Hollands dagboek: Jerzy Gawronski

Wie Dr. Jerzy Gawronski, stadsarcheoloog, hoofd afdeling Archeologie, Bureau Monumenten en Archeologie (BMA). Gawronski (50) is gescheiden en heeft een zoon.

Waarom Is bezig met archeologisch onderzoek op het Damrak in Amsterdam, een van de bouwplaatsen van de Noord/Zuidlijn, de metrolijn in aanbouw.

Schrijft `In de rivierbodem kunnen ontelbare zaken zijn weggezonken, die een afspiegeling zijn van de materiële cultuur van Amsterdam door de eeuwen heen.'

Donderdag 17 november

De dag begon grauw, om 7 uur schemerde het nog, met dreigende wolken. In de afgelopen weken zijn weerobservaties een vast ochtendritueel geworden. Die meteorologische belangstelling heeft niets van doen met een plotse fascinatie voor het herfstseizoen, maar wordt ingegeven door het archeologisch onderzoek dat nu in volle gang is op het Damrak vanwege de Noord/Zuidlijn. In weer en wind staan daar dagelijks tien tot twaalf archeologen op een enorme zeefmachine. Het zijn doorzetters, want even pauzeren is er niet bij. Onverbiddelijk storten drie pompen van half acht 's ochtends tot zes uur 's avonds massa's water en grond op de lopende banden uit. De grond is afkomstig van onder het caisson, een 15.000 ton zware betonnen bak (60 x 20 x 15 meter) die langzaam in de bodem wegzakt doordat de grond met hogedrukkanonnen wordt losgespoten.

Sinds de start van het werk in begin september is het gevaarte 9 meter gedaald, nu nog 6 meter te gaan totdat de bodem op 15 meter onder NAP ligt. Een niet alledaagse locatie voor archeologisch onderzoek, dat ingepast moet worden in een grootschalig en ingewikkeld bouwproject en ook nog gesitueerd is op de bodem van de Amstel. Het Damrak kwam er bij de planning van de archeologie voor de Noord/Zuidlijn uit als een bouwplaats met een hoge archeologische verwachting (evenals het Rokin en het stationsplein). Hier was de nederzetting Amsterdam ontstaan en groeide de middeleeuwse haven. In de rivierbodem kunnen ontelbare zaken zijn weggezonken, die een afspiegeling zijn van de materiële cultuur van Amsterdam door de eeuwen heen.

Die verwachting lijkt nu dubbel en dwars uit te komen. De dagelijkse oogst bestaat uit gemiddeld 20 vuilniszakken fragmenten aardewerk, leer en bot. Dit zijn bulkvondsten die later statistisch worden bewerkt om de chronologie van de vondstafzettingen in de rivier te reconstrueren. Daarnaast komen er dagelijks de meest uiteenlopende voorwerpen van metaal, hout, bot, aardewerk of glas van de zeef rollen, te veel om hier op te noemen. Zoals gebruikelijk trilt ook vanochtend de torenhoge zeef weer vervaarlijk als ik aan kom fietsen op weg naar kantoor op de Noordermarkt. Ik plan elke dag een rondje Damrak voor overleg met de zeefploeg of met Peter Kranendonk die sinds vorig jaar als projectmanager BMA versterkt om de archeologie van de Noord/Zuidlijn in goede banen te leiden. Zo'n grootschalig project betekent een aanslag op de capaciteit van afdeling Archeologie. De zes vaste krachten hebben hun handen al vol aan de begeleiding van de reguliere bouwprojecten in de stad.

Van het Damrak door naar de Noordermarkt voor een vergadering met de ROB (Rijksdienst Oudheidkundig Bodemonderzoek) en Rijkswaterstaat. Op de agenda stond het archeologisch vooronderzoek bij de Osdorperweg voor de aanleg van de Westrandweg. We evalueerden de resultaten en grepen de gelegenheid aan om de formele inbreng van BMA bij dergelijke grote infrastructurele projecten te bespreken, belangrijk om de effectiviteit van het archeologisch beleid binnen de Amsterdamse gemeentegrenzen te waarborgen. Daarna terug naar het Damrak voor filmopnames met AT5 Productions voor een documentaire over de archeologie van de Noord/Zuidlijn, een meerjaren project dat ook het toekomstig onderzoek op Stationseiland en Rokin tot na 2007 bestrijkt. Weer een tussenstop op de Noordermarkt voor de afhandeling van wat dagelijkse administratieve beslommeringen. Daar belde mijn broer Leszek met een schokkend bericht: hij had net in het ziekenhuis te horen gekregen dat hij een gevreesde longziekte onder de leden zou hebben. Om zekerheid over het stadium en de aard te krijgen was morgen verder onderzoek gepland.

