Up or out

Drie uitverkoren choreografen uit de stal van het Nederlands Dans Theater maken hun debuut tijdens het programma UpComing Choreographers. De invloed van leermeester Jiˇrí Kylián is onontkoombaar.

et moest over techniek gaan', zegt de Spaanse jongeman met het ronde brilletje zachtjes. ,,Over hoe moderne technologie zo'n belangrijke pijler van het leven geworden is. Dus heb ik een sculptuur van televisies gebouwd, en aan mijn dansers gevraagd om heel snel te bewegen, dynamisch, op environmental music. Mijn stuk duurt 16,5 minuten. Meer wil ik er niet over zeggen. Ik wéét niet of ik het goed vind. Sommige delen vind ik gelukt, andere niet. Ik zit er te veel in.''

Fernando Hernando Magadan (Zaragoza, 1981) is nerveus. Zijn ogen twinkelen. Hij is danser bij het Nederlands Dans Theater, en maakt deze week zijn debuut als choreograaf met Shiftkey. De televisie speelt er een hoofdrol in. Bij aanvang kijken acht uitgebluste, middelbare niet-dansers aan weerszijden van het toneel elk naar hun eigen treurbuis. Dan neemt een toren van tv's op het podium het over: niets dan abstract geflikker is erop te zien, een soort verzenuwd testbeeld waar zes dansers in zilvergrijze pakjes een voor een naartoe getrokken worden, kronkelend en schokkend. Tot slot zijn de dansers zelf op tv: de toren blijkt hen te hebben gefilmd, of opgegeten.

Shiftkey is de opening van UpComing Choreographers, een programma met werk van drie dansers van het Nederlands Dans Theater. Het programma moet de rol van de groep als kweekvijver voor nieuwe namen in de moderne dans onderstrepen. Het NDT organiseert al sinds eind jaren tachtig elk jaar een benefietavond met stukken van dansers. Maar UpComing Choreographers is ambitieuzer: de drie choreografen hebben vier avonden lang het podium van De Regentes tot hun beschikking, en mochten licht, decor en geluid geheel naar wens inrichten. Theater De Regentes is een voormalig zwembad in een Haagse woonwijk - een veel bescheidener locatie dan NDT's `eigen' Lucent Danstheater op het Spui. Maar dat is een bewuste keuze: met alleen onbekende namen op het affiche zou het Lucent nooit uitverkocht raken. In De Regentes kon de avond z'n speelse, schoolvoorstelling-achtige karakter behouden.

Want het NDT, dat in 1959 begon als een rebels clubje zonder geld en zonder gebouw, is al jaren een instituut, dat als visitekaartje wordt meegevraagd op staatsbezoeken van koningin en premier. In vakkringen geniet de groep een smetteloze reputatie: de techniek, het repertoire, de gastchoreografen - het is allemaal van het hoogste niveau. En bovenal is er Jiˇrí Kylián, `de Meester', zoals een danser hem noemt. Maar hoe handhaaft een jonge choreograaf zich als hij dagelijks met zo'n groot en invloedrijk oeuvre in aanraking komt?

Sinds zijn komst naar Den Haag, precies dertig jaar geleden, maakte de nu 58-jarige Kylián gemiddeld twee balletten per seizoen voor het NDT. Dat zijn er dus meer dan zestig. Ook doordat het gezelschap zoveel reist - zestig procent van de voorstellingen vindt in het buitenland plaats - is Kylián wereldberoemd. Zijn trouwe achterban herkent zijn `handschrift' moeiteloos, maar Kylián zorgt nog regelmatig voor verrassingen: hij zet een cellist op het podium, bestelt enorme, bewegende decors bij een Japanse architect of laat zijn dansers in hemeltergende slowmotion vrijwel niet bewegen (Last Touch, 2003). Kylián bemoeit zich met alles: decor, kostuums, muziek.

Op het onlangs afgesloten Holland Dance Festival in Den Haag kwamen dit jaar 45.000 bezoekers op in totaal 77 voorstellingen af, maar de jubilerende Kylián overheerste de affiches en de publiciteit. Het festival opende met zijn Chapeau, een kort ballet dat hij in opdracht van de gemeente Den Haag maakte voor koningin Beatrix. ,,Een cadeautje'', noemde Kylián het zelf, niet bedoeld voor het repertoire - maar het guitige spel met de hoedjes was zo'n hit dat er voor december twee extra voorstellingen zijn ingelast. Op het festival werd ook One of a Kind hernomen, een avondvullende, meermaals bekroonde Kylián-creatie uit 1998.

