Witte Huis in verzet tegen `halve waarheden' over Irak

Het Witte Huis regeert op kritiek op de oorlog in Irak. Naast een offensief met woorden, wordt er ook weer gesproken over terugtrekking van de Amerikaanse troepen.

Anti-oorlogsdemonstranten zijn terug bij de ranch van de Amerikaanse president Bush in Crawford, Texas. Bush viert deze week een korte vakantie - het was gisteren Thanksgiving - en net als in de zomer gebruiken de demonstranten de nieuwsluwte om hun acties kracht bij te zetten. Protestzangeres Joan Baez speelde gitaar bij het hek. Twaalf demonstranten werden aangehouden, onder wie Daniel Ellsberg, de defensieanalist die in 1971 geheime militaire informatie (de zogenoemde Pentagon Papers) lekte over de oorlog in Vietnam.

Hoewel de vredesbeweging relatief weinig mensen op de been brengt, blijft de weerzin van de Amerikanen tegen de oorlog in Irak groeien. Tegelijkertijd daalt de populariteit van de president. Het Witte Huis doet er alles aan de kritiek te pareren. Begin deze week zei minister van Defensie Donald Rumsfeld dat hij na de Iraakse parlementsverkiezingen op 15 december 20.000 Amerikaanse militairen wil terughalen. Er zijn op dit moment 160.000 militairen uit de VS in Irak. Minister van Buitenlandse Zaken Condoleezza Rice had woensdag soortgelijk nieuws. Het hoeft ,,niet heel lang meer te duren'', zei ze op televisie, voordat het aantal Amerikaanse soldaten wordt teruggebracht. The Washington Post beschreef op basis van bronnen in het Pentagon dat het terugtrekken begin 2006 zal beginnen, om eind volgend jaar uit te komen op minder dan 100.000 militairen in Irak.

Twee weken geleden begon het Witte Huis een offensief tegen de aanhoudende kritiek op de aanpak van de oorlog. Terwijl Bush door Azië reisde, nam vice-president Cheney de regie ter hand. Subtiliteiten werden niet langer gezocht. Democraten, commentatoren, bloggers - ze kregen lik op stuk.

Zo werd een hoofdartikel van The New York Times over het manipuleren van het gevaar van Saddam Hussein vóór de oorlog, beantwoord in een verklaring van enkele pagina's waarin ,,de krant die ons Jayson Blair gaf [een verslaggever die drie jaar terug betrapt werd op fraude, red.]'' van halve waarheden en vervalsingen werd beschuldigd. Het kostte zoveel woorden, aldus het Witte Huis, ,,omdat het, zoals ouders van jonge kinderen en hondeneigenaren weten, meer tijd kost de rotzooi op te ruimen dan om rotzooi te maken''.

En toen eind vorige week de progressieve havik John Murtha het voorstel deed om de Amerikaanse troepen zo spoedig mogelijk terug te halen, werd hij meteen bestempeld als een links-extremist. Murtha, een Democraat en Vietnam-veteraan met goede contacten met de legerleiding, zei dat een bezoek aan Irak hem over de streep had getrokken. De aanwezigheid van de Amerikaanse troepen stimuleert het geweld in Irak, zei hij. De reactie van het Witte Huis was dat Murtha zich had ,,overgeleverd aan Michael Moore en de links-extremistische vleugel van de Democraten'' nu hij bereid was ,,zich over te geven aan terroristen''.

Een incident in het Congres - een onervaren lid noemde Murtha een ,,lafaard'' en moest excuses aan de veteraan maken - bracht Bush en Cheney ertoe in te binden. Murtha was een patriot, zeiden ze allebei. En het is goed dat het land zo vurig over de oorlog debatteert, zeiden ze. ,,Dit is een waardig debat'', aldus Bush zondag. Het duurde een dag. Maandag zei Cheney alweer dat het niet te gek moest worden. Het was ,,oneerlijk en laakbaar'' de indruk te wekken dat de regering de burgers heeft misleid over Saddams massavernietigingswapens. ,,Revisionisme van de meest corrupte en schaamteloze soort'', aldus Cheney. Zo drukte hij de aandacht weg voor de uitlatingen van Rumsfeld over troepenverminderingen. Maar met de woorden van Rice en de uitgelekte plannen van het Pentagon later in de week werd duidelijk dat in de regering-Bush de stemming richting terugtrekken gaat.

Ook is ingezien dat `vuilspuiterij' niet werkt. Een teken aan de wand is de welwillende reactie van Republikeinen op een voorstel van de Democraat Joseph Biden: minder troepen en meer Amerikaanse hulpverleners naar Irak, en de buurlanden en de Amerikaanse bondgenoten betrekken bij een poging de binnenlandse spanningen te pacificeren. Het Witte Huis zag geen reden Biden aan te vallen toen hij dit midweeks zei.

Resteert de vraag of de regering ooit onder het verwijt uitkomt dat de inlichtingendiensten zijn gedwongen de dreiging van Saddam Hussein te overdrijven. Dinsdag verscheen in dit opzicht een onheilspellend artikel. De National Journal onthulde details over een geheime inlichtingeneenheid op het Pentagon, onder leiding van Douglas Feith. De eenheid werd opgericht omdat Cheney, Rumsfeld en onderminister van Defensie Wolfowitz niet geloofden dat de CIA tot in details de relatie tussen Irak en Al-Qaeda kon uitzoeken. De CIA had vlak na de aanslagen van `11 september' gemeld dat Saddam geen banden had met Al-Qaeda. Feiths inlichtingendienst concludeerde in 2002 echter dat die banden er wél waren. Volgens de National Journal was Cheney tevreden over de melding van een connectie. In de kantlijn van een van Feiths verslagen schreef hij: ,,Héél goed... Bemoedigend... Niet te vergelijken met de rotzooi die we gewend zijn van de CIA.''