48 uur in Orvieto

Bernard Hulsman ontdekt de Las Vegas-kant van het Italiaanse Orvieto, hoofdstad van de Slow-food-beweging

In Orvieto, Italië, staat de mooiste Las-Vegas-kathedraal ter wereld. Natuurlijk, de kathedraal die werd gebouwd van 1290 tot 1600, is veel ouder dan de Amerikaanse gokstad met zijn uitbundige casino's. Maar toch had de kerk heel goed kunnen staan in Learning From Las Vegas, het beroemde boek van de Amerikaanse postmodernisten Robert Venturi en Denise Scott-Brown.

Daar staat wel een plaatje in van de gotische kathedraal van Amiens. Venturi en zijn vrouw wilden ermee laten zien dat een gotische kerk, net als de door-en-door commerciële casino's in Las Vegas, eigenlijk niets anders waren dan `decorated sheds', versierde schuren, oftewel dozen met een voorzijde die dienst doet als billboard. Inderdaad zijn veel rijkversierde voorkanten van gotische kerken met hun talrijke beelden en religieuze taferelen reclameborden voor het christelijke geloof.

Maar in Orvieto hebben de kathedralenbouwers het idee van de voorzijde als billboard tot het uiterste doorgevoerd. Terwijl de voorzijde van de kathedraal van Amiens één harmonieus geheel vormt met de rest van het gebouw, is die van de dom in Orvieto niet meer dan een los scherm dat tegen de kerk is geplaatst. Dat is vooral van de zijkant goed te zien. Daar blijkt de façade, niet dikker dan zo'n anderhalve meter, veel hoger te zijn dan de rest van het gebouw. Precies zoals de winkels in Main Street in een Amerikaans stadje in het Midden-Westen.

Ook de stijl van de voorzijde is anders dan de rest van het gebouw: de façade is zeer gotisch, de kerk zelf is romaans. Het billboard-effect wordt nog versterkt doordat bijna de hele kerk gehuld gaat in een sober gestreepte dracht van witte en zwarte natuursteen, en de voorkant juist een bonte opeenhoping is van blinkende mozaïeken die gisteren gelegd lijken, rijk versierde pilasters en reliëfs met honderden figuurtjes. De kathedraal van Orvieto is als een bankdirectuur in krijtstreeppak met een bont Hawaï-hemd eronder.

EINDE DER TIJDEN?

De dom is, terecht, de grote trekpleister van Orvieto. Hij is ook moeilijk te weerstaan, want Orvieto ligt pal naast de A1, de snelweg van Florence naar kathedraal te bekijken. Dat kost een paar uur. Want behalve de schitterende voorzijde en het indrukwekkende, stijlvaste Romaanse interieur, omvat de kathedraal ook de kapel van de Madonna van San Brizio, een voorloper van Michelangelo's Sixtijnse kapel in Rome. Hier hebben de renaissance-schilders Fra Angelico en vooral Luca Signorelli onder meer het einde der tijden geschilderd, een onderwerp dat door zijn vele duivels die op allerlei manieren zondaren pijnigen ook boeiend is voor ongelovigen die wee zijn geworden worden van al die devote heiligen- en Madonnabeelden waarmee ze in Italië worden bedolven.

Maar Orvieto is meer dan de dom. Tegenover de dom ligt bijvoorbeeld een goed museum met Etruskische kunst, en terzijde, in een oud, bonkig pauselijk paleis, is een soort kunsthal gevestigd met wisselende tentoonstellingen. Toch zijn dit, na de dom, niet de belangrijkste attracties van de stad. Dat is de Pozzo di San Patrizio, een put van de renaissance-architect Sangallo de jongere. Het is een zestig meter diepe ronde schacht waarlangs, boven elkaar, twee spiraalvormige trappen zijn gebouwd, zodat degenen die naar beneden lopen de bezoekers die naar beneden gaan, niet hinderen.