Is het voor jonge choreografen - die bovendien zelf voortdurend stukken van Kylián moeten dansen - wel mogelijk om een eigen stijl te ontwikkelen? Ja, zegt Anders Hellström stellig. Hij is sinds twee jaar directeur van het NDT en initiatiefnemer van UpComing Choreographers. ,,Men verwacht van ons dat we Kylián-klonen afleveren, maar dat is niet zo. Ik heb deze drie uitgekozen omdat ze al echt een eigen taal hebben. De mensen zullen verrast zijn.''

Paul Lightfoot, huischoreograaf van het NDT en de mannelijke helft van het duo LightfootLeón, stond zelf jarenlang in Kyliáns schaduw, en hij noemt dat `fantastisch, een luxe'. ,,Het nam alle druk weg, omdat de aandacht altijd naar hem ging. Ik kon me rustig verder ontwikkelen, en Kylián bemoeide zich nergens mee: hij duwde me in geen enkele richting en kwam nooit zomaar de studio binnen. Zo gaat het nog steeds. Als je een vraag hebt, geeft hij je een eerlijk antwoord, hij spaart je niet. Maar verder laat hij je met rust. Hij houdt van creativiteit.''

Invloeden zijn er wel, natuurlijk. Sterker nog: volgens Lightfoot steelt iederéén in de dans van elkaar. ,,Het is onvermijdelijk. Kylián is nog een van de moeilijkste mensen om van te stelen, omdat zijn stijl zo specifiek is. Hij maakt totaalplaatjes. Maar William Forsythe [Amerikaans choreograaf en tot voor kort leider van het Ballett Frankfurt] zie je nu echt overal terug, in karikaturale vorm. Een van Forsythes belangrijkste toevoegingen in het ballet is het improviseren: dat wordt nu lukraak toegepast, maar zonder de combinatie met zijn mad genius levert het niets op.''

Voor Samuel Wuersten, de directeur van het Holland Dance Festival, spreekt het voor zichzelf dat een beginnend choreograaf de kleur van zijn leermeesters met zich meedraagt. ,,Een danser van het NDT kan niet om zijn achtergrond heen. Het is een heel sterke omgeving, een identiteit. Maar dat geeft niet. Een NDT-er hoeft niets `af te leren', zoals je weleens hoort - dat doet hij maar in therapie. Hij moet dat fantastische referentiekader gebruiken, en er verder mee werken.''

Lukáš Timulak verzon al pasjes toen hij nog in Bratislava op de balletschool zat. ,,We deden het voor de grap: je probeerde dingetjes uit, en soms vond je iets.'' Timulaks ballet, Twenty, volgt op dat van Hernando Magadan, en het `gaat over tijd'. In gesprek is Timulak (Snina, 1979) nog bedeesder dan zijn collega, maar als danser is hij uitbundig, en beschikt hij, in de woorden van Lightfoot, over een `unieke lichaamscoördinatie'. Die heeft hij als een volleerd choreograaf op zijn zes dansers overgedragen: ze beginnen met de rug naar ons toe en mogen dan solo, getweeën en als groep aan de slag. Soms zijn het net beestjes, zoals ze kruipen en hun voelsprieten naar elkaar uitsteken; soms zijn ze niet meer dan een hijgende driehoek of rechte lijn.

Timulak bedacht dat er in Twenty een grote, digitale klok op het toneel moest staan, ,,om het publiek te laten voelen hoe ze zelf tijd beleven. Soms gaat de tijd heel langzaam, soms heel snel. Een minuut kan als een uur aanvoelen, en andersom.'' Deze klok maakt die subjectieve tijdsbeleving zichtbaar: achter de dansers tikken immense rode cijfers dan weer versneld, dan weer vertraagd de seconden weg.

Timulak ontwierp de klok samen met grafisch ontwerper Peter Bilak; voor de muziek wendde hij zich tot componist Peter Hajdin. Bilak en Hajdin zijn goede bekenden van hem, het zijn Slowaken, net als hijzelf. Toch was het moeilijk om uit te leggen wat hij wilde. ,,Ik moest er woorden voor vinden'', mompelt hij. ,,Dat was nog de grootste uitdaging. Dansers praten met hun lichaam.''

Timulak danste drie jaar bij het ballet van Monte Carlo voordat hij de stap naar het Nederlands Dans Theater waagde; Hernando Magadan praatte zichzelf als negentienjarige leerling van de Britse Central School of Ballet bij een les van het NDT in Londen naar binnen, en mocht vervolgens in Den Haag komen auditeren.

