Het leven van de kalkoen

Volgens de traditie verleent een paar dagen voor Thanksgiving Day de Amerikaanse president een kalkoen gratie. Thanksgiving is een feestdag waarop gevierd wordt dat in oktober 1620 de Pilgrims van het schip de Mayflower bij Plymouth Rock aan land gingen. Het stichten van de Nieuwe Wereld was begonnen. Maar wat heeft deze kalkoen gedaan, dat hij in plaats van te worden gestraft, gratie krijgt en bovendien tot National Thanksgiving Turkey wordt bevorderd?

Niets. Het dier had het ongeluk als kalkoen ter wereld te zijn gekomen, wat betekende dat hij bij wijze van dank aan de Pilgrims zou worden opgegeten. Tegen het einde van het jaar krijgen miljoenen kalkoenen louter wegens hun kalkoen-zijn de doodstraf. Om ons geweten weer een beetje te kalmeren, laten we de machtigste man ter wereld er één gratie geven. Vertederd kijken we naar de televisie, zien hoe George W. Bush zijn beschermende hand op de rug van het dier legt. De kalkoen heeft het volkomen verdiend. Vorig jaar kwam de president met de gebraden vader of moeder van deze uitverkorene de troepen in Irak verblijden. Ik verbind er geen moralistische conclusie aan. Het zijn twee bewijzen van de macht van het toeval.

Op deze feestdag is de stad die nooit slaapt, uitgestorven. Alleen de winkels die het hele jaar 24 uur per dag open zijn, blijven de nu schaarse klanten bedienen. De convenient stores, die alles hebben wat een mens voor zijn dagelijks bestaan nodig heeft, van verse koffie en het ochtendblad tot sandwiches en ijs met slagroom. De meeste worden gedreven door Arabieren, die Arabische muziek uit de luidspreker laten komen en in het Arabisch telefoneren terwijl ze je je wisselgeld geven. Niemand die vraagt of ze nu eindelijk eens willen integreren. Dat is allang achter de rug.

Het geheim van de integratie zit in de dollar. Als hij voor de ogen van de klant bliksemsnel, als bij een kaartspel, de biljetten van de ene hand naar de andere rukt, ze tot een gootje vouwt, daarin de munten legt en je dit geheel virtuoos aanreikt, is hij geïntegreerd. De Chinese Amerikanen kunnen het, de Japanse, de Russische en de Oekraïense, de Koreaanse, allemaal, feilloos. Is de dollar, niet monetair maar naar ontwerp, kleur, papier- of metaalsoort, superieur aan de euro? Is de dollar `lekkerder'? Geld moet een fysieke attractie hebben. Dat ontbreekt de euro.

In alle westerse landen gaan met de feestdagen de gedachten uit naar de minderbedeelden op aarde. Kom je uit de convenient store, dan is er een redelijke kans dat er een bedelaar op je staat te wachten. Kom je uit de ondergrondse dan zie je misschien op het rooster van de luchtverversing wel een paar daklozen, slapend of pratend, met een blikje bier onder handbereik. Die willen ook wat kleingeld.

Wist u dat het minimumloon in Brazilië 129 dollar per maand is? Dat las ik op Thanksgiving in de New York Post, op pagina 44. Volgens de Wereldbank, zo gaat de krant verder, leven in Afrika 500 miljoen mensen in absolute armoede. Amerika is rijk, heel rijk. Van de zwarte kinderen heeft 46 procent `chronische honger', tegen 40 procent van de Latino's en 16 procent van de blanke. Daartegenover staat dat 71 procent een mobieltje heeft, en dat het gemiddelde Amerikaanse huishouden over 3,1 televisies beschikt. Aldus de New York Post, die je niet kunt verdenken van progressieve sympathieën. Genoeg, genoeg, zult u denken. Zulk soort dingen krijgen we met Kerstmis wel te horen.

Terug naar de kalkoen. Ook al op deze feestdag worden op veel plaatsen eetwedstrijden gehouden. Zo'n krachtmeting werd vertoond op CNN. De strijders zaten aan een lange, keurig gedekte tafel. Mannen, vrouwen van uiteenlopende herkomst. Hun enige overeenkomst was dat ze de omvang hadden van zeer geoefende eters. Kalkoen, opgetuigd met wat puree, sla en mayonaise, was het hoofdgerecht. Het startsein werd gegeven, de deelnemers vielen aan. Niet met mes en vork maar met hun blote handen. Hebt u in Artis ooit het voederen der wilde dieren gezien? Daar deed het in de verte aan denken.

Deze wedstrijdeters hadden bovendien een techniek ontwikkeld, het nemen van de grootste hap, dan na een minimum aan kauwen het snelle slikken, diep ademhalen, wachten tot de brok gezakt is, en dan de volgende hap. Daarbij gaat soms iets verloren, mayonaise blijft op de neus zitten, een kalkoenbrokje kleeft aan de kin, hier en daar valt iets op de grond. Twintig dikke mensen die niets anders doen dan met maximum snelheid kalkoen proppen. Een gruwelijk schouwspel. Maar stel je voor dat je daar aan tafel de deelnemers aan hun hoofd kwam zeuren over de kinderen in Afrika.

De strijd werd verrassend gewonnen door een meisje van achttien. In twaalf minuten had ze 2,1 kilo naar binnen gewerkt. Ze kon nog niet goed uit haar woorden komen, maar aan haar gezicht kon je zien dat ze trots was. Ik ging naar buiten, om een beetje frisse lucht te happen. In de verlaten straat woei een vleugje braadlucht.