Behalve deze bron heeft Orvieto, schitterend gelegen op een vulkanische uitstulping, ook een uitgebreid onderaards gangenstelsel dat kan worden bezocht. Ook is er, voor liefhebbers van gebouwen uit de tijd van Mussolini, een redelijke proeve van abstract-classicistische architectuur te zien in de vorm van een grote kazerne aan de rand van de oude stad.

Natuurlijk heeft Orvieto, zoals elke Italiaanse stad, een verbazend aantal kerken uit verschillende stijlperioden. Ze kunnen weliswaar niet in de schaduw staan van de dom, maar ze zijn toch aardige onderbrekingen in een avond- of ochtendwandeling over de pleintjes en nauwe straten en stegen van de stad. Verder heeft Orvieto een theater waar bijna elke avond wel een klassiek concert in kleine bezetting te zien is, of zelfs een opera.

PALEIS VAN DE SMAAK

Maar winkelen in Orvieto is een probleem. De Corso Cavour, de smalle wandelstraat met de veel te grootse naam, telt een flink aantal winkels, maar voor wat ze verkopen hoef je niet naar Orvieto. In de Via del Duomo wemelt het zelfs van de winkels, maar die verkopen vooral plaatselijk vervaardigd keramiek en andere toeristenspullen. Hier drommen dan ook de moderne toeristen samen, dat wil zeggen: Europeanen met vroegpensioen en die in de nabije toekomst steeds meer het beeld zullen bepalen in cultuursteden als Orvieto.

Ondanks het magere winkelaanbod is Orvieto een prima plek. Want in de eerste plaats is de stad een uitstekende uitvalsbasis voor de omgeving. Pienza, Todi, Caprarola, Viterbo, Bomarzo liggen allemaal op minder dan uurtje rijden van Orvieto. En in de tweede plaats is Orvieto hard bezig om de hoofdstad van Slow te worden, de van oorsprong Italiaanse beweging die zich de vervaardiging en consumptie van traditionele en regionale voedsel bevordert.

SLOW-ZONDAG

De stad kent elke maand een Slow-zondag, waarop de stad een zondag lang gesloten voor al het verkeer. Dan is er een grote markt waar boeren en lokale voedselproducenten hun op ambachtelijke wijze vervaardige producten aanbieden. Maar ook buiten de Slow-zondagen doet Orvieto veel aan Slow: het oude San-Giovianni-klooster is omgedoopt tot het Paleis van de Smaak, waar vooral in de weekeindes allerlei lokale producten kunnen worden geproefd.

Vermoedelijk heeft Slow er niets mee te maken, maar veel restaurants in Orvieto hebben een door en door traditioneel Italiaanse kaart. Verschillende restaurants richten zich op de moderne toerist die het door Slow bestreden fast food wil, maar wie zich van de Corso Cavour en Via del Duoomo afkeert, vindt gemakkelijk een osteria die ook pens serveert. Voor Nederlanders die om acht uur eten laat vinden, zijn er Orvieto verschillende enoteca's met onder meer lokale wijnen als de Orvieto classico.

SLAPEN, ETEN & DRINKEN

Het centrum van Orvieto telt 10 hotels, van 4 sterren tot 1. Een goed degelijk driesterrenhotel met aangenaam ouderwetse kamers is Albergho Filippeschi in de Via Filippeschi 19. Van 52 euro (buiten het seizoen) tot 95 euro voor een tweepersoonskamer

Er zijn zo'n 35 restaurants, variërend van Al San Francesco, een selfservice restaurant met 500 plaatsen, tot La Bottega del Buon Vino met 24 plaatsen. Al Pozzo Estrusco op de Piazza dè Ranieri 1 heeft een streekkeuken.

Er zijn vier enoteca's en wijncafés, waarvan Tozzi op de Piazza Duomo een Rome. Het is een kleine moeite om het bergje van Orvieto op te rijden om de terras heeft met zicht op de dom.