`Er geht nichts, kein bus of trein'

Een theater in Hengelo werd gisteravond ingericht als noodopvang voor gestrande treinreizigers.

In Utrecht konden ze in de Jaarbeurs slapen.

Bepakt en bezakt en met de ziel onder de arm staat de familie Van Overloop uit het Zeeuwse Yerseke in de hal van het station in Hengelo. Om 08.50 uur zijn ze in Kruiningen op de trein gestapt, om een verjaardag in Berlijn te vieren, maar aan het begin van de avond dringt het tot hen door dat de reis eindigt in Hengelo.

Door een stroomstoring in het Duitse Bentheim is hun internationale trein even na het middaguur net voor de Nederlands-Duitse grens stilgezet. Vijf uur hebben ze in de trein moeten wachten, voordat ze werden teruggereden naar Hengelo. Het laatste stuk moesten ze over de rails lopen omdat de locomotief tot overmaat van ramp ook nog eens kapot ging. ,,Ze hebben ons de trein uitgelokt met de mededeling dat er een hotel en eten geregeld was, maar er is hier helemaal niets'', constateert vader Martien van Overloop. Hij heeft zich er al mee verzoend dat het leuke weekend in het water valt. Hij vindt het een grote schande dat er geen opvang geregeld is. Hotels in en rond Hengelo zitten vol en er rijden ook geen bussen of taxi's naar andere plaatsen. De warme snacks in de stationskiosk zijn al enkele uren uitverkocht. ,,We hebben toch een rampenplan? Waar is de commissaris van de koningin, waar is de burgemeester'', briest Van Overloop. Hij veert op als de geluidsinstallatie kraakt, maar de boodschap is onverstaanbaar.

Op en rond het perron is de chaos al even groot. Een trein staat schuin op de rails, middenin een wissel, geparkeerd. Reizigers verdringen zich rond de servicebalie of klampen NS-personeel aan. ,,Hoe kom ik in Duitsland?'', vraagt een Duitse vrouw. ,,Keine Ahnung. Er geht nichts, kein bus, taxi of trein'', antwoordt een conducteur in een mengelmoesje van Duits-Nederlands. De vrouw krijgt het advies in een treinstel te wachten, omdat het daar warmer is. Maar de intercitytrein zit al bomvol. Er is een kleine kans dat de trein gaat rijden, beweren reizigers. Een uurtje later vervliegt de hoop via de intercom. In ieder geval tot zaterdagochtend zullen er geen treinen meer van en naar station Hengelo rijden. Reizigers worden verwezen naar het nabijgelegen Rabotheater, dat op verzoek van de NS in allerijl wordt ingericht als opvanglocatie.

[Vervolg GESTRAND: pagina 3]

GESTRAND

Honderden reizigers gestrand op stations

[vervolg van pagina 1]

Loco-burgemeester Henk Nijhof van Hengelo heet het internationale gezelschap hier welkom. ,,Hou er rekening mee dat u Hengelo moeilijk kunt verlaten'', zegt hij in drie verschillende talen. ,,Dit is de eerste keer dat ik vandaag iemand iets in het Engels hoor zeggen'', zegt Liz Stenning uit Seattle. De Amerikaanse verbaast zich over het gebrek aan leadership in Nederland. In een afgelegen hoekje huilen een vrouw en haar baby. ,,Voor mezelf vind ik het niet zo erg, wel voor hem'', zegt de vrouw. Een kennis uit Enschede is onderweg om hen te halen, maar het wachten duurt lang. De doorgaande weg tussen Enschede en Hengelo is afgesloten, net als veel andere wegen in de regio.

In het kantoor van het Rabotheater wordt druk overleg gevoerd tussen vertegenwoordigers van NS, brandweer en gemeente. ,,We hebben eten nodig en geneeskundige hulp'', constateert wethouder Nijhof. Ook stretchers zijn welkom. Bij gebrek aan bedden installeren mensen zich in de rode fauteuils van de grote theaterzaal, voorbereid om hier de nacht door te brengen.

R. Hoekstra uit Amsterdam blijft zitten in de hal, tussen zijn bagage. ,,Ik vind dit een onacceptabele oplossing. Ze denken het leuk op te lossen, maar dit kan niet'', zegt hij. Maar rond 23.00 uur krijgt ook hij te horen, dat er geen alternatief is. Bij de balie van het theater komen spontaan telefoontjes binnen van particulieren die overnachting aanbieden.

,,De sneltrein naar Woerden en Rotterdam Centraal staat klaar op spoor 8'', schalt het uit de stationsluidspreker van Utrecht Centraal. Luid gejoel stijgt op uit de gestrandde mensenmassa. Honderden reizigers rennen naar de gereedstaande trein en weten zich in de al propvolle treinstellen te wurmen.

In de stationshal is het net een vuilnisbelt. Geknakte paraplu's hangen in vuilnisbakken. Op de grond blikjes bier en frisdrank, drijfnatte verkreukelde kranten en ander vuil. Als een kiosk gratis koffie aanbiedt vormen zich direct lange rijen.

Rond elf uur komt het treinverkeer hier weer op gang. Maar niet voor iedereen: de overblijvers kunnen niets anders doen dan wachten. De achterblijvers staren naar het blauwe bord met vertrektijden, maar het blijft leeg. De enige bron van informatie zijn de NS-medewerkers.

En de elektronische informatieborden: ,,Voor reizigers verder dan Deventer wordt opvang geregeld.'' Dit bericht wordt om de paar seconden afgewisseld met: ,,Opvang voor reizigers verder dan Deventer kan niet worden gegarandeerd.''

Gert-Jan van Liempert, 49 jaar, zit eenzaam op een stoepje voor de AH To Go. Hij staart naar de grond, in zijn handen houdt hij een breezer vast. Hij schudt zijn hoofd: ,,Ik ben al vijf uur onderweg, ik kom van Bijlmer en ik moet naar Den Bosch. Ik ben eerst via Leiden naar Den Haag geleid en toen naar Rotterdam, en nu zit ik in Utrecht. Misschien moet ik hier blijven slapen, ik zie het wel.'' Even is hij stil. Eigenlijk, zegt Van Liempert, wil hij gewoon naar zijn zoontje toe.

Wie toevallig richting Jaarbeurs dwaalt ziet dat zo'n vijftig Rode Kruismedewerkers 280 veldbedden hebben neergezet. Voor de meeste reizigers blijft dat tot twaalf uur 's nachts onbekend.

De hulpverleners staan klaar met warme koffie en broodjes en dirigeren de berustende reizigers naar hun slaapplaatsen. Het zijn er enkele tientallen. Maar het Rode Kruis verwacht er dan nog honderden. Een van hen is P. Groendaal (63). Hij heeft de hoop opgegeven om vandaag nog naar huis in Enschede te komen. Met kleren aan kruipt hij in zijn nylon slaapzak. ,,Ik kom uit Edam, waar ik voor een uitzendbureau werk en moet deze reis wekelijks maken. Iedere week zijn er problemen met het spoor. Maar dit had ik nooit gedacht toen ik vanmorgen vertrok. Over drie jaar mag ik met pensioen, dan hoef ik deze ellende gelukkig niet meer mee te maken.''

Sommigen maken van de nood een deugd. Vreemden zoeken met elkaar de bars in Utrecht op of kaarten in de stationshal.

Terwijl de reizigers in Hengelo en Utrecht zich opmaken voor de nacht, zitten duizenden automoblisten nog vast op wegen in het oosten van het land. Hulpverleners en vrijwilligers proberen hen te bereiken met dekens, eten en drinken. Ook het leger rijdt uit.