Kennis in de verdomhoek

Kennissocioloog Michael Young gelooft niet meer in het Nieuwe Leren. `Het geeft leerlingen de verkeerde boodschap mee.'

DAT AAN NIEUWE onderwijsmethoden het gevaar kleeft van verwaarlozing van kennis erkent nu zelfs het ministerie van Onderwijs. In het huidige debat tussen aanhangers van Kennisoverdracht en van `Nieuw Leren' ontbreekt tot nu toe een diepere analyse van de oorzaken van de verwaarlozing van kennis. Die analyse is hard nodig, zo maakte Engelse kennissocioloog eerder deze maand duidelijk tijdens een vraaggesprek in de marge van een onderwijsconferentie in Lunteren.

Michael Young is emeritus-hoogleraar van het Londense Institute of Education. Hij begon ooit als scheikundeleraar, werd daarna socioloog en is in Engelse onderwijskringen een begrip geworden door het boek `Knowledge and Control' (1971). Het boek werd verplichte kost op lerarenopleidingen, waardoor generaties leraren een kritische en nogal relativerende kijk op schoolse kennis meekregen. Michael Young omschrijft zichzelf in die periode als `kennisrelativist'. Kennis was politiek.

Twee ervaringen hebben hem van gezichtspunt doen veranderen. De eerste ervaring was zijn betrokkenheid bij het Post-16-Education Centre, een centrum voor leerplanontwikkeling en professionalisering voor het secundair beroepsonderwijs. Die ervaring maakte dat hij zich veel verantwoordelijker ging voelen voor kennisoverdracht. De tweede ervaring is een adviseurschap in Zuid-Afrika. Vanaf 1990 werd hij door Mandela en de zijnen uitgenodigd mee te denken over een nieuw leerplan en het opzetten van een nieuw systeem van kwalificaties. Alles zou anders moeten. Na de opheffing van de apartheid in 1994 voerde men de plannen in. Het werd geen succes en dat was voor Michael Young de reden om zich eens goed te herbezinnen op de rol van schoolse kennis. Hij vindt zichzelf nu een `kennisrealist'. Daarover gaan diverse recente artikelen van zijn hand.

U bent kennissocioloog. Dat specialisme kennen wij in Nederland nauwelijks. Kunt u uitleggen waarom het belangrijk is schoolse kennis vanuit een sociologisch gezichtspunt te bestuderen?

``De kenniskwestie is te lang overgelaten aan filosofen. In werkelijkheid is kennis iets heel praktisch en levends. Het draait erom dat mensen met kennis controle over hun leven krijgen en niet opgesloten blijven in hun praktische ervaringen. Maar juist om die `verlichtende' functie te kunnen hebben moet onderwijs duidelijk maken dat kennis die op school geleerd wordt niet hetzelfde is als alledaagse ervaringskennis. Arme boeren in Afrika kunnen hun landbouw en leefomstandigheden niet verbeteren zonder die afstandelijke `academische' kennis. Anderzijds is een kritische analyse van de `kennissamenleving' ook hard nodig.''

Michael Young kent het Nederlandse debat rond het Nieuwe Leren, waarin de leerling centraal staat en de leraar begeleider is. In de `sterke' variant kiest de leerling zelf wat hij gaat leren; internet wordt gezien als een belangrijke bron van kennis. Leerlingen maken praktische opdrachten om vaardigheden op te doen.

Hoe kijkt u aan tegen dit concept? Is er een vergelijkbaar debat in Engeland?

``Niet de leerling moet centraal staan in onderwijs, maar de pedagogische relatie waarin kennisverwerving plaatsvindt. Het is een idiote gedachte dat leerlingen die nog geen intellectuele bronnen ter beschikking hebben zelf zouden bepalen wat ze leren. Ze moeten juist in de school die bronnen ontwikkelen, om later als volwassenen zo vrij mogelijk te kunnen kiezen. Internet is goed om informatie op te zoeken, maar niet om kennis te verwerven. Praktische opdrachten zijn dan ook alleen maar pedagogisch verantwoord als ze ingebed zijn in de kennisstructuur van een vak. Die heb je nodig om internet te gebruiken of praktische ervaringen te interpreteren. Zonder die inbedding verworden praktische opdrachten tot internetplagiaat en tot een recycling van ervaringen.

``In Engeland wordt de leerlinggerichte benadering als achterhaald beschouwd. Het Nieuwe Leren geeft leerlingen de verkeerde boodschap mee, namelijk dat je niet hard hoeft te werken om iets waardevols te bereiken in het leven. Wij vinden dat dit concept de basis legt voor een ongelijke maatschappij. Leerlingen die kennis het meest nodig hebben, omdat dat niet van huis uit wordt aangereikt, krijgen er zo het minst van. Leerlingen worden zo in hun eigen culturele milieu gehouden. En onder het mom van vrije keuze voor je eigen cultuur duw je mensen terug in hun sociale laag.

