`De onzichtbare hand van Adam Smith bestaat niet'

Het is al de vijfde keer dat de wereld definitief door de olievoorraad heen is. Zo relativeert Daniel Yergin de zorgen over de toekomst van de olievoorziening. Hij doet dat in The World in 2006, de traditionele eindejaaruitgave van het Britse weekblad The Economist. De schrijver is bestuursvoorzitter van Cambridge Energy Associates. De eerste keer dat de olie op was, was in de jaren tachtig van de negentiende eeuw. Daarna was het opnieuw paniek na de Eerste Wereldoorlog, na de Tweede Wereldoorlog en in de jaren zeventig van de vorige eeuw.

Maar volgens Yergin is het ,,tijdperk van het permanente tekort'' nog lang niet aangebroken, ook al groeit de behoefte aan nieuwe investeringen en zullen de kosten steeds verder oplopen. De auteur voorspelt voor het komende jaar ,,een substantiële groei van nieuwe productiecapaciteit. Gebaseerd op wat we nu weten zal deze tot 2010 20 procent groeien''. Verder wordt het hoog tijd, meent de auteur, dat de Amerikaanse Securities and Exchange Commission, de toezichthouder van de beurs, de regels voor de olie-industrie herziet. Dit met het doel om de beleggers betere informatie te geven en om beter zicht te krijgen op de voorraden en het aanbod.

Regelgeving? Daar moet het beursweekblad Barron's niks van hebben. Het blad neemt daarmee de oliemaatschappijen in bescherming tegen kritiek van de Senaat, van Republikeinse senatoren even goed als van Democratische, tijdens een hoorzitting enkele weken geleden. Het blijft niet bij kritiek, want nog steeds hangt de oliemaatschappijen een voorstel boven het hoofd om belasting te heffen op olievoorraden, een soort verkapte winstbelasting. ,,Dit is het soort leiderschap dat de markten bevriest en de consumenten schaadt door hen iets voor niets te geven'', meent het blad.

De overheid kan bij het blad geen goed doen. Het verhaalt hoe David O'Reilly, topman van Chevron, zich tijdens de recente hoorzitting weerde. Deze herinnerde de senatoren eraan dat zijn onderneming afzag van de exploitatie van een aardgasveld niet ver van de kust van Florida ,,wegens plaatselijke oppositie'', zonder, zo voegt het blad eraan toe, ,,de naam te noemen van gouverneur Jeb Bush''. Chevron haalt nu aardgas uit Angola en verscheept het naar Florida. Met instemming citeert het blad ook Lee Raymond, de topman van ExxonMobil, die de Senaat vertelde hoe de oliemarkt werkt: ,,De prijs komt tot stand op de wereldmarkt door verkopers die willen verkopen en kopers die ervoor willen betalen.''

Zou het? ,,De intellectuele basis voor de veronderstelling dat markten in het algemeen vanzelf werken, is zwak'', schrijft Joseph Stiglitz in het Amerikaanse kwartaalblad Foreign Affairs. Want, zegt Stiglitz, hoogleraar economie aan de universiteit van Columbia en voorheen topeconoom bij de Wereldbank: de onzichtbare hand van Adam Smith is onzichtbaar omdat hij niet bestaat ,,in een markteconomie met incomplete markten en met een informatievoorziening die onvolmaakt en asymmetrisch is''. Stiglitz schrijft dit in reactie op een boek van Benjamin Friedman, getiteld The Moral Consequences of Economic Growth. Daarin bekritiseert Friedman studies van de Wereldbank die verband leggen tussen groei en armoedevermindering. Stiglitz is het eens met de auteur en betoogt dat het debat niet moet gaan over de keus tussen groeien of niet groeien, maar over de vraag welke specifieke maatregelen, bijvoorbeeld meer geld voor onderwijs, de groei wel of niet bevorderen.

En bovendien: wat heet groei? De economie in de VS groeit, althans gerekend naar het bruto binnenlands product. Het probleem is alleen dat het bruto binnenlands product geen goede graadmeter is voor de welvaart. Je meet de prestaties van een onderneming toch ook niet uitsluitend af aan de inkomsten? Als je zou mogen kiezen in welk land je wilt wonen let je volgens Stiglitz niet op het bruto binnenlands product maar op het gemiddelde inkomen. En dat daalt in de VS doordat de hogere inkomensgroepen relatief steeds meer krijgen.

O zeker, er zijn terreinen waarop Amerika de concurrentie de baas is, sneert de auteur: er zitten in de VS bijvoorbeeld minstens vijf keer zoveel mensen in de gevangenis als in andere rijke landen en nergens maken de werknemers zoveel uren als in de VS, om maar te zwijgen van sociale verzekeringen.

Het geloof in de markt en de rol van de overheid is ook prominent aan de orde in het Britse maandblad Prospect. Dat gebeurt aan de hand van een discussie over de olievoorziening tussen de publicist Jeremy Leggett en David Jenkins, voorheen technologiemanager bij British Petroleum, thans directielid bij BHP Billiton. Leggett verwijt Jenkins te veel optimisme over de olievoorraden en de mogelijkheden van de technologie. Jenkins op zijn beurt verwijt Legget te veel pessimisme. Hij herinnert zich dat de Club van Rome al in 1973 voorspelde dat de olie op was. Sindsdien echter zijn de oliereserves verdubbeld en de gasreserves verdriedubbeld.

Na deze verplichte figuren zijn de discussianten het er verrassend snel over eens dat de olieproducerende landen hun reserves in het verleden om politieke redenen te hoog hebben ingeschat.