Verdenking van genocide nieuw voor Nederland

Het Genocideverdrag is een van de oudste verdragen van de VN. Van A. is de eerste Nederlander die wordt aangeklaagd op grond hiervan.

Frans van A. is de eerste Nederlander die terechtstaat voor medeplichtigheid aan genocide. Op basis van het genocide-verdrag heeft het landelijk parket onderzoek gedaan naar de 63-jarige verdachte. Van A. wordt berecht door een gewone Nederlandse rechtbank in Den Haag. Vergelijkbare genocidezaken speelden zich af voor internationale strafhoven, zoals het Joegoslavië-en het Rwanda-tribunaal.

Van A. is december 2005 aangehouden en wordt verdacht van de verkoop van duizenden tonnen grondstof voor chemische wapens aan Irak in de jaren tachtig. Het regime van Saddam Hussein heeft chemische wapens ingezet in de oorlog tegen Iran en tegen de eigen Koerdische bevolking in Noord-Irak. De beruchtste chemische aanval was die op de Koerdische stad Halabja in 1988 waarbij zeker vijfduizend mensen werden gedood. Een duidelijk geval van genocide, was het oordeel van internationale waarnemers.

In 1948 namen de Verenigde Naties het `Verdrag voor het voorkomen en bestraffen van de misdaad van genocide' aan, drie jaar later werd het van kracht. Het verdrag definieert genocide als `daden gericht op vernietiging van het geheel of een deel van een nationale, etnische, raciale of religieuze groep'. Het vernieuwende van het verdrag is dat het zich niet beperkt tot misdaden gepleegd tijdens een oorlog - zoals de Geneefse Conventies - maar dat het zich ook keert tegen misdaden die gepleegd zijn in vredestijd.

Er bestaan uitzonderingen op het Genocideverdrag. De massale, dodelijke vervolging van een politieke (dus niet etnische) groepering wordt niet tot genocide gerekend. Het vervolgen van zo'n groep is wel een misdaad tegen de menselijkheid.

Het Genocideverdrag was een van de eerste juridische overeenkomsten die door de VN werden aangenomen. Op dit moment zijn er meer dan vijfhonderd van zulke conventies en verdragen. Ze zijn bindend voor die landen die ze hebben geratificeerd of die zijn toegetreden. Nederland behoort tot die landen.

In 1998 deed een internationaal strafhof voor het eerst een uitspraak op basis van de Genocideconventie van 1948. Jean-Paul Akayesu werd door het Rwanda-tribunaal veroordeeld voor genocide. Akayesu was burgemeester van een gemeente in Rwanda waar tweeduizend Tutsi's werden vermoord.

Ook bij het Joegoslavië-tribunaal in Den Haag zijn al mensen veroordeeld op basis van het Genocideverdrag. De Bosnische Serviër Radislav Krstic is april vorig jaar in hoger beroep veroordeeld tot een gevangenisstraf van 35 jaar voor zijn aandeel in de genocide na de val van Srebrenica in juli 1995. Volgens het VN-hof heeft Krstic deelgenomen aan een criminele organisatie die zich schuldig heeft gemaakt aan volkerenmoord. Hij heeft niet direct gemoord, maar schiep de mogelijkheid voor de massamoord op de meer dan zevenduizend moslims door manschappen en materieel beschikbaar te stellen voor de genocide.

Om de Nederlander Frans van A. veroordeeld te krijgen, moet worden bewezen dat hij de grondstoffen voor chemische wapens aan Irak heeft verkocht én dat hij wist dat deze wapens gebruikt zouden worden om stelselmatig en opzettelijke een etnische groep, of een deel daarvan, te vermoorden. Volgens het Krstic-vonnis hoeft hij dus niet deel te nemen aan de genocide om veroordeeld te worden, maar hij moet wel op de hoogte zijn geweest van het plan.

De term `genocide' werd in 1944 voor het eerst gebruikt door de Poolse jurist Raphael Lemkin, die ook het Genocideverdrag voorbereidde. De beruchtste genocide van de 20ste eeuw is de holocaust, de moord op Europese joden door nazi-Duitsland.

Het Internationaal Strafhof in Den Haag kan recht spreken over genocide. Het (International Criminal Court, ICC) ging medio 2002 officieel van start. Het strafhof wordt actief wanneer een land verzuimt recht te spreken.