Expat-scene

Op het verhaal over de kamelenpassie van Shellvrouw Lilianne Donders volgden zeven brieven, waaronder de volgende.

Om in zeven maanden een voetreis te maken van Teheran naar Oman met een karavaan van kamelen is een ongelooflijke onderneming. Ik heb zelf, eveneens als Shellvrouw, én in Iran (Masjid i Sulaiman) én in Oman (Ras al Hamra) vier jaar gewoond, dus ik kan over bevolking en landschap en daaruit voortvloeiende problemen oordelen.

Dat ik op dit verhaal reageer is omdat de tweede alinea ervan mij geïrriteerd heeft. Waarom wordt daarin de `Shellvrouw' en `de hele expat-scene' zo denigrerend beschreven?

Dit vertekend beeld van `theedrinken op feestjes in de tropen' is een belediging voor al die expat-vrouwen die veel hebben moeten opgeven om hun man te volgen naar nogal onherbergzame oorden. Eigen carrière en familie werden in Nederland achtergelaten. In landen als Iran en Oman, in de jaren omstreeks 1970, moesten de vrouwen met schaarse lokale middelen zorgen voor een goedlopend en stabiel familieleven.

Van kleine tot grote zaken moest heel veel door de vrouwen zelf georganiseerd worden. Bij gebrek aan banketbakkers werden cakes en de mooiste verjaardagstaarten door hen zelf gebakken. Bij gebrek aan kleuterscholen werden `kindergartens' door hen gerund. Grote kinderfeesten met Sinterklaas, kerstmis en koninginnedag werden georganiseerd. Diverse cursussen van talen (Frans, Engels etc.) tot pottenbakken werden door hen gegeven en gevolgd.

Men kan grote bewondering voelen voor een excentrieke dame als Lilianne Donders, maar men kan met evenveel recht bewondering voelen voor die vele expat-vrouwen die door hun aanwezigheid en activiteiten het leven overzee waardevol en aangenaam maakten voor zichzelf, hun man, kinderen en naaste omgeving.

En, o ja, van neerkijken op `de plaatselijke bevolking' heb ik in vijftien jaren overzee niets gemerkt. Wel heb ik `lokalen' gekend die triest waren wanneer wij als `olienomaden' naar een ander land overgeplaatst werden.