Nog natrillend van dit nieuws om 18.00 uur terug naar de bouwplaats ter voorbereiding van de avondploeg. Cruciaal voor de kwaliteit van het onderzoek is dat archeologen zelf onder het caisson de bodemopbouw en de herkomst van de vondsten kunnen documenteren. Het gaat in archeologie om context; niet de afzonderlijke voorwerpen maar hun samenhang heeft betekenis. Daarom is er een archeologische waarnemer overdag bij het spuiten aanwezig en gaat een ploeg van archeologen aan het einde van de werkdag aan de slag. Een opmerkelijke werkplek, op z'n zachtst gezegd, een grot diep in de bodem van de rivier, die alleen via een druksluis toegankelijk is. In de werkruimte heerst namelijk overdruk om het grondwater peil te verlagen. Rond 19.00 uur dalen Peter, Rein en ik af met tekenborden en monsterbakken. Van de aannemer gaan Krijn en Ruben mee om palen te zagen. Omdat de bak die dag weer wat gezakt was, was er krappe stahoogte en veel water. Nadat we de afgelopen weken volop in vondstlagen uit veertiende en vijftiende eeuw zaten, bleek dat nu op veel plaatsen de daaronder gelegen natuurlijke rivierbodem in zicht komt. Vanavond volstaan met enkele hoogtemetingen, het verzamelen van losse vondsten en het documenteren van houten delen. Toch was het na elven uur voordat ik thuis was en het bed in kon tollen.

Vrijdag

De zeefploeg was vanochtend druk doende met het uitsorteren van bulkvondsten omdat er niet werd gespoten. Buiten, aan de sorteertafels, was het zonnig en aangenaam. Helaas, ik moest er vandoor vanwege mijn bezigheden als docent. Ik ben aan het Amsterdams Archeologisch Centrum (UvA) verbonden, voor onderwijs over zaken als de VOC, overzees erfgoed, onderwaterarcheologie en stadskernonderzoek (van Amsterdam), kortom archeologie van de vroeg moderne periode. Vrijdags geef ik doorgaans college, maar vandaag stond er een scriptiebespreking op het programma. Het universitaire werk zorgt voor afwisseling, zoals in dit geval een scriptie over een cultuurhistorische inventarisatie van een plantagecomplex op Curaçao, weer geheel andere materie dan archeologie in de Amstel. Mijn inbreng bestond er in deze beginfase van het onderzoek vooral uit het temperen van de ambities en de bewaking van het tijdsschema. 's Middags naar het Damrak waar de zeef inmiddels weer denderde. Na een planningsbespreking en een blik op de vondsten was het tijd om mijn zoon Simon bij zijn moeder op te halen om te gaan paardrijden, een bezigheid waar hij al jaren van geniet. Vanuit de Gaasperplas door naar Abcoude waar Simon ging logeren in de Merenhof, een tehuis voor gehandicapte kinderen dat logeerweekeinden organiseert. Ertussen door gebeld met Leszek: hij moest in het ziekenhuis blijven vanwege een klaplong als gevolg van een borstpunctie, verder alleen nog maar onzekerheid.

Zaterdag

Vanochtend een weerzien met oude collega's en expeditiematen op een bijeenkomst van de Noorse Ambassade in het Muziekgebouw aan 't IJ vanwege de overdracht van de Smeerenburgcollectie door het Rijksmuseum en het Arctisch Centrum aan Noorwegen. De collectie is afkomstig van opgravingen van de Nederlandse walvisvangstnederzetting Smeerenburg op Spitsbergen. In 1979 heb ik deelgenomen aan de eerste Spitsbergen-expeditie naar aanleiding van een verkenning in 1978 door de Rijksmuseum conservator Bas Kist, mijn goede vriend en projectenbedenker, wiens plotse overlijden drie jaar geleden nog steeds als een groot gemis voelt.

De bijeenkomst voelde als een reünie en bracht herinneringen aan meeslepende tijden met veldwerk in verre oorden. Voor het broodnodige vertier 's middags Simon opgehaald en naar de bioscoop gegaan om te griezelen bij de kaas- en konijnavonturen van Wallace en Gromit. Nog een bezoek aan Leszek alvorens de zaterdag af te sluiten met vrienden en glazen bier in brouwerij 't IJ.

