Hervorming Europese suikermarkt gaat niet ver genoeg

Het heeft jaren van ruzie gekost en tot op het laatste moment moesten de voorstellen worden afgezwakt om een overeenkomst uit het vuur te kunnen slepen. De eerste hervorming van het suikerregime van de Europese Unie in veertig jaar is nauwelijks een overwinning voor de kampioenen van de vrijhandel. De suikerprijzen in de EU zullen nog steeds tweemaal zo hoog zijn als op de vrije markt, tegen voorheen driemaal.

Niettemin zal het akkoord door de industrie worden verwelkomd – hoewel het Nederlandse CSM als een van de weinige al heeft protesteert. Het besluit om de gegarandeerde suikerprijs met 36 procent te verlagen in plaats van met de eerder voorziene 39 procent, en om de hervormingen over vier jaar uit tesmeren en niet over twee, zal de overgang vergemakkelijken. En de oprichting van een saneringsfonds zal het zwakkere spelers mogelijk maken de bedrijfstak te verlaten. Maar het belangrijkste is dat de industrie een periode van stabiliteit tot 2015 zal verwelkomen.

De grootste winnaar is de Britse suikerproducent Tate & Lyle. Het concern had de eerdere voorstellen van de Europese Commissie afgedaan als `onbillijk'. De lobbycampagne die het sindsdien voerde, heeft resultaat gehad.

Er komt een overgangsfonds om de suikerrietraffinadeurs op een egaal speelveld te laten concurreren met de suikerbietverwerkers, die blijven profiteren van royale landbouwsubsidies. En de fabrikanten van isoglucose (een suikervervangende zoetstof) zagen hun bijdrage aan het fonds met de helft gekort worden. Als gevolg daarvan zullen de hervormingen de operationele prestaties niet vóór 2009 schaden. In de tussentijd moeten bezuinigingen die prestaties juist opvoeren.

Toch is de Europese suikermarkt momenteel heel instabiel, nu alle betrokkenen proberen de beste uitgangspositie te veroveren. Eerder deze maand waarschuwde Associated British Foods (ABF) dat het prijspeil op de Britse markt onder druk staat. Zakenbank CSFB denkt dat de winst van British Sugar dit jaar met 20 miljoen pond zal dalen. De raffinagewinst van Tate & Lyle zal naar verwachting met een soortgelijk bedrag afnemen.

Gelukkig nemen beide bedrijven stappen om hun afhankelijkheid van de suikerproductie te verminderen. De belangrijkste groeimotor bij ABF is Primark, de discountsupermarkt, terwijl Tate & Lyle zwaar heeft geïnvesteerd in voedingsmiddelen met een toegevoegde waarde, hopend te kunnen bouwen op het succes van Splenda, het snelgroeiende zoetje. Die groeiperspectieven kunnen volstaan om iedere kortetermijninstabiliteit van de suikerprijs tecompenseren.