Groningse magie

,,Ik ben gewoon een beetje zwaar op de hand'', zegt zanger en gitarist Peter van der Heide van de Groningse groep Whipster over de zwaarmoedige natuur van zijn songs. Daarmee is nog niet verklaard hoe hun trage, donkere muziek zo meeslepend uit kan pakken als op Road Apple, het tweede album in het tienjarig bestaan van dit niet meer zo jonge trio. Drie jaar geleden lieten ze al een behoorlijke indruk achter met de cd Strange, die alleen vreemd klonk voor mensen die niet bekend waren met het melancholiekere werk van Steve Wynn, Bonny Prince Billy en andere ingetogen gitaarrockers.

De verleiding is groot om Whipster in te schalen bij het vakje `Americana', ware het niet dat ze eigenwijs genoeg zijn om tegen beter weten in te knipogen naar de droge Britse parlandostijl van Mark Knopfler, om juist wanneer het voorspelbaar dreigt te worden een draai naar links te maken voor een omweg door het onherbergzame Australische muzieklandschap van Nick Cave. In hun doordachte instrumentgebruik schept Whipster een spanningsvolle klankenrijkdom, die als een atmosferisch natuurverschijnsel neerdaalt tussen het onheilszwangere moerasgeluid van Daniel Lanois en de kalme soundtrackmuziek van Ry Cooder.

Zang is bij deze geluidsmagiërs een onnadrukkelijke toevoeging aan muziek die het ook zonder kan stellen, vinden ze. De zeggingskracht is echter voor een belangrijk deel toe te schrijven aan een diepdonkere bariton die niet kan beslissen of de sombere teksten gesproken of gezongen moeten worden, en die daarom de middenweg kiest. Dreigende cello's, een jammerende steelgitaar (fraai gespeeld door René van Barneveld uit Urban Dance Squad) en naïeve dameszang dragen bij aan sfeerrijke muziek die pas na zeven beheerste zangnummers losbarst in een piepende, onstuimige gitaaruitbarsting à la Neil Young & Crazy Horse.

Geen muziek om een blije klompendans bij uit te voeren, maar wel een album van een kwaliteit die vrolijk stemt.

Whipster:

Road Apple

(My First Sonny Weissmuller Recordings/Konkurrent)****