`Frankrijk is na tien jaar Chirac een verlamd land'

Links noch rechts in Frankrijk weet een antwoord te verzinnen op de crises die het land dit jaar doormaakt. De agenda wordt bepaald door wanhoop over de liberale buitenwereld.

President Jacques Chirac is op drift geraakt, hij is niet rechts meer, maar een sociaal-democraat. En hij laat zich gijzelen door de straat. Je hoeft maar te demonstreren en je krijgt wat. Voorbeeld? Deze week kregen de vakbonden maar weinig steun voor een treinstaking. Toch werd de spoorwerknemers onmiddellijk een extra premie toegezegd.

Frankrijk is een ,,verlamd'' land. Het is er nog steeds niet in geslaagd hervormingen door de voeren die de meeste andere Europese landen allang geregeld hebben – flexibilisering van de arbeidsmarkt, aanpak van de massawerkloosheid, hervorming van de welvaartstaat. En bovendien hebben Chirac en zijn premier Dominique de Villepin Frankrijk in een isolement gebracht, in Europa en in de wereld. Of het nu om Irak gaat of om de WTO: zij kijken alleen naar wat bij de kiezer in eigen land het beste vallen zal. De balans van tien jaar Chirac, kortom, is een ,,enorme teleurstelling''.

Wie is hier aan het woord? Nee, niet François Hollande, juist gisteren herkozen als leider van de grootste Franse oppositiepartij, de PS (Parti Socialiste). Dit zegt parlementariër Pierre Lellouche, lid van Chiracs eigen regeringspartij UMP en momenteel in de race om de UMP-kandidaat te worden voor het burgemeesterschap van Parijs. In de jaren negentig was Lellouche zeven jaar diplomatiek adviseur van Chirac. Maar sinds een paar jaar is deze liberaal een overtuigd aanhanger en medewerker van minister Nicolas Sarkozy van Binnenlandse Zaken. En de sarkozystes durven het ruim een week na het einde van de rellen in de Franse voorsteden harder te zeggen dan ooit: ze kunnen niet wachten tot het tijdperk-Chirac tot een einde is gekomen, volgens planning in 2007.

Tijdens de rellen slaagde de Franse regering er na een moeizame eerste week in de eenheid min of meer te bewaren. Maar nu de rust op straat is teruggekeerd, is de rivaliteit in Frankrijks eigen `grote coalitie' weer voor het hele land zichtbaar. Het `kamp-Sarkozy' en het `kamp-Chirac/Villepin' zijn verwikkeld in een dagelijkse race om de politieke agenda te bepalen.

Enige voorbeelden uit de afgelopen dagen. Het eerste punt was gisteren voor Sarkozy. In een opiniestuk in Le Figaro pleitte hij voor positieve discriminatie à la française om de migrantenbevolking in de voorsteden meer kans te geven op de arbeidsmarkt. Wie uit een achterstandwijk komt – en zich niet misdraagt, voegde Sarkozy er aan toe – moet extra hulp krijgen.

Binnen een paar uur pareerde Villepin het initiatief van de nummer twee in zijn kabinet via radiostation RTL. Nee, positieve discriminatie hoort niet thuis in een ,,republiek van gelijke kansen'', aldus de premier. Zijn boodschap: positieve discriminatie kan alleen worden bedacht door een communautariste die de republiek wil inruilen voor langs elkaar heenlevende etnische en religieuze gemeenschappen. Sarkozy noemt het impliciete verwijt dat ook hij `eigenlijk' die visie hanteert een ,,absurd gerucht''.

En zo gaat het verder. Op werkbezoek in een probleemwijk liet Villepin gisteren weten niets te zien in het intrekken van kinderbijslag aan ouders wier kinderen misstappen begaan – een ander ideetje van Sarkozy. Ook president Chirac ontsnapt niet aan de match tussen de nummers één en twee van zijn regering. Zo opperde de president deze week dat gemeenten die niet voldoen aan de wettelijke verplichting om twintig procent van hun woningvoorraad te reserveren voor sociale woningbouw, hogere boetes moeten gaan betalen. Het antwoord van Sarkozy kwam binnen een dag: liever eigen woningbezit stimuleren dan het land ,,bedekken met goedkope huurwoningen'', meent de UMP-leider.

Al met al geeft Frankrijk in deze banlieue-crisis ruim een week na het einde van de rellen het beeld te zien dat herkenbaar is in elke crisis dit jaar – of het nu het `nee' in het referendum over de Europese Grondwet was, of de aanhoudende acties tegen privatiseringen: het land leeft op het ritme van periodieke uitbarstingen van wanhoop gevolgd door defensieve reflexen – en de politieke leiders zijn het niet eens over de antwoorden.

De oppositionele PS kwam vorige weekeinde op haar congres niet verder dan de afspraak dat de interne verdeeldheid nu voorbij is. Maar de socialisten spelen in het debat over oplossingen voor de banlieues nog altijd nauwelijks een rol. Ook het extreem-rechtse Front National van Jean-Marie Le Pen bepaalt de agenda niet – anders dan in het verleden wel het geval was na stadsrellen.

Vooralsnog is het speelveld dus vrij voor de twee rivalen op centrum-rechts. In al hun gevechten en gevechtjes getuigen de kampen van een daadwerkelijk verschillend politiek programma. Villepin en Chirac tonen steeds begrip voor het Frankrijk dat klaagt – over een `liberaal Europa', privatiseringen, discriminatie op de arbeidsmarkt, armoede, enzovoort. Hervormen moet, maar zachtjes, is hun antwoord. Discussie over het Franse model van integratie is niet nodig – Villepin spreekt bij voorkeur over sociaal-economische problemen.

Sarkozy en zijn aanhangers spreken juist wel over de problemen rond immigratie en integratie. Economisch is de UMP-leider misschien niet eens zoveel liberaler dan de premier. Maar het kenmerkende van Sarkozy is dat hij erop rekent dat de Fransen, met hun beleden wanhoop over de liberale wereld, juist rijp zijn voor een frontale aanpak. In elk geval wil hij, in stijl, een Franse Thatcher zijn.

De paradox van Frankrijk is voorlopig dat juist Sarkozy, de meest offensieve politicus, het beste gedijt in het defensieve klimaat in het land. Ook de crisis van de banlieues wijst daar nu op. Na rellen in het verleden steeg steeds extreem-rechts in de peilingen. Nu blijkt Sarkozy aan steun te winnen onder de aanhang van alle partijen, van links tot extreem-rechts. Zijn scheldpartijen op het ,,tuig'' onder de jeugd in de voorsteden hebben hem kennelijk nieuwe vrienden opgeleverd. Maar ongetwijfeld ook een groter aantal verbeten vijanden.