Uit een recent rapport van het Sociaal-Cultureel Planbureau blijkt dat 80 procent van de ouders verwacht dat in 2020 het Nieuwe Leren ingevoerd zal zijn in alle scholen. Tegelijk vindt 70 procent van de ouders dat niet wenselijk. Veel leraren, vooral zij die lesgeven in het Studiehuis, voelen zich ongemakkelijk bij de recente vernieuwingen. Kunt u dat gevoel verklaren?

``Kijk, er is de afgelopen jaren veel gebeurd op het gebied van kennis zelf en in de relatie tussen kennis en economie en kennis en samenleving. En dat heeft grote gevolgen voor het beroep leraar. In de eerste plaats zien we verandering in de indeling van vakken. Het is niet zozeer dat oude vakken verdwijnen, maar dat geïntegreerde kennisgebieden, en vooral algemene kennis en vaardigheden steeds meer de overhand krijgen. Die veralgemening, die vooral centraal staat in de `kundes', wordt weer aangewakkerd door de economie die graag wil dat mensen trainbaar zijn: dat ze geleerd hebben om te leren. Daarmee krijgt kennis dus een tijdelijk karakter en wordt inwisselbaar voor ervaring. Deze ontwikkeling heeft ook in Engeland plaatsgevonden. Daar is de onderwijspolitiek zich bijvoorbeeld steeds meer gaan richten op algemene kwalificaties.''

``Onder ouders schept dat verwarring en voor docenten in het voortgezet en hoger onderwijs heeft het grote gevolgen. Waar docenten vroeger hun professionele identiteit en (relatieve) autonomie ontleenden aan hun binding met de vakvereniging en de universiteit, worden nu die grenzen vager. In de lerarenopleidingen zijn algemene competenties belangrijker geworden dan vakkennis en dat voelt als een aanval op identiteit en autonomie. Bovendien ervaren leraren – vaak via hun managers – een steeds grotere en dubbele pressie van de markt: de nieuwe, algemene vaardigheidseisen én de ouders die het meer voor het zeggen krijgen, maar wel tegenstrijdige noten op hun zang hebben. Je kunt zeggen dat kennis steeds meer verwaarloosd wordt, en daarmee ook de kerntaak van de leraar: kennisoverdracht.''

Als u de grenzen tussen vakken en de scheiding tussen academische en alledaagse kennis zo belangrijk vindt, dan lijkt het erop alsof u het traditionele leerplan in ere wilt herstellen. Denkt u niet dat het voor leraren een heel moeilijke opgave is leerlingen te motiveren voor vakkennis?

``Het traditionele curriculum werd als `gegeven' beschouwd: a-historisch en a-politiek. Daar ben ik geen voorstander van. Wel kan ik niet genoeg benadrukken dat de school context-onafhankelijke kennis moet overdragen aan leerlingen. Het is namelijk de enige plek waar dat kan en het is juist heel hard nodig in een tijd waarin er zoveel andere, contextgebonden informatie- en ervaringsbronnen zijn. Context-onafhankelijke kennis is niet waardevrij, maar historisch gegroeid, redenerend en geclassificeerd. Alleen met deze kennis kun je leerlingen steunen in het interpreteren van die overweldigende massa aan erg contextgebonden informatie. Deze kennis moet dus toegankelijk zijn.

Het motivatieprobleem zie ik niet primair als een psychologische kwestie. Het is een kennis-identiteitsprobleem. Niet alleen leraren, maar ook leerlingen vinden hun identiteit door een binding met bepaalde kennis aan te gaan. Die ruimte moeten leerlingen krijgen, naast de boodschap dat kennisverwerving moeilijk is en de leraar je daarbij kan helpen.''

Het Nieuwe Leren is ook sterk in opkomst in het vmbo. Is de tendens van algemene kwalificaties daar meer op zijn plaats? Kan het beroepsonderwijs zonder academische kennis?

``Nee, nee! Die benadering verwaarloost kennis door zich te concentreren op processen, vaardigheden en competenties. Dat kan een plek hebben in het volwassenenonderwijs maar niet in het leerplichtige onderwijs. In de huidige beroepseisen is kennis niet meer weg te denken. Werkgevers willen ook kennis. Het probleem is wel dat academische vakkennis niet altijd precies past in het specifieke van een beroepssituatie. Lesgeven in het beroepsonderwijs is daarom nog moeilijker. Leerlingen hebben steun nodig bij het herinterpreteren van werkplekkennis in beroepskennis en van beroepskennis in academische kennis. Dit probleem wordt nauwelijks onderkend.''