Topsalarissen overheid

Wie rijk wil worden, gaat niet in overheidsdienst, maar zoekt werk bij een bank of handelt in bloemen. Er is een groot verschil tussen het politiek gecontroleerde monopolie van de overheid en de door de consument gestuurde vrije concurrentie van de markt. Dergelijke principiële overwegingen zijn te weinig uitgewerkt in het technocratische pleidooi van de commissie-Dijkstal voor verhoging van de inkomens van ministers, politici en topambtenaren. Er worden wel nuttige aanzetten gedaan tot systematisering en gelijktrekken van regelingen voor topfunctionarissen en politici.

In een markt met vrije concurrentie duidt een hoge omzet op succes, maar bij de overheid is vaak juist het tegendeel het geval. Overheidsfunctionarissen en politici moeten bijvoorbeeld het belastingpeil en het aantal uitkeringen zo laag mogelijk zien te houden. Als de overheid te duur wordt, kan de burger in tegenstelling tot de consument van wasmiddelen niet plotseling naar een andere overheid uitwijken.

Overheidsfunctionarissen en politici doen belangrijk werk, dat niet te vergelijken is met de taak van ondernemers. Zij hebben kennelijk zoveel voldoening in hun functie met de bijbehorende rechtspositie dat zij afzien van een mogelijk hoger inkomen in het bedrijfsleven. De commissie-Dijkstal erkent wel in het algemeen dat er verschillen zijn tussen de overheid en de markt, maar werkt die verschillen niet uit in de topfuncties bij de overheid en bij het bedrijfsleven. Die vergelijking wordt overgelaten aan de Hay Group, een internationale particulier consulent die is gespecialiseerd in het advies over topinkomens.

Vergelijkingen met het buitenland laten zien dat topinkomens bij de overheid willekeurig zijn samengesteld. Het is een mysterie waarom de inkomens van ministers van kleine landen als Oostenrijk en Luxemburg verreweg het hoogste zijn. De president van De Nederlandsche Bank verdient ruim twee keer zoveel als zijn veelgeroemde Amerikaanse collega Alan Greenspan.

De overheid zal topfunctionarissen nooit zulke hoge salarissen kunnen bieden als het bedrijfsleven. Verhogingen van topsalarissen zullen dus hooguit een marginaal effect hebben op de recrutering, maar het kan wel een verkeerd signaal zijn voor de ambtenarenbonden. Onbedoeld kan het hele loongebouw van overheidsmanagement meestijgen met de top, zodat het verschil met uitvoerende professionals nog groter wordt. Maakt prestatiebeloning van topambtenaren de overheid efficiënter of is het een belemmering voor een visie op de lange termijn? Degenen die terughoudend willen zijn met salarisstijgingen bij de overheid maken zich dus niet schuldig aan borreltafelpraat.

De commissie-Dijkstal stelt terecht dat ministers aan de top van het inkomensgebouw van de overheid horen te staan. Systematisering van de inkomensregelingen zijn geboden. Maar verhogingen moeten met mate worden uitgedeeld om een algemeen haasje-over te voorkomen. Het is dus zaak dat de Tweede Kamer dieper nadenkt over overheidstopinkomens dan de adviescommissie van Dijkstal en de Hay group dat hebben gedaan.