Geloof als verzekering

Geen inboedelverzekering, geen verzekering tegen arbeidsongeschiktheid en straks in het nieuwe zorgstelsel ook geen ziektekostenverzekering. Daar is maar één verklaring voor: ,,Je moet je niet indekken tegen elk risico, maar op God vertrouwen.''

Evert-Jan Brouwer (29) is niet verzekerd. Hij heeft geen inboedelverzekering, geen opstalverzekering, geen arbeidsongeschiktheidsverzekering en geen ziektekostenverzekering. Ook in 2006, als in het nieuwe zorgstelsel iedereen verplicht een ziektekostenverzekering moet afsluiten, blijft Brouwer onverzekerd. Dat ligt zeer principieel.

Brouwer is een van de circa 5.000 gemoedsbezwaarden, mensen die op grond van hun geloofsovertuiging tegen elke vorm van verzekeren zijn. Dat besluit nam hij op zijn achttiende. ,,Mijn ouders hebben mij de argumenten meegegeven om me niet te verzekeren, maar de keuze aan mijzelf gelaten'', zegt hij. ,,God is je vader en een vader zorgt goed voor zijn kind. Dat wil niet zeggen dat je niets ergs overkomt, maar ik geloof dat God je er dan doorheen zal helpen. Je moet niet proberen je in te dekken tegen elk risico, maar op God vertrouwen. Het kan gebeuren dat de bodem van je portemonnee in zicht komt als je bijvoorbeeld hoge ziekenhuisrekeningen moet betalen, of als je geen inkomen hebt omdat je werkloos bent. Maar dan mag je bij je familie of bij de diaconie van de kerk om steun vragen. Christenen zijn voor elkaar verantwoordelijk.''

Is dat niet een beetje hetzelfde, de kerk die bijspringt of een verzekering? Brouwer vindt van niet. ,,Bij een verzekering heb je de garantie dat er betaald wordt. Bij de kerk niet. Bovendien weet je bij de verzekering welk bedrag je krijgt. Als je een prachtig huis hebt dat afbrandt, krijg je genoeg geld om precies hetzelfde huis te bouwen. Als je niet verzekerd bent, zul je wel niet zoveel krijgen. Maar je mag er wel op vertrouwen dat christenen elkaar helpen.'' Vorig jaar maakte hij dat zelf nog mee, bij de geboorte van zijn derde kind. Zijn vrouw moest een keizersnee ondergaan, waardoor de kosten van de bevalling een stuk hoger werden dan ze hadden verwacht. ,,We hadden zelf genoeg spaargeld om de ziekenhuisrekening te betalen, maar we kregen achteraf een telefoontje van de kerk met de mededeling dat we een beroep op de diaconie konden doen als we in de problemen zaten.''

Gemoedsbezwaarden vormen ook in hun eigen kerkelijke kring een minderheid. Ze horen bij de Gereformeerde Gemeenten, de Gereformeerde Gemeenten in Nederland, de Oud-gereformeerde Gemeenten en bij de Hersteld Hervormde Kerk, de groep die zich in 2004 afsplitste toen de Gereformeerde Kerk in Nederland, de Nederlandse Hervormde Kerk en de Lutherse Kerk samengingen in de PKN (Protestantse Kerk in Nederland). Van oudsher is de SGP de politieke partij die aandacht vraagt voor de positie van gemoedsbezwaarden, ook onlangs weer in het debat over het nieuwe zorgstelsel, maar de SGP neemt ten aanzien van verzekeren geen standpunt in. Wel of niet verzekeren blijft een individuele keuze. Brouwer, die politicologie studeerde en fractiemedewerker is bij de Tweede-Kamerfractie van de SGP, praat dan ook op persoonlijke titel. ,,Het is een interpretatie van de bijbel'', zegt hij. ,,Er is wederzijds respect voor de verschillende standpunten.''

In oktober 1994, precies een maand nadat hij achttien was geworden, kreeg Brouwer van de SVB (Sociale Verzekeringsbank) een officieel bewijs van vrijstelling wegens gemoedsbezwaren. Alleen mensen die vast laten leggen dat ze principiële bezwaren hebben tegen welke verzekering dan ook kunnen een bewijs van vrijstelling krijgen. In dit document is geregeld dat Brouwer vrijgesteld is voor de volksverzekeringen. Dat zijn de AOW (Algemene Ouderdomswet), de ANW (Algemene Nabestaandenwet), de AWBZ (Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten) en de Algemene Kinderbijslagwet. Die laatste verzekering is in het rijtje doorgekrast. ,,Daar zie ik geen verzekeringselement in'', zegt Brouwer. ,,Dat is gewoon elke drie maanden een tegemoetkoming in de kosten van kinderen.''

Zo zijn er ook mensen die de AOW niet als verzekering beschouwen. Een AOW-uitkering wordt ook gegeven aan 65-plussers die geen premie hebben betaald. Bovendien is de kans dat mensen 65 worden tegenwoordig zo groot, dat er nauwelijks nog sprake is van een `verzekerd risico'. Brouwer ziet de AOW wel als verzekering. ,,Verzekeren betekent voor mij dat iemand een premie betaalt en in ruil daarvoor de garantie krijgt dat de overheid voldoende geld uitkeert als de nood aan de man komt. Dat is het verschil tussen sparen en verzekeren'', zegt hij. ,,Bij sparen heb je geen garanties. Je spaargeld kan op raken.''

