Wiegel en Hirsi Ali delen VVD

De VVD is diep verdeeld over het conflict dat is gerezen tussen VVD-erelid Hans Wiegel en zijn partijgenote, het Kamerlid Ayaan Hirsi Ali.

Enkele partijprominenten hebben openlijk hun steun uitgesproken voor Hirsi Ali. Zij meent dat Wiegel het contact met de realiteit is kwijtgeraakt en de vrijheid van onderwijs (artikel 23) wil handhaven, ondanks de risico's voor de integratie die dat naar haar mening met zich mee brengt. Anderen staan pal achter Wiegel, de voormalig fractievoorzitter en partijleider. Deze verwijt op zijn beurt Hirsi Ali dat wiggen te drijven in de samenvleving en geen respect te tonen voor andersdenkenden.

De briefwisseling tussen beide VVD'ers heeft zich tot nu toe in de openbaarheid afgespeeld. VVD-fractievoorzitter Van Aartsen heeft beide liberalen opgeroepen hun toon te matigen. ,,We moeten met respect met elkaar omgaan binnen de VVD'', zei hij gisteren in een korte verklaring.

De beide kemphanen spraken gisteren afzonderlijk met VVD-leider Van Aartsen en lijken sindsdien hun geschil niet meer in de openbaarheid verder uit te vechten. Andere liberalen nemen desgevraagd wel stelling. Hirsi Ali krijgt vanmorgen in de Volkskrant steun van oud-commissaris Henk Vonhoff en voorzitter van de Teldersstichting Patrick van Schie.

Wiegel wordt gesteund door onder meer de jongerenafdeling van de VVD, oud-staatssecretaris voor onderwijs Nel Ginjaar-Maas en lokale VVD'ers als de Alphense fractievoorzitter Blom.

Andere VVD'ers willen de gerezen discussie, die zich toespitst op artikel 23 over de vrijheid van onderwijs, zo snel mogelijk laten rusten. Oud-minister van Justitie Frits Korthals Altes weigert partij te kiezen (,,Ik sta aan de kant van de VVD''), net als commissaris van de Koningin in Friesland Ed Nijpels (,,Het wordt hoog tijd dat de partijleiding deze kemphanen om de tafel zet om het uit te praten'').

De discussie in de VVD over artikel 23 (vrijheid van onderwijs) is eerder dit jaar nog formeel beslecht in het nieuwe liberaal manifest (het blijft bestaan, maar wordt uitgebreid met de mededeling dat ,,het onderwijs vrij is van discriminatie op levensbeschouwelijke gronden en gebaseerd op aanvaarding van de bestaande Nederlandse rechtsorde''). Overigens verliep de discussie tussen de opstellers van het manifest langs dezelfde lijnen als de discussie tussen Wiegel en Hirsi Ali nu.