Zondag

Vandaag stond in het teken van de Sinterklaasintocht. Simon opgehaald en op de sleepboot van Guus van de Engelbewaarder vol kinderen de Amstel opgevaren op zoek naar de gemeentelijke Sinterklaasvloot. Via het Scheepsvaartmuseum in een kolkende massa bootjes weer naar de Engelbewaarder voor koffie en warme chocola en door naar de Munt voor de optocht. Simon wilde de buit aan pepernoten en ander strooigoed delen met opa en oma, die hem elke zondag onthalen en vermaken met de lieve dingen die opa's en oma's altijd voor kleinkinderen doen. Vanaf het ouderlijk huis nog langs mijn broer.

Maandag

Deze dag bleek er een van veel geregel, een versnipperd geheel van overleg, schrijven, logistieke organisatie en planning. Vandaag is een nieuwe opgraving gestart, op het Haarlemmerplein ditmaal, waar het BMA-team vier weken aan de slag gaat om een vroeg zeventiende-eeuwse huizenblok te documenteren. Volgens plan is de kraan aangekomen en wordt het eerste gat gegraven. Tussendoor een telefonische melding van de ontdekking van een waterput bij graafwerk in de Warmoesstraat: meteen poolshoogte gaan nemen, want een geloofwaardig archeologisch beleid vraagt om snelle reacties. Op het Damrak ging het zijn gangetje; het zeven verliep voorspoedig, weer gevarieerde vondsten, en ook de waarnemer van de eerste spuitploeg had enkele typische objecten geborgen, zoals een zware scheepsketting en een vijftiende-eeuws aardewerken haardsluitsteen met leeuwen en een wapenschild in reliëf. Tijdens de schaft heb ik de caissonwerkers kort onderhouden over de archeologische spelregels op de bouwplaats: ondanks de natuurlijke spanning tussen wetenschap en aannemerij is in afgelopen weken een goede samenwerking ontstaan. Toch blijkt het af en toe nodig om de verleiding van souvenierjagerij aan te kaarten om erger te voorkomen. Met broer Leszek in de avond wat gesproken over ziekenhuisperikelen.

Dinsdag

Op het Damrak lagen de pompen stil en was het weer een ochtend van vondsten sorteren, onder een wisselend bewolkte zon. De vondststroom van de zeef kwam pas in de middag op gang. Naar kantoor voor een vergadering met IJzerman en Van Spréw, een enthousiast RO adviesbureau, waarmee we archeologische verwachtingskaarten ontwikkelen. Vandaag hadden we het over een digitale bewerking van historische stadsplattegronden om ze transparant te kunnen projecteren en aan de huidige topografie te koppelen.

Daarna door naar een kennismanagement-bijeenkomst van het stadsdeel Amsterdam-Centrum voor een presentatie over de inpassing van archeologie in ruimtelijke ordening. Veranderingen vanwege nieuwe Europese (Malta)wetgeving maken het spannende tijden om tot een meer geïntegreerd gemeentelijk archeologie beleid te komen. Meteen aansluitend ons wekelijkse MT-overleg met de andere BMA afdelingshoofden Jan, Marleen en Linda. Er staat de laatste tijd nogal wat op de agenda: een verhuizing (naar het de Bazel-gebouw in de Vijzelstraat waar BMA een gezamenlijk onderkomen met het Gemeentearchief krijgt), een nieuw depot en een nieuw bedrijfsplan.

In de komende maanden zal het MT flink aan de slag gaan met dit plan om BMA meer te profileren als een cultuurhistorisch kenniscentrum met maatproducten op het gebied van monumentenzorg en archeologie. Na dit management intermezzo weer naar het Damrak waar ik met Peter om 19.00 uur onder het caisson afdaal. Er is flink wat grond verwijderd, zodat we een profiel kunnen aanleggen. Hier slaan we een monsterbak voor botanisch onderzoek en meten de hoogte van de bodemlagen in. Om 22.00 uur is de werkdag ten einde.

Woensdag

Een dag op kantoor met zoals op maandag een stroom kleine klusjes en veel telefoongerinkel: opgravingsrapporten geredigeerd, vondsten van het Damrak geïnspecteerd, budgetten gepland, correspondentie afgehandeld, een lezing voorbereid over de opgraving in de Nieuwezijds Kapel, die ik morgen in het Amsterdams Historisch Museum geef, en af en toe naar buiten naar het werk op het Haarlemmerplein en het Damrak.

De vondstroom wordt aanmerkelijk minder: nog een paar dagen, dan moet blijken of de steriele bodemlagen zijn bereikt en de zeef kan worden afgekoppeld. Tot dan toe blijft op ieders lippen de vraag branden of oudere vondsten uit het Damrak tevoorschijn zullen komen dan de enkele laat twaalfde-eeuwse scherven tot nu toe.

Volgende week zullen we het weten.