Hij betaalt in plaats van AOW-premie een premievervangende belasting. Dit bedrag is even hoog als de AOW-premie. Het wordt op een aparte rekening gezet en zodra hij 65 is, ontvangt hij periodieke uitkeringen. Als hij overlijdt, gaan de uitkeringen naar zijn vrouw. Maar als de pot leeg raakt omdat hij letterlijk ouder wordt dan zijn geld, krijgt hij niets meer. ,,Daarom spaar ik ook'', zegt Brouwer. ,,Je moet wel je verantwoordelijkheid nemen, dus niet al je geld uitgeven aan dure vakanties bijvoorbeeld.'' Ook voor de ANW betaalt hij een premievervangende belasting die op een aparte rekening wordt gezet. Bij overlijden wordt dit geld ineens uitgekeerd en belast.

Omdat pensioenregelingen ook een verzekeringselement hebben, kunnen gemoedsbezwaarden hiervoor eveneens een vrijstelling krijgen. Die moet aangevraagd worden bij het pensioenfonds. Gemoedsbezwaarden krijgen de werkgeversbijdrage van de pensioenpremie zelf in handen. Daarvoor koopt Brouwer lijfrentes, maar ook weer zonder verzekeringselement. Bij overlijden of arbeidsongeschiktheid stopt de opbouw. Omdat Brouwer ook vrijgesteld is voor de AWBZ, hoeft hij in 2006 geen verplichte ziektekostenverzekering af te sluiten (zie `Gemoedsbezwaarden en het zorgstelsel').

Voor werknemersverzekeringen kunnen gemoedsbezwaarden een vrijstelling aanvragen bij de SVB. De SVB stemt dit af met het UWV (Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen), dat een eigen registratie heeft van gemoedsbezwaarde werknemers. Brouwers werkgever houdt op zijn loon geen WW- en WAO-premie in en bij werkloosheid of arbeidsongeschiktheid kan Brouwer geen aanspraak maken op een uitkering. De werkgever betaalt het werkgeversdeel van de premies in de vorm van extra loonbelasting. Hetzelfde geldt voor de ziekenfondspremie. Vrijstelling van volksverzekeringen en werknemersverzekeringen levert dan ook bijna geen financieel voordeel op, behalve het werknemersdeel van de premies. Op die manier voorkomt de overheid dat mensen uit financiële overwegingen de status van gemoedsbezwaarde proberen te krijgen.

Ook motorrijtuigenverzekeringen zijn verplicht, maar elk jaar worden er zo'n 3.000 auto's, motoren, brommers en scooters door het ministerie van Financiën vrijgesteld. Brouwer heeft voor zijn auto wel een aansprakelijkheidsverzekering. ,,Dat is niet helemaal consequent, maar wat bij mij meespeelt, is dat het schade is die je toebrengt aan derden.''

Als iemand met een onverzekerd vervoermiddel schade aanricht, kan de gedupeerde wel een schadevergoeding krijgen van het Waarborgfonds motorverkeer. Van de bijna 78 miljoen euro schadevergoeding die het Waarborgfonds in 2004 uitkeerde, was 169.000 euro bestemd voor schadegevallen die veroorzaakt zijn door gemoedsbezwaarden.

Gemoedsbezwaarden betalen mee aan het Waarborgfonds. Om vrijstelling te krijgen moeten zij per voertuig een vergoeding betalen. Voor een auto is dit jaarlijks ruim 80 euro. Dit geld wordt gestort in het Fonds middelen gemoedsbezwaarden (FMG) en doorgesluisd naar het Waarborgfonds. Bovendien probeert het FMG eventuele kosten te verhalen op gemoedsbezwaarden die schade veroorzaken.

Voor vrijwillige verzekeringen zijn geen vrijstellingen nodig. Iedereen beslist zelf of hij een reisverzekering, een brandverzekering of een rechtsbijstandsverzekering afsluit. Brouwer heeft die verzekeringen niet. Hij heeft een eigen huis met hypotheek, maar die hypotheek bevat evenmin een verzekeringselement. Het huis komt bijvoorbeeld niet vrij bij overlijden of arbeidsongeschiktheid. ,,Banken zijn hier in de loop der jaren steeds gemakkelijker in geworden'', zegt Brouwer. ,,Vroeger kwam een aflossingsvrije hypotheek niet in beeld als je geen verzekering wilde, maar nu kan dat wel.'' Hij heeft geen opstalverzekering, hoewel dit een standaard voorwaarde is in hypotheekaktes. ,,In mijn akte staat die voorwaarde niet. Volgens mijn hypotheekadviseur staan een paar banken dit oogluikend toe en maken ze gewoon een uitzondering voor mensen als wij. Maar ik denk dat mijn bank wel een claim bij mij neerlegt als mijn huis afbrandt terwijl mijn hypotheek nog niet afgelost is.''