Artikel 23: het eeuwige VVD-dilemma

Het plotseling opgelaaide conflict tussen Hirsi Ali en Hans Wiegel komt niet uit de lucht vallen. Al sinds 1917 botsen liberalen onderling over Grondwetsartikel 23.

In de VVD, zegt hoogleraar staats- en bestuursrecht Ben Vermeulen van de Vrije Universiteit, zijn twee liberale stromingen te herkennen. Er zijn liberalen die de scheiding tussen kerk en staat het hoogste goed vinden, en er zijn de zogeheten ,,pluriformiteitsliberalen''. Liberalen van de laatste stroming pleiten juist voor zoveel mogelijk keuzevrijheid van burgers.

Het deze week opgelaaide conflict tussen Tweede-Kamerlid Ayaan Hirsi Ali en VVD-erelid Hans Wiegel over Grondwetsartikel 23 is volgens Vermeulen ,,een typisch voorbeeld van deze botsende maatschappijvisies''.

Hirsi Ali volgt duidelijk de lijn dat de overheid strikt neutraal moet blijven en zich op geen enkele manier met godsdienst bezig moet houden. Wiegel is juist van de pluriformiteitsgedachte. Vermeulen: ,,Zo gaat dat binnen de VVD al sinds het einde van de negentiende eeuw. Twee stromingen strijden voortdurend om voorrang.''

Vermeulen is lid van de Onderwijsraad, het hoogste onderwijsadviesorgaan van de regering. Drie jaar geleden onderzocht hij of artikel 23, dat de vrijheid van onderwijs garandeert, inderdaad leidt tot een grotere scheiding tussen allochtone en autochtone kinderen. Zijn conclusie: bijzondere scholen zijn nauwelijks `witter' dan openbare. Enkele reformatorische en islamitische scholen weigeren kinderen vanwege het geloof van de ouders, maar dat komt te sporadisch voor om daarvoor de Grondwet ter discussie te stellen. Vermeulen, nu: ,,Tegenstanders van inmenging van de overheid in godsdienstige kwesties, zoals Hirsi Ali, zeggen dat bijzonder onderwijs kinderen selecteert. Uit onderzoek is dat niet hard te maken.''

Al sinds het parlement in 1917 akkoord ging met de invoering van artikel 23, worstelen liberalen met het artikel. De vrijheid van onderwijs en daarmee het recht van iedere burger om een publiek gefinancierde school te beginnen was een idee van de christelijke Tweede-Kamerfracties. Het kreeg de steun van de liberalen, omdat ze in ruil daarvoor algemeen kiesrecht kregen. Het betekende het einde van de schoolstrijd.

De opkomst van het islamitisch onderwijs en de toenemende segregatie in het onderwijs wakkerden de discussie over het grondwetsartikel aan. Bijzondere scholen mogen kinderen immers weigeren. Toenmalig minister Dijkstal (Binnenlendse Zaken, VVD) opperde in 1995 het artikel te schrappen, omdat het niet meer van deze tijd zou zijn. Veel partijgenoten reageerden woedend, maar hij kreeg ook bijval.

Ook Hirsi Ali wil er dus vanaf. Volgens haar betekent de vrijheid van onderwijs per definitie dat bevolkingsgroepen hun kinderen naar gescheiden scholen sturen. De Rotterdamse wethouder L. Geluk (CDA) bestrijdt die visie. ,,Segregatie is een groot probleem, maar rooms-katholieke en protestantse scholen zijn even zwart als openbare. Het is wel waar dat islamitische scholen meestal vrijwel helemaal uit allochtone leerlingen bestaan.''

Artikel 23 staat volgens Geluk bestrijding van segregatie niet in de weg. Hij zoekt dan ook naar de randen van de wet om scholen gemengder te maken. Scholen mogen van Geluk kinderen met gescheiden wachtlijsten gaan selecteren. Op die manier moeten zij een betere afspiegeling van de buurt worden. ,,Je kan zeggen dat dat de keuzevrijheid van ouders beperkt. Maar zolang er genoeg te kiezen valt, is dat geen probleem.''

Bovendien is Geluk voor strengere regels voor nieuw op te richten scholen, zoals minister Van der Hoeven (Onderwijs, CDA) onlangs voorstelde. Zo mogen nieuwe scholen niet langer voor meer dan de helft uit allochtone achterstandsleerlingen bestaan. Het voorstel oogstte naast lof ook verbazing, want nooit eerder interpreteerde een CDA-bewindspersoon artikel 23 zo ruim.

Geluk: ,,Er zitten nu eenmaal spanningen tussen de vrijheid van onderwijs en het nadeel van mono-etnische scholen, zoals islamitische scholen. Ik vind het daarom reëel dat de overheid normen stelt. In het CDA moeten we daar niet meer dogmatisch over praten.''

Dat ondogmatische lijkt ook binnen de VVD de oplossing. In het in mei dit jaar verschenen Liberaal Manifest is gekozen voor het in stand houden van artikel 23, maar er wordt aan toegevoegd dat scholen niet in strijd met andere grondrechten mogen handelen en de Nederlandse rechtsorde moeten aanvaarden. Frans Ankersmit, geschiedsfilosoof en lid van de manifestcommissie, herkent veel in de discussie tussen Hirsi Ali en Wiegel. ,,Hirsi Ali weet het probleem met artikel 23 heel goed te verwoorden en Wiegel heeft het over de oplossing'', zegt Ankersmit.

Hij is blij dat de discussie over het wetsartikel wordt gevoerd. ,,Het raakt alledrie de grote onderwerpen van de Westeuropese geschiedenis de afgelopen eeuwen: religie, de strijd tegen het absolutisme en de strijd tussen kapitaal en arbeid. De uitkomst van de discussie tussen Wiegel en Hirsi Ali ligt wat Ankersmit betreft al vast: artikel 23 blijft bestaan, met kleine aanpassingen. Net als in het Liberaal Manifest.