospitaliseerde dankbaarheid is nergens voor nodig, maar primair respect voor hun inspanning is wel het minimum. Er gaat bij ons geen verzorgende na weer een zware dienst naar huis met een onverschillige gedachte over de door haar verzorgde bewoners.