Dagboek van een cultuurconsument

Ellen de Bruin probeert het cultuuraanbod een beetje bij te houden. Geen geringe opgave. Wat las en bekeek ze wel – en wat niet? Verslag van een maandje cultuurstress

,,Goed opgeleide, geëmancipeerde vrouwen vinden boeken belangrijker dan seks'', leest de vriend voor uit de krant. De vriendin en ik halen onze hoofden, met oortjes gespitst, uit elkaars tassen met pasgekochte kleren. ,,Op de vraag Ik kan mij geen leven voorstellen zonder...'', gaat de vriend verder, ,,antwoordden Opzij-lezeressen: mijn vrienden (82 procent), boeken (80 procent), mijn partner (75 procent), mijn kinderen (70 procent), mijn familie (69 procent), mijn werk (66 procent), vakantie en reizen (56 procent), mijn hobby's (49 procent), seks (38 procent) en mijn tuin (33 procent).''

De vriendin en ik kijken elkaar aan. Geschrokken denk ik aan mijn tuin; die verkeert inderdaad in vreselijke staat. Maar de vriendin windt zich op: ,,Wat zijn dat voor vrouwen? Winkelen die niet of zo?''

,,Over boeken gesproken'', zegt de vriend onverstoorbaar – hij zit al twee maanden te azen op Brett Easton Ellis, die als een steeds groter wordend ongelezen project naast mijn bed ligt – ,,ben je nou al voorbij die openingszin?''

,,Ja!'' (Maar niet heel ver er voorbij.) ,,You do an awfully good impression of yourself, mooi hè. En volgens mij is het ook echt een geweldig boek.'' Ik begin maar weer eens over het eerste hoofdstuk, waarin Ellis een analyse geeft van zijn eigen geestelijke ontsporing aan de hand van de openingszinnen van zijn romans. De vriend moet gapen.

,,Het lijkt dus in het begin oprecht autobiografisch'', probeer ik nog, ,,maar vervolgens gaat hij een heel alternatief leven voor zichzelf bij elkaar liegen – wat hij dus al heel mooi heeft aangekondigd met die beginzin.''

,,Maar ja, je komt er niet doorheen. Jammer hè.'' De vriend legt zijn hand liefdevol op mijn mouw. ,,Weet je, jij hebt je verhaal al klaar over dat boek. Je vindt het nu helemaal prachtig. Het wordt heus niet mooier als je het ook nog gaat lezen. Geef het nou maar aan mij.''

Dus zit ik op weg naar huis met De Toegift in de trein, snel geleend, want ik kan mij geen treinreis voorstellen zonder boeken. Het is van kinderboekenschrijfster Carry Slee maar voor volwassenen, over een jonge vrouw die na veel pijn in haar jeugd voor zichzelf kiest. Ik heb het van de vriendin, die het wel wat voor mij vond, waarschijnlijk omdat ik ook weleens pijn in mijn jeugd heb. Maar ik vind de vriendin veel leuker dan het boek. Zou mijn onbewuste misschien een slechte smaak hebben, dat het me zoveel moeite kost om boeken uit te lezen die ik denk goed te gaan vinden, terwijl ik boeken waar ik niets aan vind zó uit heb? Neem Haagse Harry 4, een gruwelijk briljant stripboek – daar deed ik ook dágen over.

Maar nee, dat is te ingewikkeld gedacht. Haagse Harry bevat gewoon meer tekst dan De Toegift, alle commentaar op t-shirts, muren, bushokjes en bumperstickers meegerekend, én je moet het allemaal in je hoofd hardop lezen (`hagtop leize'), anders werkt het Haags niet. Dus het zit anders. Het zit misschien wel zoals de vriend zei: als ik vind dat ik iets moet lezen of zien, maar ik kom er niet doorheen of aan toe, is het omdat ik mijn verhaal er al over klaar heb.

Zo vond ik dat ik naar de fototentoonstelling van Jan van IJken moest, over de relatie tussen mensen en dieren. Maar ik wist eigenlijk al veel meer dan ik wilde over biggetjes die zonder verdoving gecastreerd worden. Ik vond dat ik het boek van Rob Oudkerk moest lezen, maar toen ik in de boekwinkel een willekeurige pagina las, kon ik me al helemaal voorstellen wat er verder instond. Ik vond dat ik de cd-rom met bewegende gedichten van Tonnus Oosterhof moest kopen, maar ik vond het hele idee van verschijnende en verdwijnende woorden en letters al zo mooi, dat het eigenlijk niet meer hoefde. En ik vond dat ik naar de fototentoonstelling van Rineke Dijkstra moest, en dat vind ik nog steeds, want toen ik er tijdens de Museumnacht heen wilde, bleek die hele nacht uitverkocht.

Dat is het enige dat nog een beetje steekt, want verder is het een totale opluchting dat al die dingen niet meer hoeven. Ineens mocht ik van mezelf weer totaal cultuurstressloos naar de bioscoop. Onder andere gehuild en kledinginspiratie opgedaan bij Keira Knightly in Pride & Prejudice, en gelachen en inspiratie opgedaan voor alle andere dingen in het leven bij Wallace & Gromit. In een week vier films gezien, gelukkig met diverse vrienden, want die zijn veel meer dan twee procent belangrijker dan boeken, wat andere Opzij-lezeressen ook zeggen. Alleen de Brett Easton Ellis-vriend kon niet mee, want hij had iets anders te doen. De vloek van Lunar Park ligt nu al drie weken ongelezen op zijn nachtkastje.