Voor de audities melden zich elk jaar tussen de twee- en driehonderdvijftig dansers van overal ter wereld; vier of vijf van hen krijgen een plek bij NDT II, de jongerengroep, waar ze maximaal vier jaar mogen blijven. Daarna is het up or out - naar NDT I, het volwassen gezelschap, of weg. ,,Je hoort altijd zulke goede verhalen over het NDT'', zegt Hernando Magadan. ,,Dus als je eenmaal binnen bent, denk je eerst alleen maar: ben ik goed genoeg? Word ik een danser met wie ze willen werken?'',,Je weet zelf niet wie je allemaal beïnvloeden'', zegt Lukaš Timulak, ,,maar elke choreograaf laat wel iets bij je achter. Dat geeft ook inspiratie.'' Hernando Magadan: ,,Als het goed is, vind je hier je eigen stijl. Jezelf.''

Vier jongens en vier meisjes in werkmakleren schreeuwen ons teksten toe. ,,I'm getting older, I'm shrinking'', zegt de een. ,,Must sleep more'', de ander. ,,Take me anywhere that's holy.'' ,,Are you my god?'' ,,Hell, no!'' Tussen de zinnen door rennen, springen en vechten de acht als de strak gechoreografeerde straatbendes van West Side Story, op een treiterig, steeds herhaald synthesizerdeuntje.

Schrijver, choreograaf en componist van dit ballet, getiteld Track, is Amos Ben-Tal (Haifa, 1979), opgeleid in Canada en sinds 1997 danser bij het NDT. ,,Onze wiskundige'', noemt Paul Lightfoot hem liefhebbend. Ben-Tals vader is wiskundige, en hij moet iets van die aanleg hebben geërfd: de voornaamste en spannendste eigenschap van Track is dat het telkens klópt. Er zijn negen microfoons voor acht dansers, maar alle `799 woorden' die Ben-Tal voor Track schreef komen luid en duidelijk de zaal in, ondanks de talloze plaatsverwisselingen.

Als danser in de studio kan Ben-Tal de clown uithangen, maar zijn eigen stuk licht hij bloedserieus en uitvoerig toe. Het idee kreeg hij meteen na de laatste workshop, zegt hij. ,,Ik begon met schrijven, zoals ik dat constant doe, en dat bleek een dialoog te worden: ik zat mezelf vragen te stellen en er antwoord op te geven. Meestal werken choreografen met een bestaande tekst, maar daar hou ik niet van. Toen het concept er was, ben ik het in bewegingen en muziek gaan vertalen. De dansers gaf ik opdracht om binnen een strak kader heel groot te bewegen, dat geeft spanning. Vanuit het NDT was er geen druk, ik voelde me vrij om te maken wat ik wilde. Er was wel haast. Tijdens dit project ging ons werk als danser gewoon door. Het is een opluchting om nu even achter de schermen te mogen blijven.''

Leo Spreksel is artistiek directeur van het Korzo Theater in Den Haag, waar regelmatig producties van nieuwe choreografen te zien zijn. Spreksel ergert zich aan de eis van met name critici dat wat nieuwe choreografen maken ook elke keer `nieuw', nog nooit vertoond, moet zijn. ,,De talenten van nu maken hun werk binnen bepaalde piketpaaltjes, zoals bij elke kunstvorm. Echte vernieuwing doet zich misschien eens in de twintig jaar voor, en is ook niet meteen te herkennen: dan worden de codes waarmee mensen kijken doorbroken, en alleen een paar echte smaakmakers zien dat. Het is dus zinloos om te zoeken naar `de nieuwe Kylián' of `de nieuwe Forsythe'. De criteria voor vernieuwing kennen we nu nog niet.''

Wat Spreksel wel al tot zijn nauwelijks verholen opluchting bij de nieuwe generatie dansmakers waarneemt, is dat ze beter dan hun voorgangers letten op hoe hun werk bij het publiek overkomt. ,,Tien jaar geleden was de introspectie in de moderne dans op een hoogtepunt. Het werd soms bijna autistisch. Mensen keken ernaar en dachten: waar gaat dit in godsnaam over? Jonge makers van nu stellen de inhoud en het overbrengen daarvan weer centraal. Ze willen mensen raken.''

,,Een kunstwerk bestaat pas als het communiceert'', zegt Amos Ben-Tal. Behalve danser en choreograaf is hij popartiest: hij heeft een bandje, Noblesse, waarmee hij optreedt in Den Haag. Ben-Tal schrijft de nummers, speelt gitaar en zingt. ,,Bij popliedjes zijn er vaste regels voor wat werkt en wat niet'', zegt hij. ,,Die probeer ik ook in dans toe te passen. Niet om bij zoveel mogelijk mensen in de smaak te vallen; moderne dans is abstract en elitair, daar doe je niets aan. Maar ik wil mijn publiek wel boeien, of verwarren. Verwarring is goed.''

Nederlands Dans Theater, `UpComing Choreographers', 25 en 26/11 om 20.30 u in de grote zaal van Theater Zwembad De Regentes, Weimarstraat 63, Den Haag. Inl: 070-3637798, www.deregentes.nl of www.ndt.nl.