Adertje bij de neus

Fotograaf Koos Breukel portretteert mensen met oogprotheses. Vandaag Matthijs de Vos, aan één oog blind.

Motorrijden, dat lijkt Matthijs de Vos lastig. Fietsen, judoën en met gymnastiek in de ringen zwaaien, met één oog is het goed te doen. Maar op de motor ga je zo snel en moet je ook nog een helm op, een beetje riskante bezigheid als je niet goed ziet. Matthijs wilde altijd motoragent worden, maar sinds kort twijfelt hij. Buschauffeur of trambestuurder, het lijken hem mooie alternatieven.

Vanaf zijn geboorte ziet Matthijs niets door zijn linkeroog. Toen hij anderhalf jaar oud was, meenden artsen tumoren in zijn linkeroog te zien en kreeg hij zijn eerste prothese. Soms wordt hem gevraagd of hij daar iets door ziet. Wat moet je nou met zulke domme mensen, vraagt Matthijs zich af. Zo'n prothese heet toch niet voor niets een kunstoog?

Gepest wordt hij niet met zijn visuele handicap. En zeker niet sinds hij in groep vier een spreekbeurt hield over zijn prothese. Op school snappen ze het nu wel, zegt Matthijs.

Hij kan zijn prothese zelf indoen. Een precies karweitje, want als je niet oplet zit het oog op z'n kop en gaat het kriebelen of pijn doen. Gelukkig heeft hij een trucje geleerd om dat te voorkomen. In het oogwit van de prothese heeft zijn oculariste een adertje aangebracht. Dat moet onder bij zijn neus, dan zit het oog goed.

Hij is niet de enige op de wereld met een kunstoog, weet Matthijs. Cathy heeft er ook een. Een paar jaar geleden ontmoette hij haar toen hij over de camping fietste. Hij zag meteen dat zij ook een oogprothese had. En Cathy herkende in hem een bondgenoot.

Ze raakten bevriend. Op de camping zoeken ze elkaar 's zomers op en met zijn verjaardag stuurt Cathy hem een kaart. Dat zijn vriendin veel ouder is, namelijk al 45, is voor Matthijs geen probleem. Bovendien: ,,Cathy ziet er veel jonger uit, hoor.''